AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontkenning vaderschap juridische vader op grond van DNA-onderzoek
De moeder van verzoeker en de juridische vader waren gehuwd en uit dit huwelijk is verzoeker geboren. Verzoeker stelt dat de juridische vader niet zijn biologische vader is, nadat de moeder hem hierover informeerde op haar 65e verjaardag. Verzoeker heeft een DNA-verwantschapsonderzoek laten uitvoeren waaruit blijkt dat hij en zijn vermeende biologische broer dezelfde biologische vader en moeder hebben met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,99%.
De rechtbank heeft de rechtsmacht op grond van het Nederlandse recht vastgesteld en beoordeelde het verzoek tot ontkenning van het vaderschap op grond van artikel 1:200 BWPro. Verzoeker heeft het verzoek tijdig ingediend binnen drie jaar nadat hij bekend werd met het feit dat de juridische vader vermoedelijk niet zijn biologische vader is.
De rechtbank concludeert dat de juridische vader niet de biologische vader is en wijst het verzoek tot ontkenning van het vaderschap toe. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen vanwege de aard van de zaak. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de juridische vader wordt toegewezen, uitvoerbaarverklaring bij voorraad afgewezen.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5723
Zaaknummer: C/09/689259
Datum beschikking: 6 maart 2026
Ontkenning vaderschap
Beschikking op het op 29 juli 2025 ingekomen verzoek van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.H. Aalmoes in Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de juridische vader] ,
de juridische vader/ de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen, namens verzoeker;
het bericht van 12 september 2025, met bijlagen, namens verzoeker;
het bericht van 29 december 2025, met bijlage, namens verzoeker;
het bericht van 31 december 2025, met bijlage, namens verzoeker;
de brief van 24 februari 2026 namens verzoeker.
Feiten
De moeder van verzoeker ( [de moeder] , geboren op [geboortedatum 1] 1957 in [geboorteplaats 1] , [land 1] ) en de juridische vader zijn gehuwd op [datum 1] 1990 in [plaats 1] , welk huwelijk op [datum 2] 1995 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
Uit het huwelijk is verzoeker geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 1] , [land 1] .
De moeder is voorafgaand aan haar huwelijk met de juridische vader gehuwd geweest met de heer [naam 1] (geboren op [geboortedatum 2] 1956 in [geboorteplaats 1] , [land 1] ). Zij is van hem gescheiden op [datum 3] 1989. Na de echtscheiding met de juridische vader is de moeder op [datum 4] 1997 in [plaats 1] opnieuw gehuwd met de heer [naam 1] .
Bij beschikking van 19 oktober 2023 van de rechtbank in eerste aanleg in [plaats 2] , [land 1] , is de naam van verzoeker gewijzigd in “ [naam 2] ”.
Volgens de Basisregistratie Personen hebben verzoeker, de moeder en de juridische vader in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt tot gegrondverklaring van het door het huwelijk ontstane (juridische) vaderschap over verzoeker van de juridische vader, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien verzoeker, de moeder en de juridische vader in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhefPro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Op grond van artikel 10:93 lid 1 junctoProartikel 10:92 lid 1 enPro 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt de vraag of en onder welke voorwaarden het vaderschap van een man kan worden ontkend in beginsel bepaald door het recht dat van toepassing is op het ontstaan van de familierechtelijke betrekking, te weten het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vader en de moeder ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat van hun gemeenschappelijke gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van het kind, of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.
De rechtbank past Nederlands recht toe op het verzoek, zijnde het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de juridische vader.
Ontvankelijkheid
Het verzoek tot ontkenning van het ouderschap is gegrond op artikel 1:200 BWPro. Een dergelijk verzoek moet bij de rechtbank worden ingediend binnen drie jaren nadat het kind bekend is geworden met het feit dat de man vermoedelijk niet zijn of haar biologische vader is.
Verzoeker stelt dat de moeder op [geboortedatum 1] 2022, op haar 65e verjaardag, heeft verteld dat de juridische vader van verzoeker niet zijn biologische vader is. Het is de rechtbank hierdoor gebleken dat verzoeker het verzoek heeft ingediend binnen drie jaren nadat hij bekend is geworden met het feit dat de juridische vader vermoedelijk niet de biologische vader is. De rechtbank zal daarom verzoeker in zijn verzoek ontvankelijk verklaren.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:200 lid 1 BWPro kan het vaderschap worden ontkend op de grond dat de juridische vader niet de biologische vader van het kind is.
Verzoeker voert aan dat de juridische vader niet zijn biologische vader is. Hij is dat gaan onderzoeken nadat zijn moeder op haar verjaardag had verteld dat hij een andere biologische vader heeft. Bij beschikking van 19 oktober 2023 van de rechtbank in eerste aanleg in [plaats 2] , [land 1] , is de achternaam van verzoeker gewijzigd in de achternaam van zijn vermoedelijke biologische vader, de heer [naam 1] . De moeder en de vermeende biologische vader hebben samen in ieder geval nog één ander kind, de heer [meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 4] 1987 in [geboorteplaats 1] , [land 1] . Verzoeker heeft samen met de heer [meerderjarige] een DNA-verwantschapsonderzoek laten uitvoeren. Uit de overgelegde DNA-rapportage van [geboortedatum 5] 2025, uitgevoerd door Verilabs, blijkt dat zij met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% dezelfde biologische vader en moeder hebben.
De rechtbank is niet gebleken van feiten die het mogelijk maken dat de juridische vader de biologische vader is van verzoekster. De rechtbank zal daarom het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het ouderschap van de juridische vader over verzoekster toewijzen.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad
De aard van de zaak verzet zich tegen het bij voorraad uitvoerbaar verklaren van deze beschikking, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.
Proceskosten
Aangezien het een familierechtelijke kwestie betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank:
*
verklaart gegrond het verzoek van:
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 1] , [land 1] ,
geboren uit:
[de moeder] , geboren op [geboortedatum 1] 1957 in [geboorteplaats 1] , [land 1] ,
tot ontkenning van het vaderschap van:
[de juridische vader] , geboren op [geboortedatum 5] 1956 in [geboorteplaats 2] , [land 2] ;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 maart 2026.