Uitspraak
Beschikking op het op 2 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verslag van 11 maart 2025, van de bijzondere curator.
- het e-mailbericht met de brief van 20 maart 2025, van de vrouw.
- het F9-formulier van 8 april 2025, van de man.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan haar advocaat en tolk K. Ghanmi;
- de bijzondere curator;
- [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad.
- Uit de vrouw is [de minderjarige] geboren.
- De vrouw was ten tijde van de geboorte van [de minderjarige] getrouwd met [naam 2] .
- [de minderjarige] is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] .
- De vrouw en [de minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit en de man heeft de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 22 december 2023 is – onder andere – gegrond verklaard het verzoek van de bijzondere curator namens [de minderjarige] tot ontkenning van het vaderschap van [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1993 te [geboorteplaats 2] , [land] .
- Bij beschikking van deze rechtbank van 18 februari 2025 is mr. A.A.G. Balkenende voornoemd, wederom benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijke Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Verzoek en verweer
- hem vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [de minderjarige] ;
- de man naast de vrouw gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] te belasten.
primairom het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen, en
subsidiairom het verzoek van de man hem vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] te erkennen, toe te wijzen.