Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7969

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/09/696619 / FA RK 25-9744
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken en benoeming bijzondere curator in zorgregeling minderjarige

De rechtbank heeft op verzoek van de vader de zorgregeling voor de minderjarige heroverwogen. De vader vroeg om uitbreiding van de verblijfsregeling, met name overnachtingen, omdat hij stelt geen alcoholverslaving meer te hebben en de minderjarige dit ook wenst. De moeder betwist dit en wijst op aanhoudende zorgen over het alcoholgebruik van de vader en het ontbreken van een passend behandeltraject.

De rechtbank heeft de minderjarige gehoord, die aangaf geen behoefte te hebben aan meer verblijfsdagen bij de vader en twijfels uitte over diens stoppen met drinken. De vader kon onvoldoende aantonen dat zijn alcoholproblematiek onder controle is, mede omdat hij geen gestructureerd behandeltraject volgt. De rechtbank acht het belang van de minderjarige en haar veiligheid leidend en handhaaft de huidige zorgregeling met een beperkte uitbreiding van één overnachting per maand.

Daarnaast is een bijzondere curator benoemd om de minderjarige te vertegenwoordigen en haar gevoelens en wensen te onderzoeken, mede vanwege het gebrek aan vertrouwen in de vader en de spanningen rondom diens alcoholgebruik. De bijzondere curator start haar onderzoek na drie maanden en zal verslag uitbrengen aan de rechtbank. De rechtbank wijzigt ook de regeling omtrent de blaastesten, waarbij de moeder deze voortaan verzorgt.

De procedure wordt aangehouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator, waarna een nieuwe zitting zal plaatsvinden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank handhaaft de zorgregeling met beperkte uitbreiding en benoemt een bijzondere curator vanwege zorgen over het alcoholgebruik van de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9744
Zaaknummer: C/09/696619
Datum beschikking: 6 maart 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 22 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.J. Avis-Knuit te Hoofddorp.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.J. Hasselaar-Veltkamp te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 22 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
  • het F9-formulier van 27 januari 2026 van de zijde van de vader, met bijlage.
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 6 februari 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat.
Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .
- De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen blijkens een aantekening in het gezagsregister van 17 april 2017 het
gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 15 juli 2022 is bepaald dat [de minderjarige] bij de
vader zal zijn iedere week afwisselend op zaterdag dan wel zondag van 10.00 uur tot 18.30 uur (moeder brengt [de minderjarige] bij vader en vader brengt [de minderjarige] terug bij moeder) en van dinsdagmiddag uit school tot woensdagochtend naar school.
- Bij proces-verbaal van deze rechtbank van 1 juli 2025 is – voor zover hier van
belang – bepaald dat de vader [de minderjarige] bij zich mag hebben:
- één weekend in de veertien dagen (met ingang van 12 juli en l3 juli 2025), van zaterdag 11.00 uur tot 18.30 uur en op zondag van 11.00 uur tot 18.30 uur, waarbij de vader [de minderjarige] zal ophalen en de moeder [de minderjarige] bij de vader zal ophalen, waarbij de volgende voorwaarden zullen gelden:
- [de vader] zal bij de voordeur in het bijzijn van [de moeder] of als [de moeder] niet kan in het bijzijn van een derde, niet zijnde de nieuwe partner van [de moeder] , een blaastest afnemen waaruit blijkt of [de vader] wel of niet gedronken heeft (dus geen test waaruit alleen blijkt of hij mag rijden);
- [de vader] zal de blaastesten meenemen;
- als deze blaastest negatief is gaat [de minderjarige] met [de vader] mee;
- als deze blaastest niet negatief is, zal, indien daar aanleiding toe is, de wijkagent worden ingeschakeld;
- [de vader] gaat naar een psychiater en Voorieder 1 heeft contact met deze psychiater;
- er wordt niet slecht gesproken over de andere ouder tegen [de minderjarige] ;
- [de minderjarige] mag geen geheimen hebben voor de andere ouder;
- ieder huis heeft zijn eigen regels. Zijn er zorgen over [de minderjarige] , kan dit gedeeld worden, maar zonder oordeel. Het is aan de ander om hier wel/niet iets mee te doen;
- beknopte communicatie m.b.t. overdracht (alleen wat nodig is);
- antwoord op vragen binnen I week, kort en bondig;
- vertrouwen is hierin de basis.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van het ouderschapsplan van 30 mei 2023, de aanvulling daarop alsmede de vastgelegde afspraken in kort geding (proces-verbaal van 1 juli 2025), in die zin dat de vader thans verzoekt te bepalen:
- dat [de minderjarige] iedere week op dinsdag uit school tot woensdag naar school bij de vader
verblijft, waarbij [de minderjarige] bij de vader blijft slapen;
- dat [de minderjarige] om het andere weekend van vrijdag uit school (waarbij de vader haar
ophaalt) tot zondagavond 19.00 uur bij de vader verblijft, waarbij [de minderjarige] bij de vader
heeft gegeten;
  • dat de vakantieregeling conform het ouderschapsplan van 30 mei 2023 zal gelden;
  • dat de ouders het halen en brengen van [de minderjarige] gelijkelijk verdelen;
  • dat een bijzondere curator over [de minderjarige] wordt benoemd;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig te bepalen dat:
- de afspraken in het proces-verbaal van 1 juli 2025 worden gewijzigd in die zin dat
waar onder het derde gedachtestreepje thans staat “ [de vader] zal de blaastesten
meenemen” wordt bepaald “ [de moeder] zal de blaastesten verzorgen”, waarbij de
overige onderdelen van de afspraken volledig en integraal in stand blijven.

Beoordeling

Wijziging zorgregeling
Ontvankelijkheid – wijziging van omstandigheden
Op grond van artikel 1:253a vierde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De vader stelt dat de wijziging van omstandigheden gelegen is in het feit dat hij geen alcoholverslaving meer heeft. Volgens hem staat zijn eerdere problematiek niet langer in de weg aan een uitbreiding van de zorgregeling. Daarnaast stelt hij dat [de minderjarige] meerdere keren heeft aangegeven langer bij de vader te willen verblijven.
De moeder betwist dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. Volgens de moeder heeft de vader op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt dat zijn alcoholproblematiek daadwerkelijk beëindigd is en dat het contact tussen hem en [de minderjarige] op een veilige manier kan plaatsvinden. Daarnaast merkt de moeder op dat [de minderjarige] juist tegen haar heeft gezegd niet langer bij de vader te willen verblijven.
Nu de vader stelt dat hij geen alcoholverslaving meer heeft en dit, als dat zo is, van invloed kan zijn op de invulling en uitvoering van de zorgregeling acht de rechtbank de vader ontvankelijk in zijn verzoek. De rechtbank zal hierna beoordelen of deze omstandigheden ook dienen te leiden tot een wijziging van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
De vader stelt dat partijen in 2023 een ouderschapsplan zijn overeengekomen en dat zij de daarin opgenomen zorgregeling tot 1 maart 2025 hebben nageleefd. Rond die datum heeft de moeder de omgang stopgezet, nadat de vader door de politie was aangehouden in het bijzijn van [de minderjarige] wegens rijden onder invloed van alcohol. De vader stelt dat hij sinds deze aanhouding geen alcohol meer heeft genuttigd. Omdat de moeder het ouderschapsplan nadien niet langer naleefde, is de vader in juli 2025 een kort geding gestart. Tijdens dit kort geding zijn nieuwe afspraken over de omgang gemaakt. De vader stelt dat hij met deze afspraken heeft ingestemd omdat hij het van belang vond dat het contact tussen [de minderjarige] en hem zo spoedig mogelijk werd hervat. In dat kader heeft hij ingestemd met een zorgregeling zonder overnachtingen.
Inmiddels stelt de vader dat [de minderjarige] heeft aangegeven weer bij de vader te willen overnachten. De vader is daarnaast van mening dat hij zich sinds het kort geding aan alle gemaakte afspraken heeft gehouden. Voorafgaand aan ieder omgangsmoment heeft hij in aanwezigheid van de moeder een alcoholtest afgenomen, waar telkens uit bleek dat hij geen alcohol had gebruikt. De vader betwist dan ook dat thans sprake is van een alcohol- of middelenverslaving. Maar omdat hij de zorgen van de moeder begrijpt, is hij bereid om in aanloop naar een zorgregeling met overnachtingen, enkele malen met [de minderjarige] te overnachten bij zijn moeder en haar partner dan wel bij zijn zus en haar gezin, zodat er tijdens de overnachtingen andere volwassenen aanwezig zijn.
De moeder verzet zich uitdrukkelijk tegen de door de vader verzochte uitbreiding van de zorgregeling. Volgens de moeder is een dergelijke uitbreiding, gelet op de voorgeschiedenis, de aanhoudende zorgen over overmatig alcoholgebruik en het gebrek aan transparantie daarvan, niet in het belang van [de minderjarige] .
De moeder benadrukt dat zij contact tussen de vader en [de minderjarige] niet belemmert. Er is thans contact tussen de vader en [de minderjarige] op basis van de afspraken zoals vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 juli 2025, inclusief beschermende voorwaarden. De moeder acht uitbreiding van deze regeling (met name in de vorm van overnachtingen) niet verantwoord zolang de veiligheid van [de minderjarige] niet objectief en structureel is gewaarborgd en de vader geen inzicht geeft in een passend hulpverleningstraject dat is gericht op terugvalpreventie en het wegnemen van veiligheidsrisico’s.
Volgens de moeder is nog steeds sprake van alcoholproblematiek bij de vader en weigert hij daarvoor hulp te aanvaarden. Zij stelt dat sprake is van een terugkerend patroon waarbij de vader, in plaats van professionele hulp te zoeken, de verantwoordelijkheid bij de moeder legt en haar in een negatief daglicht plaatst. Om die reden is de moeder van mening dat het verzoek van de vader tot uitbreiding van de zorgregeling dient te worden afgewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de huidige zorgregeling (ingrijpend) uit te breiden en overweegt daartoe als volgt.
[de minderjarige] is voorafgaand aan de zitting door de rechter gehoord en heeft haar mening over het verzoek kenbaar gemaakt. Gelet op haar leeftijd en ontwikkelingsniveau betrekt de rechtbank haar mening bij de beoordeling van het wijzigingsverzoek.
[de minderjarige] heeft allereerst aangegeven dat zij het vervelend vond dat de vader een procedure is gestart zonder dit vooraf met haar te bespreken. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij niet de behoefte heeft om vaker bij de vader te verblijven en dat zij de huidige regeling voldoende vindt. Hoogstens zou zij één keer per maand bij de vader willen overnachten, maar niet vaker. Ten aanzien van de vakanties heeft [de minderjarige] aangegeven dat zij in de zomervakantie niet drie aaneengesloten weken bij de vader wil verblijven. Zij zou de voorkeur geven aan een periode van zeven dagen, bij voorkeur opgesplitst. Voorts heeft [de minderjarige] verklaard dat zij niet gelooft dat de vader daadwerkelijk is gestopt met drinken. [de minderjarige] heeft benadrukt dat zij het voor verbetering van het contact van belang vindt dat de vader eerlijk tegen haar is, met name over zijn alcoholgebruik en het roken.
Niet alleen de mening van [de minderjarige] ligt ten grondslag aan de beslissing om de zorgregeling niet ingrijpend uit te breiden. Ook het feit dat de vader onvoldoende inzicht heeft gegeven in het, naar zijn zeggen, onder controle hebben van zijn alcoholproblematiek, weegt zwaar mee in het oordeel van de rechtbank.
De vader heeft ter onderbouwing van zijn standpunt enkel een brief van zijn huisarts overgelegd, waaruit zou moeten blijken dat zijn alcoholgebruik onder controle is. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit deze brief echter onvoldoende worden afgeleid dat de vader zijn alcoholverslaving daadwerkelijk heeft aangepakt en onder controle heeft. De vader heeft daarnaast gesteld dat hij sinds zijn aanhouding wegens rijden onder invloed geen alcohol meer heeft genuttigd. Uit de stukken blijkt echter dat de vader al jarenlang met alcoholproblematiek kampt. De rechtbank acht de enkele stelling dat de vader na de aanhouding is gestopt, zonder nadere onderbouwing of inzicht in een concreet behandel- of begeleidingstraject, onvoldoende overtuigend. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat bij een langdurige alcoholverslaving in het algemeen een intensief en gestructureerd behandeltraject is aangewezen. Niet is gebleken dat de vader een dergelijk traject heeft gevolgd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het, mede met het oog op de veiligheid van [de minderjarige] , op de weg van de vader had gelegen om inzichtelijk te maken dat hij passende hulp heeft aanvaard en dat sprake is van een verandering.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat de huidige zorgregeling, zoals vastgelegd in het proces-verbaal van 1 juli 2025, onverkort van kracht blijft. Nu [de minderjarige] heeft aangegeven dat zij éénmaal per maand een overnachting bij de vader niet bezwaarlijk acht, zal de rechtbank deze mogelijkheid aan de bestaande zorgregeling toevoegen.
Ten aanzien van de zomervakantie zal de rechtbank bepalen dat [de minderjarige] in totaal zeven dagen bij de vader verblijft. Deze periode zal worden opgesplitst in een aaneengesloten periode van drie dagen en een aaneengesloten periode van vier dagen. De ouders dienen in onderling overleg te bepalen op welke momenten [de minderjarige] gedurende de zomervakantie deze periodes bij de vader zal verblijven. Wat betreft de overige vakanties zal de rechtbank bepalen dat de reguliere zorgregeling doorloopt.
Ten aanzien van het verzoek van de moeder om voortaan de blaastesten te verzorgen, overweegt de rechtbank als volgt. Gelet op de gerezen twijfel over de betrouwbaarheid van het huidige apparaat, mede in het licht van de reviews en de mogelijke beïnvloeding van de uitslag door roken, acht de rechtbank het redelijk dat de moeder voortaan de blaastest meeneemt en afneemt voorafgaand aan de omgangsmomenten. Dit dient voor de vader geen belemmering te vormen, nu hij heeft gesteld geen alcohol meer te gebruiken.
Bijzondere curator
Op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouders of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De rechtbank moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht en daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking nemen. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
De rechtbank overweegt dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW Pro. Uit het kindgesprek en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, blijkt dat [de minderjarige] momenteel onvoldoende vertrouwen heeft in de vader. Dit hangt samen met haar zorgen over zijn alcoholproblematiek. [de minderjarige] heeft, naar eigen zeggen, sinds het kort geding in juli 2025 tweemaal meegemaakt dat haar vader tijdens de omgang alcohol dronk. Dit geeft aan dat [de minderjarige] tijdens de omgangsmomenten enorm bezig is met de verslaving van vader en daardoor spanning ervaart in het contact met hem. Ook heeft zij aangegeven dat zij haar vader niet vertrouwt omdat hij niet altijd eerlijk is. Hierdoor is het moeilijk voor [de minderjarige] om een vertrouwensband met hem op te bouwen.
Voorts is gebleken dat [de minderjarige] momenteel onder behandeling is bij een psychotherapeut. Tijdens de zitting is echter onvoldoende duidelijk geworden in hoeverre binnen die behandeling aandacht wordt besteed aan de relatie tussen [de minderjarige] en haar vader. Gelet hierop acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen, zodat deze met haar in gesprek kan gaan over haar gevoelens met betrekking tot de relatie met de vader en haar daarin zelfstandig kan vertegenwoordigen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een bijzondere curator over [de minderjarige] benoemen. Maar, omdat [de minderjarige] momenteel al met een psychiater praat en dat voor haar al druk genoeg is, is met partijen afgesproken dat de bijzondere curator over drie maanden haar onderzoek zal starten, te weten rond 15 mei 2026.
Mr. E.J.M. Vreeburg- van der Laan, kantoorhoudende te Lisse, is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator voor [de minderjarige] op te treden. Deze onafhankelijke persoon zal [de minderjarige] vertegenwoordigen.
Concreet verzoekt de rechtbank dat de bijzondere curator de volgende vragen in haar onderzoek zal betrekken:
  • welke concrete zorgen heeft [de minderjarige] over het alcoholgebruik van haar vader;
  • in hoeverre zijn deze zorgen gebaseerd op eigen informatie/waarnemingen;
  • wat zijn de wensen en behoeften van [de minderjarige] ten aanzien van het contact met de vader;
  • op welke wijze kan de vertrouwensband tussen [de minderjarige] en de vader worden verbeterd en welke voorwaarden of ondersteuning worden daarvoor in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk geacht.
Het staat de bijzondere curator vrij om tussen de ouders en [de minderjarige] te bemiddelen en te proberen tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing te komen.
Van haar bevindingen dient de bijzondere curator binnen acht weken na 15 mei 2026 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en aan de ouders. De rechtbank zal in afwachting van dit verslag een beslissing op het verzoek aanhouden voor een periode van vijf maanden.
De rechtbank zal na ontvangst van het schriftelijke verslag van de bijzondere curator een mondelinge behandeling plannen, waarvoor belanghebbenden en de bijzondere curator zullen worden opgeroepen. Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar werkzaamheden voor deze procedure bij nadere beschikking als beëindigd beschouwen.
De rechtbank verzoekt de ouders hun telefoonnummers en hun e-mailadres zo spoedig mogelijk en ieder geval binnen een week naar de bijzondere curator te sturen (naar het in het dictum opgenomen e-mailadres), zodat de bijzondere curator hen kan uitnodigen voor een eerste gesprek.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de zorgregeling zoals vastgelegd bij proces-verbaal van deze rechtbank van 1 juli 2025 van kracht blijft, met de aanvulling dat [de minderjarige] één keer in de maand van zaterdag op zondag bij de vader blijft slapen;
wijzigt de voorwaarden bij de zorgregeling zoals vastgelegd bij proces-verbaal van deze rechtbank van 1 juli 2025 in die zin dat waar onder het derde gedachtestreepje thans staat “ [de vader] zal de blaastesten meenemen” zal staan “ [de moeder] zal de blaastesten verzorgen”, waarbij de overige voorwaarden in stand blijven;
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [de minderjarige] :
mr. E.J.M. Vreeburg-van der Laan
Heereweg 278, 2161 BT Lisse
[e-mailadres]
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk 10 juli 2026 schriftelijk verslag doet aan de rechtbank en de belanghebbenden;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;
bepaalt dat de ouders binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator hierop, als zij dat willen, schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de andere ouder te worden toegezonden;
bepaalt dat de behandeling ter zitting, na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum en tijdstip in aanwezigheid van de bijzondere curator;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
de zorgregeling en de proceskosten aan in afwachting van de werkzaamheden van de bijzondere curator tot 1 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2026.