Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7983

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/09/667963 / FA RK 24-4281
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:56 BWArt. 3 Protocol 23 november 2007Art. 1:93 BWArt. 1:94 BWArt. 1:100 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met partneralimentatie en verdeling huwelijksgoederengemeenschap

De rechtbank Den Haag heeft op 6 maart 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, gehuwd sinds 2001. De vrouw verzocht om echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

De rechtbank stelde vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en kende de echtscheiding toe. De vrouw trok het verzoek tot kinderalimentatie in omdat het meerderjarige kind grotendeels bij de man woont. De rechtbank legde de man een partneralimentatie op van €1.278,- bruto per maand, gebaseerd op een uitgebreide inkomens- en behoefteberekening volgens de hofnorm.

De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap omvatte onder meer de toedeling van de echtelijke woning aan de vrouw onder voorwaarden, diverse appartementen in het buitenland, aandelen in een BV, bankrekeningen, auto's, scooters, horloges en inboedel. De rechtbank stelde voorwaarden voor taxaties, betalingstermijnen, medewerking aan overdrachten en dwangsommen bij niet-naleving. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding en partneralimentatie.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, partneralimentatie vastgesteld op €1.278,- bruto per maand en gedetailleerde verdeling van huwelijksgoederengemeenschap met voorwaarden en dwangsommen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 24-4281 (echtscheiding) en FA RK 25-6766 (verdeling)
Zaaknummer: C/09/667963 (echtscheiding) en C/09/691232 (verdeling)
Datum beschikking: 6 maart 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 13 juni 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. O. Huisman te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: eerst mr. M.M. van Wijk te Honselersdijk, daarna mr. J. Dongelmans te Nieuwerkerk aan den IJssel, nu zonder advocaat.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9 formulier van 3 juli 2024 met bijlagen van de vrouw;
  • het aanvullend verzoekschrift van 5 augustus 2024 van de vrouw;
  • de brief van 27 augustus 2024 met bijlagen van de vrouw;
  • het F9 formulier van 2 september 2024 van de man;
  • de brief van 11 september 2024 met bijlagen van de vrouw;
  • het F9 formulier van 7 oktober 2024 met bijlagen van de vrouw;
  • het F9 formulier van 18 november 2024 van de man;
  • het verweerschrift, ingediend op 22 januari 2025 van de man;
  • het aanvullend verzoekschrift van 24 april 2025 van de vrouw;
  • het aanvullend verzoekschrift van 18 juni 2025 van de vrouw;
  • het F9 formulier van 27 juni 2025;
  • de brief van 3 oktober 2025 van de vrouw;
  • de brief van 8 oktober 2025 van de man;
  • de brief van 28 oktober 2025 van de vrouw;
  • de brief van 5 januari 2026 van de man;
  • het aanvullend verzoek van 8 januari 2026 van de vrouw.
Op 16 januari 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man.
Na de zitting is ontvangen:
- het F9 formulier van 27 januari 2026 van de vrouw.

Feiten

- Partijen zijn volgens de overgelegde huwelijksakte gehuwd op [datum] 2001 te [plaats 1] , [land] , welke huwelijksakte op 23 juli 2001 is opgenomen in het huwelijksregister aldaar. In de Basisregistratie Personen (BRP) staat het huwelijk geregistreerd op 23 juli 2001.
- Zij zijn de ouders van het volgende inmiddels meerderjarige kind:
- [meerderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] .
- Deze rechtbank heeft op 27 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende:
- dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [plaats 2] aan [adres 1] met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- dat de man aan de vrouw, met ingang van 27 februari 2025 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [meerderjarige] van € 488,- per maand, zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- dat de man aan de vrouw met ingang van 27 februari 2025 voorlopig een partneralimentatie van € 1.628,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek en verweer

Het verzoek zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- het in de te wijzen beschikking opnemen van de door partijen te maken afspraken terzake de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap die zullen worden neergelegd in een echtscheidingsconvenant;
-
primair: ingeval een door partijen ondertekend ouderschapsplan kan worden overgelegd, het opnemen van het ouderschapsplan in de te wijzen beschikking;
subsidiair: indien geen door partijen ondertekend ouderschapsplan kan worden overgelegd, het vaststellen van de hoofdverblijfplaats van [meerderjarige] bij de vrouw en het vaststellen van een zorgregeling waarbij [meerderjarige] de even weken bij de vrouw en de oneven weken bij de man verblijft, waarbij de wisseldag in overleg tussen partijen en in overleg met [meerderjarige] zal worden vastgesteld en waarbij [meerderjarige] de helft van de vakantie- en feestdagen bij de vrouw en de helft van de vakantie- en feestdagen bij de man verblijft;
- bepaling dat de man een kinderalimentatie voor [meerderjarige] ten bedrage van € 446,- per maand aan de vrouw dient te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, dan wel met ingang van een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen datum;
- bepaling dat de man als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw een bedrag ad € 3.235,- bruto per maand dient te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, dan wel met ingang van een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen datum;

Verzoek afschrift ex artikel 194 lid 1 Rv Pro jo 195 Rv

- het bevelen van de man om binnen drie weken na de te wijzen beschikking aan de vrouw een afschrift te verstrekken van de volgende stukken:
- een kopie van de huurovereenkomst terzake de Mercedes met [kenteken 1] ;
- stukken waaruit de banksaldi van de volgende rekeningen per 13 juni 2024 uit blijken:
o een betaalrekening bij ING Bank op naam van de man met het [rekeningnummer 1] ;
o een bankrekening bij SNS op naam van de man;
o een bankrekening bij BMCI op naam van de man met [rekeningnummer 2] ;
o een bankrekening bij [land] bank Attijariwafa bank;
o een bankrekening bij [land] bank Chaadia;
- een stuk waaruit de afkoopwaarde van de spaargroeiverzekering per 13 juni 2024 blijkt;
- een kopie van de overeenkomsten waarbij de Porsche Panemera Turbo S met [kenteken 2] en de Maserati Grancabrio met [kenteken 3] zijn verkocht;
op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat de man verzuimt daaraan te voldoen;
Verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap
- het als volgt gelasten van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen:
1.
woning aan [adres 1] te [plaats 2]
- de woning wordt toegedeeld aan de vrouw voor een bedrag van € 785.00,- onder de voorwaarde dat de vrouw uiterlijk binnen drie maanden na de verdeling van de hierna genoemde appartementen in [land] de financiering rond krijgt, zodanig dat de man wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening;
- voor zover de man niet akkoord gaat met voornoemde taxatiewaarde, te bepalen dat de man binnen twee weken na de te wijzen beschikking uit de door de vrouw voorgestelde makelaars één makelaar zal kiezen;
- te bepalen dat die makelaar in aanwezigheid van partijen de woning zal taxeren;
- te bepalen dat de kosten van de taxatie door beide partijen gedragen zullen worden, ieder voor de helft;
- te bepalen dat de woning wordt toegedeeld aan de vrouw voor de in het taxatierapport vermelde vrije verkoopwaarde onder de voorwaarde dat de vrouw uiterlijk binnen drie maanden na de verdeling van de hierna genoemde appartementen in [land] de financiering rond krijgt, zodanig dat de man wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening;
- de spaargroeiverzekering aan de vrouw wordt toebedeeld onder de voorwaarde dat zij de helft van de afkoopwaarde aan de man vergoedt;
- voor het geval het de vrouw niet lukt om de man tijdig te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening:
- te bepalen dat uiterlijk drie maanden na de verdeling van de hierna genoemde appartementen in [land] , gestart moet worden met de verkoop van de woning aan een derde. Die verkoop aan een derde moet geschieden op de volgende manier:
- de man kiest uit de door de vrouw ingeschakelde [makelaar] en twee door haar voorgestelde makelaars de verkopend makelaar;
- partijen zullen het advies van de makelaar ten aanzien van de vraag- en laatprijs volgen;
- partijen volgen het eventuele advies van de makelaar over het bijstellen van de vraag- en/of laatprijs;
- de hypothecaire geldlening zal bij gelegenheid van de eigendomsoverdracht worden afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning;
- de netto-verkoopopbrengst zal gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld;
- iedere partij is bij overdracht aan (een) derde(n) gehouden de helft van de kosten van de makelaar, notaris en overige kosten terzake van de verkoop en levering van de woning te dragen;
- te bepalen dat in dat geval de afkoopwaarde van de spaargroeiverzekering tussen partijen bij helfte wordt verdeeld;
2.
Appartementen in [plaats 3] , [land]
- te bepalen dat aan de vrouw worden toegedeeld:
o onroerend goed met kadastraal [nummer 1] betreft het eigendom genaamd [appartement 1] aan de [adres 2] te [plaats 3] , [land] ;
o het onroerend goed met kadastraal [nummer 2] betreft het eigendom genaamd [appartement 2]
aan de [adres 2] te [plaats 3] , [land] ;
o het eigendom genaamd [appartement 3]
te [plaats 3] , [land] aan de [adres 3] ;
- de man te veroordelen om volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan al hetgeen noodzakelijk is voor de levering en juridische eigendomsoverdracht van voornoemde appartementen aan de vrouw, daaronder begrepen maar niet beperkt tot:
o het verlenen van medewerking aan het opstellen en passeren van de notariële akte van levering;
o het ondertekenen van alle daartoe vereiste documenten;
o het verschijnen bij de notaris op eerste verzoek;
- te bepalen dat indien de man niet aan voornoemde veroordeling voldoet, hij aan de vrouw een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per overtreding te vermeerderen met een bedrag van € 500,- per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat de overtreding voortduurt, met een maximum van
€ 600.000,-;
- te bepalen dat aan man wordt toegedeeld:
o het eigendom genaamd [appartement 4]
te [plaats 3] , [land] , [adres 4] ;
3.
Aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V.
- te bepalen dat de man binnen twee weken na de te wijzen beschikking uit de door de vrouw voorgestelde belastingadvies/accountantskantoren één zal kiezen;
- te bepalen dat de gekozen belastingadviseur/accountant de aandelen zal waarderen;
- te bepalen dat de man binnen twee weken na de te wijzen beschikking uit de door de vrouw voorgestelde makelaars één zal kiezen voor de taxatie van de woning te [plaats 4] ;
- te bepalen dat de kosten voor de waardering van de aandelen en de daarbij behorende taxatie van de woning door beide partijen gedragen zullen worden, ieder voor de helft;
- te bepalen dat de man binnen vier weken na de waardering aan de vrouw moet laten weten of hij financieel in staat is om het aandeel van de vrouw in de aandelen over te nemen;
- te bepalen dat de levering van het aandeel van de vrouw in de aandelen dient plaats te vinden binnen acht weken na de waardering;
- te bepalen dat de man ten tijde van de overdracht aan hem van het aandeel van de vrouw in de aandelen bij de notaris de helft van de waarde van de aandelen minus de op dat aandeel rustende latente belastingclaim aan de vrouw dient te voldoen en dat de kosten van het notariële transport door de man zullen worden gedragen;
Voor het geval toedeling van het aandeel van de vrouw aan de man niet binnen de gestelde termijn zal zijn gerealiseerd:
- te bepalen dat de aandelen aan een derde worden verkocht;
- te bepalen dat partijen de door de belastingadviseur/accountant gemaakte waardering bij het bepalen van de vraag- of laatprijs als uitgangspunt zullen nemen;
- te bepalen dat de netto-verkoopopbrengst gelijkelijk tussen partijen dient te worden verdeeld;
- te bepalen dat iedere partij bij overdracht aan (een) derde(n) gehouden is de helft van de kosten van de notaris en overige kosten terzake de verkoop en levering van de aandelen te dragen.
4.
Bankrekeningen
- het saldo van de rekening met [rekeningnummer 3] aan de vrouw toe te bedelen onder de voorwaarde dat zij een bedrag van € 3.397,29 aan de man vergoedt;
- het saldo van de rekening met [rekeningnummer 4] aan de vrouw toe te bedelen onder de voorwaarde dat zij een bedrag van € 878,47 aan de man vergoedt;
- het saldo van de rekening met [rekeningnummer 5] aan de vrouw toe te bedelen onder de voorwaarde dat zij een bedrag van € 6.292,68 aan de man vergoedt;
- het saldo van de rekening bij ING Bank met [rekeningnummer 6] aan de man toe te bedelen waarbij de vrouw een bedrag van € 13.039,64 aan de man vergoedt;
- het saldo van de rekening bij ING Bank met [rekeningnummer 1] aan de man toe te bedelen onder de voorwaarde dat hij de helft van het saldo aan de vrouw vergoedt;
- het saldo van de rekening bij [land] bank BMCI met [rekeningnummer 2] aan de man toe te delen onder de voorwaarde dat hij de helft van het saldo aan de vrouw vergoedt;
5.
Auto’s, scooters en elektrische fiets
- te bepalen dat de Porsche Cayenne Turbo met het [kenteken 4] aan de man wordt toebedeeld, met de bepaling dat:
o de man binnen twee weken de te wijzen beschikking uit de door de vrouw voorgestelde autogarages één autogarage zal kiezen;
o de gekozen autogarage de Porsche zal taxeren;
o de Porsche voor de getaxeerde waarde wordt toebedeeld aan de man onder de voorwaarde dat hij binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de helft van de waarde aan de vrouw vergoedt;
o de man de kosten van de taxatie zal dragen.
o voor het geval de man niet binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de waarde van de Porsche aan de vrouw vergoedt, partijen de Porsche te koop aanbieden aan de door de vrouw voorgestelde autogarages en partijen de auto verkopen aan de garage die de hoogste prijs biedt;
- te bepalen dat de verkoopopbrengst van de Porsche Panamera Turbo S met [kenteken 2] en de Maserati Grancabrio met [kenteken 3] aan de man wordt toebedeeld onder de verplichting de helft daarvan aan de vrouw te vergoeden;
- de rechten en verplichtingen uit hoofde van de huurkoopovereenkomst terzake de Mercedes met [kenteken 1] aan de man toe te bedelen met verrekening van de eventuele positieve dan wel negatieve waarde;
- te bepalen dat de Scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2016 aan de vrouw wordt toegedeeld;
- te bepalen dat de scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2024 en de Knaap fatbike aan de man worden toegedeeld;
6.
Horloges en tafelklok
- te bepalen dat de groene Rolex Hulk aan de zoon van partijen, [meerderjarige] , wordt geschonken en buiten de verdeling blijft en de overige twee horloges en de klok aan de man worden toebedeeld onder de voorwaarde dat hij binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de helft van de waarde van die twee horloges en de klok aan de vrouw vergoedt;
- te bepalen dat de man binnen twee weken na de te wijzen beschikking uit de door de vrouw voorgestelde taxatiebureau en juwelier één zal kiezen;
- te bepalen dat het gekozen taxatiebureau/juwelier de horloges en klok zal taxeren;
- te bepalen dat de man de kosten van taxatie zal dragen;
Voor het geval de man niet binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de helft van de waarde van de twee horloges en klok aan de vrouw vergoedt:
- te bepalen dat partijen de twee horloges en klok te koop aanbieden aan [juwelier 1] en [juwelier 2] en partijen die verkopen aan de juwelier die de hoogste prijs biedt;
7.
Inboedelgoederen
- de inboedel in de woning te [plaats 2] aan de vrouw toe te bedelen zonder dat de man recht heeft op een vergoeding jegens de vrouw;
- de inboedel in de woning te [plaats 4] aan de man toe te bedelen onder de voorwaarde dat hij de helft van de waarde ad € 5.000,- aan de vrouw vergoedt;
althans een in goede justitie te bepalen beslissing te nemen ten aanzien van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van partijen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu beide echtgenoten de Nederlandse nationaliteit hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal op grond van artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Ontvankelijkheid
Nu [meerderjarige] inmiddels meerderjarig is, behoeft geen ouderschapsplan te worden ingediend. Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft zich ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
Aanhechten echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan
De man en de vrouw hebben geen ouderschapsplan en/of echtscheidingsconvenant gesloten zodat het verzoek van de vrouw om opname daarvan in de beschikking wordt afgewezen.
Kinderalimentatie
Op de zitting heeft de vrouw haar verzoek om een door de man te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [meerderjarige] ingetrokken. [meerderjarige] woont grotendeels bij de man die de kosten van [meerderjarige] betaalt.
Partneralimentatie
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij ook rechtsmacht met betrekking tot het alimentatieverzoek.
Op het verzoek tot alimentatie voor de vrouw zal de rechtbank op grond van artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling partneralimentatie
Behoefte van de vrouw
De vrouw heeft haar behoefte gesteld op € 4.294,- netto per maand aan de hand van de hofnorm.
De man heeft de behoefte aan de verzochte bijdrage betwist en heeft daartoe gesteld dat de vrouw zelf in haar levensonderhoud kan voorzien aangezien zij geen jonge kinderen meer heeft om voor te zorgen en zij fulltime kan werken. De vrouw was werkzaam in het bedrijf van de man en zij kan dezelfde functie bij een andere werkgever gaan vervullen, aldus de man.
De rechtbank zal de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw berekenen aan de hand van de hofnorm. Hierbij wordt de behoefte van de onderhoudsgerechtigde vastgesteld op 60% van het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van partijen minus de kosten van de kinderen. De rechtbank rekent met het tarief 2025-1.
De rechtbank zal voor de berekening van het NBI van de vrouw uitgaan van de door de vrouw overgelegde salarisspecificatie van juni 2024 waaruit blijkt dat de vrouw een bruto maandinkomen heeft van € 2.202,-, exclusief 8% vakantiegeld. De rechtbank zal rekening houden met een pensioenpremie van € 129,-, een PAWW premie van € 2,- en een premie arbeidsongeschiktheid van € 15,-.
Daarnaast houdt de rechtbank ook rekening met:
  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting.
De rechtbank berekent het NBI van de vrouw op € 2.124,- per maand.
De rechtbank zal voor de berekening van het NBI van de man uitgaan van zijn jaarinkomen van € 129.720,- zoals volgt uit zijn jaaropgave 2024. Op de zitting heeft de man desgevraagd verklaard dat het goed gaat met zijn bedrijf, dus de rechtbank ziet geen aanleiding om van een lager inkomen uit te gaan. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.
De rechtbank berekent het NBI van de man op € 6.282,- per maand.
De rechtbank berekent het NBGI van de man en de vrouw op (€ 2.124,- + € 6.282,- =) € 8.406,-per maand. De rechtbank zal bij het bepalen van de behoefte van de vrouw rekening houden met de kosten van [meerderjarige] en deze kosten in mindering brengen op het NBGI. In de voorlopige voorzieningenprocedure zijn partijen uitgegaan van een behoefte van [meerderjarige] in 2025 van € 990,- in 2025.
De behoefte van de vrouw bedraagt op grond van de hofnorm afgerond
(0,6 x [8.406 – 990] =) € 4.450,- netto per maand in 2025. Dit is geïndexeerd naar 2026 € 4.655,- netto per maand.
Aanvullende behoefte van de vrouw
Op de hiervoor berekende netto behoefte van de vrouw van € 4.655,- per maand moet haar netto besteedbaar inkomen in mindering worden gebracht. De man heeft gesteld dat het waarschijnlijk is dat er een einde komt aan het dienstverband van de vrouw bij zijn BV. De rechtbank zal niet vooruitlopen op een onzekere toekomstige omstandigheid en gaat uit van dezelfde gegevens als zij hiervoor heeft gedaan bij de berekening van de behoefte van de vrouw en rekent met het tarief 2026-1. Dit leidt tot een aanvullende behoefte van € 2.518,- netto per maand (€ 4.655 - € 2.137,-). De rechtbank gaat er hierbij van uit dat de man niet langer (onder meer) de hypotheeklasten van de echtelijke woning betaalt.
Draagkracht van de man
De rechtbank gaat bij de berekening van de draagkracht van de man voor de partneralimentatie uit van dezelfde financiële gegevens als zij hiervoor heeft gebruikt bij de berekening van de behoefte van de vrouw. De rechtbank berekent het NBI van de man voor partneralimentatie op € 6.316,- maand (tarief 2026-1)
Hieruit volgt een draagkracht van de man van € 1.834, per maand. Daarop wordt door de rechtbank het aandeel van de man in de kosten van [meerderjarige] van € 1.036,- (geïndexeerd naar 2026) per maand in mindering gebracht
.
Hierna is € 798,- netto per maand beschikbaar voor de partneralimentatie. Dat is € 1.278,-bruto per maand.
Inkomensvergelijking
Om te bepalen of de man door de voldoening van de hiervoor berekende partneralimentatie aan de vrouw niet in een nadeliger financiële positie komt te verkeren dan de vrouw, heeft de rechtbank een inkomensvergelijking gemaakt. Uit de inkomensvergelijking volgt dat dit niet het geval is, zodat er geen reden is om op grond van de inkomensvergelijking een lager bedrag op te leggen aan partneralimentatie.
Conclusie
De rechtbank zal gelet op het voorgaande bepalen dat de man, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, een partneralimentatie van € 1.278,- bruto per maand aan de vrouw moet betalen. Het meer of anders verzochte over de partneralimentatie wijst de rechtbank af.
Aanhechten berekeningen
De rechtbank zal de alimentatieberekeningen aan deze beschikking hechten.
Verdeling
Rechtsmacht
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij ook rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).
Toepasselijk recht
De man en de vrouw zijn op [datum] 2001 te [plaats 1] . [land] met elkaar gehuwd. Daarom is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130 (hierna: het Verdrag) van toepassing op het huwelijksvermogensregime.
Niet gesteld of gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt voor het toepasselijk recht.
Op grond van artikel 4 van Pro het Verdrag wordt, als de echtgenoten vóór het huwelijk het toepasselijke recht niet hebben aangewezen, hun huwelijksvermogensregime beheerst door het interne recht van de Staat op welks grondgebied zij hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigen. Nu partijen hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk in Nederland hebben gevestigd, is het Nederlands recht van toepassing op de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime.
Niet gesteld of anderszins is de rechtbank gebleken dat partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Gelet op het bepaalde in artikel 1:93 en Pro 1:94 BW, zoals deze golden tot
1 januari 2018, bestaat tussen partijen dus een wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Het uitgangspunt is dat de gemeenschap van goederen op grond van artikel 1:100 BW Pro bij helfte tussen partijen moet worden verdeeld.
Inhoudelijke beoordeling
Inleiding
De vrouw is de echtscheidingsprocedure gestart met het inleidend verzoekschrift van 13 juni 2024. Van de zijde van de man is door zijn toenmalige advocaat alleen verweer gevoerd tegen dit inleidende verzoekschrift en het aanvullende verzoekschrift van de vrouw van 5 augustus 2024. Het verweerschrift dat op 22 januari 2025 namens de man werd ingediend, besloeg drie pagina’s zonder begeleidende stukken. Van de zijde van de man is daarna geen enkel stuk meer ingediend behalve het aanhoudingsverzoek. Tot voor kort heeft de man een advocaat gehad die dit had kunnen doen. Dat de man dat tot op heden niet heeft gedaan, komt voor zijn rekening en risico. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen reden om de zaak aan te houden, om de man de gelegenheid te geven een nieuwe advocaat te zoeken. De rechtbank heeft op de zitting geprobeerd de bestanddelen van de huwelijksgemeenschap met de man te bespreken om zijn standpunt te horen, maar de man heeft de vragen van de rechtbank niet beantwoord, ook niet toen het om eenvoudige onderwerpen ging. De rechtbank heeft er geen vertrouwen in dat de man binnen vier maanden wel een advocaat heeft. De rechtbank houdt het er daarom voor dat de man geen verweer voert tegen de verzoeken van de vrouw met betrekking tot de verdeling van de gemeenschap van goederen.
Peildatum
De peildatum voor de bepaling van de omvang van de gemeenschap is 13 juni 2024, dit is de datum van indiening van het verzoekschrift. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt de datum waarop de verdeling feitelijk wordt uitgevoerd, tenzij partijen anders overeenkomen of op basis van redelijkheid en billijkheid daarvan dient te worden afgeweken. Dit laatste is niet gesteld of gebleken.
Samenstelling gemeenschap
Door de vrouw zijn de volgende vermogensbestanddelen genoemd die in de verdeling betrokken dienen te worden:
de echtelijke woning aan [adres 1] te [plaats 2] met de daarop rustende hypothecaire gelding bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 7] en met de daaraan gekoppelde spaargroeiverzekering bij de ABN AMRO Bank;
onroerend goed met kadastraal [nummer 1] betreft het eigendom genaamd [appartement 1] aan de [adres 2] te [plaats 3] , [land] ;
het onroerend goed met kadastraal [nummer 2] betreft het eigendom genaamd [appartement 2]
aan de [adres 2] te [plaats 3] , [land] ;
4. het eigendom genaamd [appartement 3]
te [plaats 3] , [land] aan de [adres 3] ;
5. het eigendom genaamd [appartement 4]
te [plaats 3] , [land] , [adres 4] ;
6. de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. (waarvan de waarde van [bedrijfsnaam 2] B.V. en de woning in [plaats 4] aan het [adres 5] deel uitmaken;
7. een betaalrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 3] op naam van de vrouw;
8. een betaalrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 4] op naam van de vrouw;
9. een spaarrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 5] op naam van de vrouw;
10. een betaalrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 6] op naam van de man;
11. een betaalrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 1] op naam van de man;
12. een bankrekening bij SNS Bank op naam van de man;
13. een bankrekening bij [land] bank BMCI met [rekeningnummer 2] op naam van de man;
14. een bankrekening bij [land] bank Attijariwafa bank;
15. een bankrekening bij [land] bank Chaadia bank;
16. de Porsche Cayenne Turbo met [kenteken 4] ;
17. de verkoopopbrengst van de Porsche Panamera Turbo S met [kenteken 2] ;
18. de verkoopopbrengst van de Maserati Crancabrio met [kenteken 3] ;
19. een huurkoopovereenkomst ten aanzien van een Mercedes met [kenteken 1] ;
20. een scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2016 en [kenteken 5] ;
21. een scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2024 en [kenteken 6] ;
22. een Knaap fatbike met bouwjaar 2022;
23. twee horloges van het merk Rolex;
24. een horloge van het merk Breitling;
25. een tafelklok van het merk Chopard;
26. inboedelgoederen van de woning in Den Haag aan [adres 1] ;
27. inboedelgoederen van de woning in [plaats 4] aan het [adres 5] .
Ad 1) echtelijke woning, hypotheek en verzekering
De vrouw heeft primair verzocht de woning aan haar toe te delen voor een waarde van € 785.000,-. Ook verzoekt zij om de spaargroeiverzekering aan haar toe te delen onder de voorwaarde dat zij de helft van de afkoopwaarde aan de man vergoedt. De rechtbank zal deze verzoeken van de vrouw als niet weersproken toewijzen en de verder te volgen procedure vaststellen volgens het in het dictum vermelde spoorboekje.
Ad 2 tot en met 5) appartementen in [land]
De vrouw verzoekt aan haar toe te delen [appartement 1] voor de getaxeerde waarde van € 196.122,-, [appartement 3] € 206.208 voor de getaxeerde waarde van € 206.208,- en [appartement 2] voor de getaxeerde waarde van € 228.809,-,
De vrouw verzoekt aan de man toe te delen [appartement 4] voor de getaxeerde waarde van € 185.849,-.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw ten aanzien van de appartementen als niet weersproken toewijzen en de verder te volgen procedure vaststellen volgens het in het dictum vermelde spoorboekje.
Ad 6) aandelen [bedrijfsnaam 1] BV
De vrouw verzoekt de aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V. aan de man toe te delen dan wel te bepalen dat de aandelen aan een derde worden verkocht. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken toewijzen en de verder te volgen procedure vaststellen volgens het in het dictum vermelde spoorboekje.
Ad 7 tot en met 15) bankrekeningen
De vrouw verzoekt aan haar toe te delen:
het saldo per de peildatum op de betaalrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 3] op naam van de vrouw, onder verrekening van de helfte van het saldo met de man;
het saldo per de peildatum op de betaalrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 4] op naam van de vrouw, onder verrekening van de helft van het saldo met de man;
het saldo per de peildatum op de spaarrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 5] op naam van de vrouw, onder verrekening van de helft van het saldo met de man;
De vrouw verzoekt aan de man toe te delen, onder verrekening van de helft van het saldo met de vrouw:
het saldo per de peildatum op betaalrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 1] op naam van de man;
het saldo per de peildatum op de bankrekening bij SNS Bank op naam van de man;
het saldo per de peildatum op de bankrekening bij [land] bank BMCI met [rekeningnummer 2] op naam van de man;
het saldo per de peildatum op de bankrekening bij [land] bank Attijariwafa bank;
het saldo per de peildatum op de bankrekening bij [land] bank Chaadia bank
het saldo per de peildatum op de betaalrekening de ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 6] op naam van de man onder de verplichting van de vrouw een bedrag van € 13.039,64 aan de man te vergoeden.
De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw ten aanzien van de bankrekeningen als niet weersproken toewijzen.
Ad 16 tot en met 19) auto’s
De vrouw verzoekt:
  • te bepalen dat de verkoopopbrengst van de Porsche Panamera Turbo S met [kenteken 2] en de Maserati Grancabrio met [kenteken 3] aan de man worden toebedeeld onder de verplichting de helft daarvan aan de vrouw te vergoeden;
  • de rechten en verplichtingen uit hoofde van de huurkoopovereenkomst terzake de Mercedes met [kenteken 1] aan de man toe te bedelen met verrekening van de eventuele positieve dan wel negatieve waarde;
  • de Porsche Cayenne Turbo met [kenteken 4] aan de man toe te delen;
De rechtbank zal deze verzoeken van de vrouw als niet weersproken toewijzen en de verder te volgen procedure ten aanzien van de Porsche Cayenne Turbo met [kenteken 4] vaststellen volgens het in het dictum vermelde spoorboekje.
Ad 20 tot en met 22) scooters en elektrische fiets
De vrouw verzoekt aan haar toe te delen de scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2016 en [kenteken 5] en aan de man toe te delen de scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2024 en [kenteken 6] , alsmede de Knaap Fatbike met bouwjaar 2022, met verrekening van de helft van de waarde over en weer.
De rechtbank zal deze verzoeken van de vrouw als niet weersproken toewijzen en de verder te volgen procedure vaststellen volgens het in het dictum vermelde spoorboekje.
Ad 23 tot en met 25) horloges en klok
De vrouw verzoekt te bepalen dat het groene Rolex Hulk horloge buiten de verdeling blijft en aan de zoon van partijen, [meerderjarige] wordt geschonken.
De rechtbank kan dit niet bepalen. Partijen kunnen dit wel onderling overeenkomen. De rechtbank zal dit verzoek als niet op de wet gegrond afwijzen.
De vrouw verzoekt het tweede horloge van het merk Rolex en het horloge van het merk Breitling en de tafelklok van het merk Chopard aan de man toe te delen, onder verrekening helft van de waarde met de vrouw.
De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken toewijzen en de verder te volgen procedure vaststellen volgens het in het dictum vermelde spoorboekje.
Ad 26) inboedel woning Treslonglaan
De vrouw verzoekt de inboedelzaken in de woning aan de Treslonglaan aan haar toe te delen zonder nadere verrekening met de man.
De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken toewijzen.
Ad 27) inboedel woning Heeren van ’s-Gravensande
De vrouw verzoekt de inboedelzaken in de woning aan [adres 5] te [plaats 4] aan de man toe te delen, onder de verplichting een bedrag van € 5.000,- aan de vrouw te vergoeden.
De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken toewijzen.
Verzoek afschrift ex artikel 194 lid 1 Rv Pro jo 195 Rv
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om te bevelen dat de man binnen drie weken na de te wijzen beschikking een afschrift aan de vrouw van de door haar gevraagde stukken zal verstrekken op straffe van een dwangsom, als niet weersproken toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2001 te [plaats 1] [land] (in de Basisregistratie Personen geregistreerd op 23 juli 2001);
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, een partneralimentatie van € 1.278,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
Echtelijke woning
met betrekking tot de echtelijke woning, gelegen aan [adres 1] te [plaats 2] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 7] en de spaargroeiverzekeringpolis bij ABN AMRO Bank:
1. de woning en de spaargroeiverzekeringspolis worden toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) de vrouw zal de woning voor een bedrag van € 785.000,- overnemen;
b) de vrouw dient binnen drie maanden na de verdeling (datum notariële overdracht) van de hierna genoemde appartementen in [land] en onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen het genoemde bedrag kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit het genoemde bedrag van € 785.000,-, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde groeiverzekeringpolis ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht;
d) de kosten van de notariële overdracht worden door partijen gezamenlijk voldaan;
e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2. indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen verstrekken binnen één week nadat de onder 1b) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan een makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht tot verkoop van de woning aan een derde. De man kiest uit de door de vrouw ingeschakelde [makelaar] en twee door haar voorgestelde makelaar-taxateurs de verkopend makelaar-taxateur.
Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde groeiverzekeringpolis ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
Appartementen in [plaats 3] , [land]
met betrekking tot betreft het eigendom genaamd [appartement 1] aan de [adres 2] te [plaats 3] , [land] :
1. het onroerend goed wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) de vrouw zal het onroerend goed voor een bedrag van € 196.122,- overnemen;
b) de waarde van het onroerend goed wordt tussen partijen bij helfte gedeeld. De waarde bestaat uit genoemd bedrag van € 196.122,-, zodat de vrouw aan de man een bedrag van € 98.061,- dient te voldoen;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van het onroerend goed;
met betrekking tot het onroerend goed met
kadastraal [nummer 2]betreft het eigendom genaamd [appartement 2]
aan de [adres 2] te [plaats 3] , [land] :
1. het onroerend goed wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) de vrouw zal het onroerend goed voor een bedrag van € 228.809,- overnemen;
b) de waarde van het onroerend goed wordt tussen partijen bij helfte gedeeld. De waarde bestaat uit genoemd bedrag van € 228.809,-, zodat de vrouw aan de man een bedrag van € 114.404,50 dient te voldoen;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van het onroerend goed;
met betrekking tot het eigendom genaamd [appartement 3]
te [plaats 3] , [land] aan de [adres 3] :
1. het onroerend goed wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) de vrouw zal het onroerend goed voor een bedrag van € 206.208,- overnemen;
b) de waarde van het onroerend goed wordt tussen partijen bij helfte gedeeld. De waarde bestaat uit genoemd bedrag van € 206.208,-, zodat de vrouw een bedrag van € 103.104,- aan de man dient te voldoen;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van het onroerend goed;
met betrekking tot het eigendom genaamd [appartement 4]
te [plaats 3] , [land] , [adres 4] :
1. het onroerend goed wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) de man zal het onroerend goed voor een bedrag van € 185.849,- overnemen;
b) de waarde van het onroerend goed wordt tussen partijen bij helfte gedeeld. De waarde bestaat uit genoemd bedrag van € 185.849.-, zodat de man een bedrag van € 92.924,50 aan de vrouw dient te voldoen;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van het onroerend goed;
met de bepaling dat als de man zijn medewerking niet verleent aan de notariële overdracht van voornoemde appartementen aan de vrouw, daaronder begrepen maar niet beperkt tot:
  • het verlenen van medewerking aan het opstellen en passeren van de notariële akte van levering;
  • het ondertekenen van alle daartoe vereiste documenten;
  • het verschijnen bij de notaris op eerste verzoek;
hij aan de vrouw een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per overtreding te vermeerderen met een bedrag van € 500,- per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 600.000,-;
Aandelen in [bedrijfsnaam 1] B.V.
1. de aandelen worden toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) binnen twee weken na de te wijzen beschikking zal de man uit de door de vrouw voorgestelde belastingadvies/accountantskantoren er één kiezen;
b) de gekozen belastingadviseur/accountant zal de aandelen waarderen;
c) binnen twee weken na de te wijzen beschikking zal de man uit de door de vrouw voorgestelde makelaars er één kiezen voor de taxatie van de woning te [plaats 4] ;
d) de kosten voor de waardering van de aandelen en de daarbij behorende taxatie van de woning zullen door beide partijen gedragen, ieder voor de helft;
e) de man laat binnen vier weken na de waardering aan de vrouw weten of hij financieel in staat is om het aandeel van de vrouw in de aandelen over te nemen;
f) de levering van het aandeel van de vrouw in de aandelen dient plaats te vinden binnen acht weken na de waardering;
g) de man dient ten tijde van de overdracht aan hem van het aandeel van de vrouw in de aandelen bij de notaris de helft van de waarde van de aandelen minus de op dat aandeel rustende latente belastingclaim aan de vrouw te voldoen en de kosten van het notariële transport zullen door de man worden gedragen;
voor het geval toedeling van het aandeel van de vrouw aan de man niet binnen de gestelde termijn zal zijn gerealiseerd:
- zullen de aandelen aan een derde worden verkocht;
- zullen partijen de door de belastingadviseur/accountant gemaakte waardering bij het bepalen van de vraag- of laatprijs als uitgangspunt nemen;
- zal dat de netto-verkoopopbrengst gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld;
- is iedere partij bij overdracht aan (een) derde(n) gehouden de helft van de kosten van de notaris en overige kosten terzake de verkoop en levering van de aandelen te dragen;
Bankrekeningen
1. aan de vrouw worden toegedeeld:
- het saldo per de peildatum op de betaalrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 3] op naam van de vrouw, onder verrekening van de helfte van het saldo met de man;
- het saldo per de peildatum op de betaalrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 4] op naam van de vrouw, onder verrekening van de helft van het saldo met de man;
- het saldo per de peildatum op de spaarrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 5] op naam van de vrouw, onder verrekening van de helft van het saldo met de man;
2. aan de man worden toegedeeld:
- het saldo per peildatum op de betaalrekening bij ABN AMRO Bank met [rekeningnummer 6] onder de verplichting van de vrouw een bedrag van € 13.039,64 aan de man te vergoeden;
- het saldo per de peildatum op betaalrekening bij ING Bank met [rekeningnummer 1] op naam van de man, onder verrekening van de helft van het saldo met de vrouw;
- het saldo per de peildatum op de bankrekening bij SNS Bank op naam van de man, onder verrekening van de helft van het saldo met de vrouw;
- het saldo per de peildatum op de bankrekening bij [land] bank BMCI met [rekeningnummer 2] op naam van de man. onder verrekening van de helft van het saldo met de vrouw;
- het saldo per de peildatum op de bankrekening bij [land] bank Attijariwafa bank, onder verrekening van de helft van het saldo met de vrouw;
- het saldo per de peildatum op de bankrekening bij [land] bank Chaadia bank, onder verrekening van de helft van het saldo met de vrouw;
Porsche Cayenne Turbo
1. de Porsche Cayenne Turbo met het [kenteken 4] wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) de man zal binnen twee weken na de te wijzen beschikking uit de door de vrouw voorgestelde autogarages één autogarage kiezen;
b) de gekozen autogarage zal de Porsche taxeren;
c) de Porsche wordt voor de getaxeerde waarde toebedeeld aan de man onder de voorwaarde dat hij binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de helft van de waarde aan de vrouw vergoedt;
d) de man zal de kosten van de taxatie dragen;
e) voor het geval de man niet binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de waarde van de Porsche aan de vrouw vergoedt, zullen partijen de Porsche te koop aanbieden aan de door de vrouw voorgestelde autogarages en zullen partijen de auto verkopen aan de garage die de hoogste prijs biedt;
Overige (opbrengst) auto’s, scooters en elektrische fiets
1. aan de man worden toegedeeld:
- de verkoopopbrengst van de Porsche Panamera Turbo S met [kenteken 2] en de Maserati Grancabrio met [kenteken 3] onder de verplichting de helft daarvan aan de vrouw te vergoeden;
- de rechten en verplichtingen uit hoofde van de huurkoopovereenkomst terzake de Mercedes met [kenteken 1] met verrekening van de eventuele positieve dan wel negatieve waarde;
- de scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2024;
- de Knaap fatbike;
2. aan de vrouw wordt toegedeeld:
- de Scooter Vespa Sprint met bouwjaar 2016;
Horloges en tafelklok
1. het horloge van het merk Rolex en het horloge van het merk Breitling en de tafelklok van het merk Chopard worden toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) de man vergoedt binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de helft van de waarde van de twee horloges en de klok aan de vrouw;
b) de man zal binnen twee weken na de te wijzen beschikking uit de door de vrouw voorgestelde taxatiebureaus/juweliers er één kiezen;
c) het gekozen taxatiebureau/juwelier zal de horloges en klok taxeren;
d) de man zal de kosten van taxatie dragen;
e) voor het geval de man niet binnen drie maanden na de te wijzen beschikking de helft van de waarde van de twee horloges en klok aan de vrouw vergoedt zullen partijen de twee horloges en klok te koop aanbieden aan [juwelier 1] en [juwelier 2] en die verkopen aan de juwelier die de hoogste prijs biedt;
Inboedel woning Treslonglaan
aan de vrouw worden toegedeeld de inboedelzaken in de woning aan [adres 1] te [plaats 2] , zonder nadere verrekening met de man;
Inboedel woning Heeren van ’s-Gravensande
aan de man worden toegedeeld de inboedelzaken in de woning aan [adres 5] te [plaats 4] , onder de verplichting een bedrag van € 5.000,- aan de vrouw te vergoeden;
*
bepaalt dat de man binnen drie weken na de te wijzen beschikking aan de vrouw een afschrift dient te verstrekken van de volgende stukken:
  • een kopie van de huurkoopovereenkomst terzake de Mercedes met [kenteken 1] ;
  • stukken waaruit de banksaldi van de volgende rekeningen per 13 juni 2024 uit blijken:
een betaalrekening bij ING Bank op naam van de man met het [rekeningnummer 1] ;
een bankrekening bij SNS op naam van de man;
een bankrekening bij BMCI op naam van de man met [rekeningnummer 2] ;
een bankrekening bij [land] bank Attijariwafa bank;
een bankrekening bij [land] bank Chaadia bank;
  • een stuk waaruit de afkoopwaarde van de spaargroeiverzekering per 13 juni 2024 blijkt;
  • een kopie van de overeenkomsten waarbij de Porsche Panemera Turbo S met [kenteken 2] en de Maserati Grancabrio met [kenteken 3] zijn verkocht;
op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag (een dagdeel daaronder begrepen) dat de man verzuimt daaraan te voldoen;
*
verklaart deze beschikking, met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding en de partneralimentatie, uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 maart 2026.