ECLI:NL:RBDHA:2026:8020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring zonder verlengingsbesluit en toekenning schadevergoeding
Eiser, van Ghanese nationaliteit, verbleef in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De minister legde op 23 december 2025 een maatregel van bewaring op, die voortduurde zonder dat een verlengingsbesluit werd genomen, terwijl de totale bewaringstermijn inclusief eerdere periodes de wettelijke zes maanden overschreed.
De rechtbank stelde vast dat de minister de bewaring niet als verlengingsbesluit had aangekondigd en eiser niet had geïnformeerd over de verlenging, wat in strijd is met de Vreemdelingenwet en het beleid van de minister. Hierdoor was de voortzetting van de bewaring onrechtmatig vanaf 4 januari 2026.
De rechtbank kende eiser schadevergoeding toe voor de onrechtmatige bewaring vanaf 16 januari 2026 en herzag de eerdere uitspraak om ook schadevergoeding toe te kennen voor de periode van 5 tot en met 15 januari 2026. De totale schadevergoeding bedraagt €7.920,-, naast proceskosten van €1.868,- ten laste van de minister.
De uitspraak is definitief en er is geen rechtsmiddel mogelijk. De rechtbank volgt hiermee de uitleg van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 maart 2026 en wijkt af van een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank te Roermond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de minister tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige voortzetting van bewaring zonder verlengingsbesluit.