ECLI:NL:RBDHA:2026:8039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens vertraagde beslissing verblijfsvergunning
Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 17 december 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op het standaardbedrag voor proceskosten bij inschakeling van een professionele hulpverlener. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van €467,- plus het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf zonder zitting.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.