ECLI:NL:RBDHA:2026:806

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
NL25.55786
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 31 lid 6 sub c Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse minderjarige wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico

Eiser, een minderjarige met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 30 januari 2024 een asielaanvraag in die op 6 november 2025 werd afgewezen. Hij stelde dat hij geld had gestolen van zijn oma en vreest vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Gambia, onder meer door mogelijke rekrutering door rebellen.

De rechtbank oordeelt dat verweerder het tweede asielmotief (de diefstal) terecht ongeloofwaardig vond vanwege tegenstrijdige en niet samenhangende verklaringen van eiser. Ook is onvoldoende aannemelijk dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade door rebellen of andere groeperingen.

Verder komt eiser niet in aanmerking voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen, omdat er sprake is van adequate opvang in Gambia.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag definitief af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.55786

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. E. Stap),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. van Dam).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 30 januari 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 6 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 30 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door mr. J.W.F. Menick, een vervanger van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen E. Sonko. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Asielrelaas
2. Eiser heeft de Gambiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2006. Eiser heeft verklaard dat hij in oktober 2023 spaargeld heeft gestolen dat zijn oma bewaarde voor een groep vrouwen. Zijn oma is hierachter gekomen en vond samen met de andere vrouwen en hun kinderen dat hij het geld moest teruggeven. Eiser heeft gehoord dat deze mensen hem willen vermoorden en aangifte tegen hem hebben gedaan. Ook heeft hij vernomen dat zijn tante vanwege hem is opgepakt. Bij terugkeer naar Gambia vreest eiser dat hij wordt opgepakt door de politie of wordt vermoord door de mensen van wie hij het geld heeft gestolen. Ook vreest hij dat hij wordt gerekruteerd door de rebellen van de Casamance.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst (ook wel het eerste asielmotief);
Dat eiser geld heeft gestolen (ook wel het tweede asielmotief);
Dat rebellen van de Casamance rond 2014 geprobeerd hebben eiser te rekruteren (ook wel het derde asielmotief).
3.1.
Verweerder vindt het eerste asielmotief geloofwaardig. Verweerder vindt het tweede asielmotief niet geloofwaardig, omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [1] Verweerder heeft het derde asielmotief niet getoetst op geloofwaardigheid, omdat eisers verklaringen over dit asielmotief op voorhand onvoldoende zwaarwegend zijn om een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM [2] aan te nemen. Verweerder vindt verder dat eiser bij terugkeer naar Gambia geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Tot slot komt eiser niet in aanmerking voor een reguliere vergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser voert allereerst aan dat verweerder het tweede asielmotief ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Zo heeft eiser juist het geld van zijn oma gestolen, omdat het geld niet van haar was en het gemakkelijk was om het geld te stelen voor zijn eigen bedrijf. Hij had de ijdele hoop dat zijn oma hem zou vergeven. Eiser voert verder aan dat hij van zijn oom heeft gehoord dat hij werd gezocht voor het stelen van geld en niet van één van de kinderen van de vrouwen. Eiser stelt ook dat zijn oom de foto van zijn geboorteakte naar hem had opgestuurd en niet zijn oma. Verder voert eiser aan dat hij ook van de zijde van andere groeperingen dan het MDFC [3] een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarnaast is eiser van mening dat hij in aanmerking dient te komen voor een reguliere vergunning op grond van het AMV-buitenschuldbeleid. Tot slot kan eiser zich niet vinden in de terugkeerverplichting die ziet op Gambia.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Mocht verweerder het tweede asielmotief ongeloofwaardig vinden?
6. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder het tweede asielmotief ongeloofwaardig vinden, omdat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
6.1.
Zo heeft verweerder mogen tegenwerpen dat niet valt in te zien waarom eiser juist geld heeft gestolen van zijn oma. Eiser heeft immers verklaard dat hij vrijwel zijn hele leven bij zijn oma heeft gewoond en zij voor hem zorgde. Dat zijn oma het geld enkel beheerde en het gemakkelijk te stelen was, doet aan voorgaande niet af.
6.2.
Ook heeft verweerder terecht gesteld dat eiser op verschillende punten wisselend heeft verklaard over het asielmotief. Zo heeft eiser wisselend verklaard over wat hij met het geld heeft gedaan nadat hij het gestolen had. Zo heeft hij aanvankelijk verklaard dat hij het geld naar een vriend in [plaats] had gestuurd en daarna zelf naar [plaats] was gegaan. [4] Later heeft hij echter verklaard dat hij met het geld naar [plaats] is gegaan. [5] Eiser heeft hier geen verschoonbare verklaring voor gegeven. Ook heeft eiser wisselend verklaard over de persoon die hem heeft verteld dat hij beschuldigd werd van diefstal. Hij heeft enerzijds verklaard dat zijn oom hem hiervan op de hoogte heeft gebracht. [6] Anderzijds heeft hij verklaard dat één van de kinderen van de vrouwen dit aan hem heeft laten weten. [7] Eisers stelling dat deze wisselende verklaringen mogelijk komen door een misverstand met de tolk, volgt de rechtbank niet. Uit het rapport van het nader gehoor blijkt namelijk niet dat er sprake was van problemen tussen eiser en de tolk. Bovendien is dit niet gecorrigeerd in de correcties en aanvullingen op het gehoor.
6.3.
Verder heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat niet valt in te zien dat eisers tante wordt vastgehouden door de Gambiaanse autoriteiten voor een strafbaar feit dat eiser heeft gepleegd. Zo heeft verweerder erop kunnen wijzen dat er geen recente bronnen bekend zijn waaruit volgt dat het in Gambia voorkomt dat familieleden door de autoriteiten worden gearresteerd om zo druk uit te oefenen op verdachten. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het filmpje dat eiser heeft ingebracht van een vrouw die wordt meegenomen door een groep gewapende mannen in militair uniform eisers verklaringen ook niet onderbouwt. Niet kan immers worden vastgesteld dat de vrouw op het filmpje eisers tante is en dat zij wordt opgepakt vanwege zijn diefstal.
6.4.
Verweerder heeft verder kunnen betrekken dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het contact met mensen in Gambia. Zo heeft hij enerzijds verklaard dat hij zijn oma voor het laatst heeft gesproken toen hij in Spanje was en dat hij geen telefoonnummers meer heeft. [8] Anderzijds heeft hij echter verklaard dat zijn oma een foto heeft opgestuurd van zijn geboorteakte. [9] Dat eiser in de beroepsgronden stelt dat zijn oom de foto van de geboorteakte heeft opgestuurd, neemt de wisseling in verklaringen niet weg. Eiser heeft immers ook verklaard dat hij sinds januari 2024 geen contact meer heeft met zijn oom. [10]
6.5.
Reeds op basis van deze tegenwerpingen heeft verweerder dit asielmotief ongeloofwaardig mogen vinden.
Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM?
7. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser bij een terugkeer naar Gambia geen reëel risico loopt op ernstige schade. Zo heeft verweerder erop kunnen wijzen dat er geen recente bronnen bekend zijn waaruit volgt dat op dit moment nog steeds sprake is van rekrutering door de MDFC in Gambia. Eiser heeft ook geen concrete aanwijzingen naar voren gebracht op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat hij bij een terugkeer naar Gambia een reëel risico loopt op ernstige schade van de zijde van deze groepering. Zo heeft hij ook verklaard dat de groepering niet weet waar hij woont. [11] In de beroepsgronden heeft eiser aangevoerd dat hij, naast de MDFC, vreest dat andere groeperingen hem zullen rekruteren. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dit niet tot een ander oordeel, nu eiser niet heeft geconcretiseerd voor welke groeperingen hij precies vreest en of hij er concrete aanwijzingen voor heeft dat hij bij een terugkeer naar Gambia door hen zal worden gerekruteerd.
Mocht verweerder vinden dat eiser niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van het AMV-buitenschuldbeleid?
8. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder vinden dat eiser niet met terugwerkende kracht in aanmerking komt voor een AMV-buitenschuldvergunning. Verweerder heeft zich namelijk op het standpunt kunnen stellen dat er sprake was van adequate opvang voor eiser in Gambia in de vorm van zijn oma. Voor zover eiser heeft aangevoerd dat hij niet bij zijn oma kan verblijven omdat hij geld van haar heeft gestolen, overweegt de rechtbank dat verweerder dit niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht en er dus in eisers geval sprake was van adequate opvang. Bovendien heeft verweerder erop kunnen wijzen dat er in Gambia van overheidswege adequate opvang is voor AMV’ers. Dit volgt uit C7/37.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000.

Conclusie en gevolgen

9. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiser terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Movement of Democratic Forces of Casamance.
4.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 8.
5.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 11.
6.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 12
7.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 12
8.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 13, 15, 18 en 19.
9.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 5.
10.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 13.
11.Nader gehoor van 28 oktober 2025, p. 10.