ECLI:NL:RBDHA:2026:806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse minderjarige wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico
Eiser, een minderjarige met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 30 januari 2024 een asielaanvraag in die op 6 november 2025 werd afgewezen. Hij stelde dat hij geld had gestolen van zijn oma en vreest vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Gambia, onder meer door mogelijke rekrutering door rebellen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het tweede asielmotief (de diefstal) terecht ongeloofwaardig vond vanwege tegenstrijdige en niet samenhangende verklaringen van eiser. Ook is onvoldoende aannemelijk dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade door rebellen of andere groeperingen.
Verder komt eiser niet in aanmerking voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen, omdat er sprake is van adequate opvang in Gambia.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag definitief af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade.