ECLI:NL:RBDHA:2026:8082

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL25.23909
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens ontbreken gezinsband

Eisers, Syrische jongvolwassenen, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om zich bij hun vader in Nederland te voegen. De minister wees de aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband met de vader was verbroken doordat eisers zonder hun gezin naar Irak waren vertrokken om dienstplicht te ontlopen en daar zelfstandig leefden.

Eisers voerden aan dat de gezinsband was hersteld toen hun moeder zich bij hen voegde, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om het jongvolwassenenbeleid toe te passen. De minister had gemotiveerd vastgesteld dat de gezinsband met de vader niet was hersteld en dat er geen bijkomende afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden waren met ouders of zusje.

De rechtbank vond dat de minister voldoende rekening had gehouden met de noodgedwongen scheiding en dat het gemis tussen familieleden niet volstond om een gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro aan te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een feitelijke gezinsband.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23909

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1], [v-nummer 1], eiser 1 en

[eiser 2],[v-nummer 2], eiser 2
hierna tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. H. Yousef),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.H.F. Marks).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘nareis asiel.’
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 4 januari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 mei 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, referent, M. Abou Zarad als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. [eiser 1], is geboren op [geboortedatum 1] 1998 en [eiser 2], op [geboortedatum 2] 2002. Zij hebben de Syrische nationaliteit. Eisers hebben op 29 augustus 2022 mvv’s aangevraagd omdat zij in Nederland willen verblijven bij hun vader, [referent], die in Nederland woont.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van een feitelijke gezinsband tussen eisers en hun vader. De feitelijke gezinsband is volgens verweerder verbroken omdat eisers zonder hun gezin naar Irak zijn gegaan om de dienstplicht te vermijden en daar lange tijd zelfstandig hebben gewoond en hebben gewerkt. Op eisers is het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing en er is geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen hen en hun ouders. Eisers hebben volgens verweerder geen familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM [1] met hun ouders of met hun jongere zusje.
Wat vinden eisers in beroep?
4. In de beroepsgronden hebben eisers herhaald wat al in bezwaar is aangevoerd en verduidelijkt dat het standpunt is dat de gezinsband is hersteld op het moment dat hun moeder zich bij eisers voegde in Irak.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank geeft eisers geen gelijk en zal dit oordeel hieronder uitleggen.
6. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op wat eisers in de bezwaargronden hebben aangevoerd. Verweerder heeft namelijk beoordeeld of het jongvolwassenenbeleid van toepassing is, nader toegelicht vanaf welk moment de gezinsband is verbroken en daarbij meegenomen dat eisers hun gezin noodgedwongen hebben verlaten om aan de dienstplicht te ontkomen. Met de toelichting van gemachtigde ter zitting is duidelijk dat in de beroepsfase niet in geschil is dat de gezinsband is verbroken op de momenten dat eisers uit Syrië vertrokken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft mogen concluderen dat de gezinsband daarna niet is hersteld. Allereerst mocht verweerder erop wijzen dat voor de beoordeling in het kader van het jongvolwassenenbeleid de gezinsband tussen eisers en hun vader (als referent) centraal staat. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit volgt dat die band is hersteld. Verweerder heeft ook op dat punt voldoende rekening gehouden met de noodgedwongen aard van de scheiding. Verweerder mocht er ook op wijzen dat de moeder van eisers weliswaar enige tijd weer bij hen is komen wonen, maar dat niet is gebleken dat eisers sindsdien ten laste komen van hun moeder. Verweerder hoefde dus niet, alleen omdat de moeder van eisers weer bij hen is komen wonen, aan te nemen dat de gezinsband hersteld is en hoefde het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing te verklaren.
7. Ook wat betreft de bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eisers en hun ouders en de hechte persoonlijke banden tussen eisers en hun zusje, is verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd ingegaan op de bezwaargronden. Hoewel begrijpelijk is dat de eisers, hun ouders en hun zusje elkaar erg missen, is dit niet voldoende om binnen dit juridische kader gezinsleven aan te nemen. In de beroepsfase is in deze kaders niets nieuws aangevoerd, zodat de rechtbank ook in de gronden geen aanleiding ziet om tot een andere conclusie te komen. Verweerder heeft dus mogen vaststellen dat eisers geen gezinsleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM hebben met hun ouders of hun zusje. Daarom hoefde ook geen belangenafweging te worden gemaakt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
9. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.