ECLI:NL:RBDHA:2026:8082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens ontbreken gezinsband
Eisers, Syrische jongvolwassenen, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om zich bij hun vader in Nederland te voegen. De minister wees de aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband met de vader was verbroken doordat eisers zonder hun gezin naar Irak waren vertrokken om dienstplicht te ontlopen en daar zelfstandig leefden.
Eisers voerden aan dat de gezinsband was hersteld toen hun moeder zich bij hen voegde, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om het jongvolwassenenbeleid toe te passen. De minister had gemotiveerd vastgesteld dat de gezinsband met de vader niet was hersteld en dat er geen bijkomende afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden waren met ouders of zusje.
De rechtbank vond dat de minister voldoende rekening had gehouden met de noodgedwongen scheiding en dat het gemis tussen familieleden niet volstond om een gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro aan te nemen. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een feitelijke gezinsband.