7.3.De rechtbank heeft de deskundige vervolgens om een nadere reactie verzocht, omdat onderzoeksvraag vier niet was beantwoord. In haar toelichting van 14 oktober 2025 heeft de deskundige het volgende aangegeven:
“De rechtbank heeft verzocht om een oordeel over de wijze waarop eerdere verhoren zijn afgenomen, en in het bijzonder of deze voldoende zijn afgestemd op het niveau van meneer. Vanuit het onderzoek dat bij MEE is gedaan, kan hierover geen eenduidige uitspraak worden gedaan omdat meerdere factoren hierop van invloed zijn. Denk bijvoorbeeld aan de wijze van vertaling door de tolk, het spreektempo en de intonatie van de ondervrager. Ook is de manier waarop meneer is bejegend van belang, is hij bijvoorbeeld voldoende op zijn gemak gesteld? Tevens is onbekend in hoeverre het gehoor reeds is aangepast aan zijn niveau, bijvoorbeeld door het aanbieden van extra pauzes.
Algemeen kan gesteld worden dat het spreken over gevoelens en belevingen voor mensen met een licht verstandelijke beperking complex is. Dergelijke gesprekken vereisen abstract denkvermogen, wat bij deze doelgroep vaak beperkt ontwikkeld is. Het cognitieve niveau van meneer kan vergeleken worden met dat van een kind tussen de 7 en 12 jaar. Visualisaties (zoals tekeningen) of het aanbieden van antwoordopties kunnen bijdragen aan beter begrip. Bij personen met een lager cognitief niveau wordt per definitie ook een lager sociaal-emotioneel niveau waargenomen. Dit bemoeilijkt het herkennen, benoemen en verklaren over emoties.
In de gehoren is gezien dat er vragen zijn gesteld over gevoelens en beleving, waarop meneer feitelijk en concreet heeft gereageerd, bijvoorbeeld door gedragingen te benoemen. Deze vragen zijn mogelijk te abstract geweest en niet toereikend bij zijn denkniveau. Hoewel de vragen soms herhaald of anders geformuleerd zijn, bleven ze abstract en op een open wijze gesteld. Het gebruik van emotiekaarten of gesloten vragen met meerdere opties zou in dergelijke situaties ondersteunend kunnen zijn. Voor andere suggesties wil ik verwijzen naar de adviezen die zijn geformuleerd in het psychologisch onderzoeksverslag.”
8. De vraag die voorligt is of uit het deskundigenonderzoek volgt dat eiser tijdens de gehoren niet goed heeft kunnen verklaren. De deskundige schrijft in haar toelichting dat zij op de vraag of eerdere gehoren voldoende zijn afgestemd op het niveau van eiser geen eenduidig antwoord kan geven, omdat dit afhankelijk is van verschillende factoren. Wel geeft zij in algemene zin aan dat het spreken over gevoelens en belevingen voor mensen met een licht verstandelijke beperking complex is.
9. De rechtbank stelt allereerst vast dat de verklaringen die door eiser zijn afgelegd niet enkel gaan over zijn gevoelens en belevingen, maar ook (grotendeels) over feitelijke gebeurtenissen. Het gaat dan onder meer om de behandeling van zijn asielaanvraag in Italië, de verblijfplaats van zijn dochter, de financiering en organisatie van zijn uitreis en de door [naam 3] gepleegde overval. Uit het onderzoeksrapport en de toelichting daarop volgt niet dat eiser over feitelijke gebeurtenissen niet zou kunnen verklaren of dat dit voor hem complex zou zijn. Uiteraard moet bij het horen wel rekening worden gehouden met de persoon van eiser en eventuele beperkingen die van invloed kunnen zijn op zijn vermogen om te kunnen verklaren. De rechtbank is van oordeel dat dit tijdens de gehoren voldoende is gebeurd.
10. De gehoren hebben plaatsgevonden in 2022 en 2023. Eiser is voorafgaand aan de gehoren gezien door MediFirst. MediFirst heeft in het rapport van 15 december 2021 aangegeven dat bij eiser beperkingen aanwezig zijn waarmee de hoormedewerkers rekening moeten houden. Er zijn in dit kader een aantal adviezen gegeven zoals het aanbieden van meer pauze en het bieden van meer tijd om antwoord te geven op vragen. Uit de rapporten van de gehoren blijkt dat deze adviezen zijn opgevolgd. Er zijn voldoende pauzes ingelast, vragen zijn herhaald of anders gesteld wanneer eiser deze niet begreep en de hoormedewerkers hebben geprobeerd eiser op zijn gemak te stellen. Ook is het nader gehoor verspreid over twee dagen afgenomen.
Het standpunt van eiser dat tijdens de gehoren op geen enkele wijze rekening is gehouden met een mogelijke lichtverstandelijke beperking deelt de rechtbank daarom niet. Dat in het rapport van MediFirst niet letterlijk de term ‘licht verstandelijke beperking’ wordt genoemd, maakt niet dat tijdens het horen onvoldoende rekening is gehouden met de persoon van eiser. Bovendien komen de adviezen die in het MediFirst rapport staan, zij het beknopter, overeen met de adviezen die de deskundige in haar onderzoeksverslag meegeeft.
11. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaringen die eiser tijdens zijn gehoren heeft afgelegd door de minister gebruikt konden worden bij de beoordeling van eisers asielaanvraag. Dit geldt ook voor de verklaringen die over eisers gevoelens en belevingen gaan. Dit zijn met name de verklaringen die eiser heeft afgelegd in het kader van het tweede relevante element ‘homoseksualiteit’. Dat de deskundige in algemene zin aangeeft dat verklaren over dit onderwerp voor iemand met een licht verstandelijke beperking complex is, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat daarmee vaststaat dat eiser in zijn geheel niet over zijn gevoelens en belevingen heeft kunnen verklaren. Eiser is uitgebreid gehoord (twee volledige dagen voor het nader gehoor en nog een volledige dag voor een aanvullend gehoor) door drie verschillende hoormedewerkers, waarbij rekening is gehouden met de adviezen van MediFirst. Naast vragen over eisers gevoelens en belevingen zijn met betrekking tot dit onderwerp ook veel feitelijke vragen aan eiser gesteld, bijvoorbeeld met betrekking tot de LHBTI gemeenschap in Nigeria, zijn contact met LHBTI’s in Nederland en zijn kennis van de Nederlandse situatie.
Daarbij acht de rechtbank van belang dat de deskundige in haar onderzoeksrapport een voorbehoud maakt op de uitslag van haar onderzoek. Zij geeft namelijk aan dat het intelligentieonderzoek informatie geeft over wat er op dat moment, onder de op dat moment geldende omstandigheden, van eiser verwacht kan worden. Het onderzoek heeft in 2025 plaatsgevonden, ruim twee jaar na afname van het laatste gehoor. In de toelichting schrijft de deskundige dat het intelligentieniveau bij volwassenen doorgaans stabiel blijft gedurende het leven, maar anderzijds staat in het onderzoeksrapport ook dat stress en drugsgebruik van invloed kunnen zijn op de uitslag. Uit het advies van MediFirst en de verklaringenvan eiser blijkt dat hij marihuana (wiet) gebruikt. De rechtbank concludeert hieruit dat niet vaststaat dat de uitkomst van het onderzoek gelijk zou zijn geweest, zou deze in 2022 zijn afgenomen en dat dus niet vaststaat dat eiser op dat moment niet goed heeft kunnen verklaren. Daarbij wijst de rechtbank er ook op dat eiser tijdens het gehoor niet heeft laten blijken dat het gehoor niet goed verliep, dat hij vragen niet begreep of geen antwoord kon geven. Ook in de correcties en aanvullingen is hierover niet gerept. De gehoren hebben op verzoek van eiser met een tolk Ishan plaatsgevonden. Pas in de zienswijze komt eiser voor het eerst met het standpunt dat er mogelijk sprake is van een licht verstandelijke beperking en dat hij daardoor niet goed heeft kunnen verklaren.
12. Nu de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat de minister heeft mogen uitgaan van de verklaringen zoals door eiser tijdens de gehoren zijn afgelegd komt vervolgens de vraag aan de orde of de minister bij de beoordeling van deze verklaringen voldoende rekening heeft gehouden met eisers beperking en referentiekader. Eiser stelt dat de minister in de besluitvorming op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met het feit dat eiser een zeer lage opleiding heeft en zich maar moeilijk kan uitdrukken.
13. Bij de beoordeling van eisers verklaringen over zijn homoseksuele geaardheid heeft de minister in het voornemen benoemd dat eiser een lage opleiding heeft. Desondanks mag volgens de minister van eiser verwacht worden dat hij uitgebreid en gedetailleerd over zijn gevoelens en gedachtes kan verklaren. Hierbij betrekt de minister dat eiser sinds zijn 11e of 12e tot aan zijn vertrek uit Nigeria een homoseksuele relatie heeft gehad, dat hij sinds 2016 in Europa is en vanaf die tijd vrij is om zijn geaardheid te uiten en dat eiser tijdens zijn Dublingehoor heeft aangegeven dat hij volwassen is, een toekomst wil opbouwen, werken en een familie wil hebben. Hoewel de deskundige in haar toelichting van 14 oktober 2025 aangeeft dat algemeen gesteld kan worden dat het spreken over gevoelens en belevingen voor mensen met een licht verstandelijke beperking complex is, blijkt uit het onderzoeksrapport en de toelichting hierop niet dat vaststaat dat dit voor eiser ten tijde van de gehoren ook het geval was of dat dit voor hem in het geheel niet mogelijk zou zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat eiser op alle drie de thema’s onvoldoende gedetailleerd en specifiek van aard heeft verklaard. Daarbij weegt de rechtbank mee dat, zoals hiervoor onder rechtsoverweging 11 al is overwogen, de verklaringen ook zien op feitelijke onderwerpen zoals de LHBTI gemeenschap in Nigeria en in Nederland en dat eiser ook op deze onderwerpen onvoldoende heeft verklaard.
14. Voor wat betreft eisers verklaringen over de overige relevante elementen stelt de rechtbank vast dat wat eiser hierover in beroep heeft aangevoerd een letterlijke herhaling van de zienswijze is. Bovendien gaan eisers verklaringen over deze relevante elementen niet hoofdzakelijk over gedachten of gevoelens, maar over feitelijke gebeurtenissen. De rechtbank verwijst naar wat zij hierover onder rechtsoverweging 9 heeft opgenomen. In het bestreden besluit is de minister voldoende ingegaan op wat in de zienswijze is aangevoerd. De rechtbank sluit zich hierbij aan en is van oordeel dat de minister aan eiser heeft mogen tegenwerpen dat hij over de afpersing door [naam 1] , het dodelijke ongeval met het lid van de [bende] sekte, de problemen met de autoriteiten door de gepleegde overval door [naam 3] en de openstaande schuld aan [naam 4] ongeloofwaardig heeft verklaard.