ECLI:NL:RBDHA:2026:815
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding na onrechtmatig ontslag op staande voet
Het Achterhuis, exploitant van een coffeeshop, had de werkneemster sinds mei 2024 in dienst met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 7 augustus 2025 werd zij op staande voet ontslagen, maar dit ontslag voldeed niet aan de wettelijke eisen en werd daarom vernietigd door de kantonrechter.
De werkneemster vorderde loonbetaling en een immateriële schadevergoeding van €1.000.000,00 wegens onrechtmatig ontslag, maar deze vorderingen werden afgewezen. Het Achterhuis stelde een tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in, gebaseerd op een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding door verwijtbaar gedrag van de werkneemster, waaronder intimidatie van collega’s en het veroorzaken van ontslag van medewerkers.
De kantonrechter oordeelde dat het vertrouwen tussen partijen onherstelbaar was beschadigd en dat herplaatsing niet mogelijk was. Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 8 februari 2026, zonder toekenning van een billijke vergoeding. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding per 8 februari 2026.