ECLI:NL:RBDHA:2026:8162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens late beslissing minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 19 september 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval proceskosten toekennen.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5, waardoor een vergoeding van €467,- werd toegekend, inclusief het griffierecht. De minister werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten aan verzoeker.