Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [#] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
2. het bijwonen van Koranlessen bij een geestelijke van Al-Shabaab;
3. de aanhouding en vrijlating door autoriteiten vanwege bijwonen Koranlessen;
4. discriminatie vanwege behoren bij Jareer-stam;
5. verwestering;
6. afwending van de islam.
Ten eerste moeten de personen die tot deze groep zouden kunnen behoren ten minste een van de volgende drie identificatiekenmerken delen: een „aangeboren kenmerk”, een „gemeenschappelijke achtergrond die niet kan worden gewijzigd” of een „kenmerk of geloof dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven”. Ten tweede moet die groep in het land van oorsprong een „eigen identiteit” hebben, omdat zij in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd” [arrest van 16 januari 2024, Intervyuirasht organ na DAB pri MS (Vrouwen die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld), C621/21, EU:C:2024:47, punt 40].” [6] In het arrest K. en L. is geoordeeld dat vrouwen, onder omstandigheden, als specifieke sociale groep kunnen worden aangemerkt.
Given the number of security incidents and fatalities, the persistent presence of Al Shabaab in the region and the nature of the attacks (e.g. attacks in public spaces), it can be concluded that indiscriminate violence is taking place in Benadir/Mogadishu at a high level”. [12]