Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8235

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
NL25.20097
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en onvoldoende risico op vervolging

Eiser, van Ethiopische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, nadat hij vluchtte vanwege mishandeling door de politie en de arrestatie van zijn vader. De minister wees de aanvraag af omdat het relaas over de arrestatie van de vader ongeloofwaardig werd geacht en onvoldoende aannemelijk was dat eiser een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro liep.

De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het standpunt innam dat de arrestatie van de vader ongeloofwaardig was, omdat eiser geen details kon geven over deze arrestatie en onvoldoende rekening was gehouden met zijn referentiekader. Ook de aanvullende informatie van de moeder bood geen nieuwe, overtuigende details. Het algemene beeld van de situatie in Ethiopië bood geen steun, mede omdat het artikel van BBC News niet direct relevant was.

Verder werd erkend dat de politie poging tot rekrutering deed, maar eiser maakte niet aannemelijk dat hij persoonlijk een reëel risico liep op zware straffen bij terugkeer. Het rapport van de Finse Immigratiedienst bevestigde dat er geen officiële dienstplicht is en dat militaire dienst vrijwillig is, waardoor het risico op levenslange gevangenisstraf of doodstraf niet aannemelijk was.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20097

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. K. Jansen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat ongeloofwaardig is dat de vader van eiser is gearresteerd. Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft dan wel een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Ethiopische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op
[geboortedatum] 2008. De minister heeft met het bestreden besluit van 23 april 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, Chala Delesa Regasa als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. In 2022 kwam de Ethiopische politie naar de school van eiser om leerlingen te rekruteren. Omdat eiser weigerde, is hij mishandeld. Eiser heeft daarna twee weken in een ziekenhuis verbleven. Omdat de politie later nog een keer op school kwam, is eiser gevlucht. Zijn vader werd hierna bedreigd met arrestatie als eiser zich niet zou melden en is in hetzelfde jaar nog opgepakt.
Wat is het standpunt van de minister in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
- de poging tot rekrutering door de Ethiopische politie;
- de arrestatie van de vader van eiser.
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De poging tot rekrutering door de Ethiopische politie gelooft de minister ook. De minister vindt de arrestatie van de vader van eiser echter niet geloofwaardig. Verder vindt de minister niet aannemelijk dat eiser een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag ongegrond is.
Is de arrestatie van de vader van eiser ongeloofwaardig?
Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de arrestatie van zijn vader ongeloofwaardig is. Zo heeft de minister volgens eiser onvoldoende rekening gehouden met zijn referentiekader door alleen zijn leeftijd in aanmerking te nemen en niet zijn opleidingsniveau en de cultuur waarin hij is opgegroeid. Eiser verwijst in dat kader naar de uitspraak van de Afdeling [2] van 26 april 2023 [3] en werkinstructie 2024/6. Eiser vindt daarnaast van belang dat het relaas past in het algemene beeld van de situatie in Ethiopië. Uit een stuk van de BBC News van 4 mei 2022 blijkt volgens eiser dat de TPLF [4] ouders arresteert van wie de kinderen niet hebben meegedaan aan de oorlog. Verder heeft eiser inmiddels contact gehad met zijn moeder, die hem wat meer heeft verteld over de arrestatie en wat er daarna met zijn vader is gebeurd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5.1.
De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de arrestatie van de vader van eiser ongeloofwaardig is. Daarvoor heeft de minister van belang kunnen vinden dat eiser geen enkel detail kon geven over die arrestatie, terwijl dit een wezenlijk onderdeel is van het relaas van eiser. Van eiser had meer verwacht mogen worden. Er is geen grond voor het oordeel dat de minister daarbij onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Zo blijkt uit het besluit dat de minister rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat eiser nog maar veertien jaar was ten tijde van zijn vertrek uit Ethiopië. In de zienswijze heeft eiser ook geen andere omstandigheden aangevoerd waar de minister nog meer rekening mee had moeten houden. Inmiddels is gebleken dat eiser, na het bestreden besluit, contact heeft gehad met zijn moeder en dat zij hem wat meer informatie heeft gegeven. Ook deze informatie is echter weinig gedetailleerd en voor een deel een herhaling van wat eiser zelf al heeft verklaard. Zo heeft eisers moeder alleen laten weten dat zijn vader op 24 juli 2022 in de avond in hun huis door de politie is gearresteerd omdat eiser was verdwenen, dat zij bij de arrestatie aanwezig was en zijn broer niet en dat ze later navraag heeft gedaan bij een politiebureau. Daar werd gezegd dat zijn vader naar een andere, geheime, plek was gebracht. De stelling van eiser dat het in de Ethiopische cultuur niet gebruikelijk is dat ouders dergelijke informatie aan hun kinderen geven slaagt niet, aangezien eiser dat niet heeft onderbouwd. Het contact met zijn moeder heeft bovendien inmiddels bijna een jaar geleden plaatsgevonden en niet blijkt dat eiser daarna nog pogingen heeft ondernomen om aan meer informatie te komen. Dat de arrestatie volgens eiser past in het algemene beeld van de situatie in Ethiopië, leidt niet tot een ander oordeel, alleen al omdat eiser dat niet heeft onderbouwd. Het artikel van de BBC, waar eiser naar verwijst, gaat namelijk over de TPLF en eiser verklaart dat zijn vader is gearresteerd door de politie. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft eiser vanwege zijn geloofwaardige asielmotieven een gegronde vrees voor vervolging of loopt hij een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM?
Wat is het betoog van eiser?
6. Eiser stelt dat de minister geloofwaardig heeft geacht dat de politie heeft geprobeerd hem te rekruteren. Hieruit volgt dat hij bij terugkeer gevaar loopt, omdat hij als deserteur zal worden gezien. Als onderbouwing wijst eiser op een rapport van de Finse Immigratiedienst van 28 juni 2024. Volgens dat rapport is er geen officiële militaire dienstplicht of rekrutering daarvoor, maar het leger kan, als ze dat nodig vindt, wel dienstplichten uitvoeren waarvan de naleving verplicht is. Niet naleving kan worden bestraft met een levenslange gevangenisstraf of de doodstraf.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6.1.
De minister heeft geloofwaardig geacht dat de politie heeft geprobeerd eiser te rekruteren. De minister heeft zich echter terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij hierdoor bij terugkeer een (reëel) risico loopt te worden bestraft met een levenslange gevangenisstraf of de doodstraf. Daarbij heeft de minister van belang kunnen vinden dat uit het relaas van eiser blijkt dat de politie niet specifiek eiser probeerde te rekruteren, maar dat de actie was gericht op jongeren, als groep. Dit is op zitting ook bevestigd. In de gronden van beroep heeft eiser niet nader geconcretiseerd of onderbouwd waarom de politie dan nu toch specifiek naar hem op zoek zou zijn. Daarbij komt dat de situatie niet meer hetzelfde is als toen eiser uit Ethiopië vertrok, aangezien er geen sprake meer is van een noodtoestand en er op 2 november 2022 een vredesverdrag is getekend. Eisers verwijzing naar het rapport van de Finse Immigratiedienst leidt niet tot een ander oordeel. Uit dit rapport blijkt dat geen sprake is van een militaire dienstplicht. De militaire dienst is gebaseerd op vrijwilligheid. Weliswaar blijkt hieruit ook dat het leger personen kan oproepen en dat het gevolgen kan hebben als je daar niet aan voldoet, maar dit is slechts een mogelijkheid. Niet is gesteld of gebleken dat eiser persoonlijk is opgeroepen en alleen al daarom is ook niet aannemelijk gemaakt dat eiser bij terugkeer levenslang zal worden gestraft of de doodstraf zal krijgen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
4.Tigray People Liberation Front