ECLI:NL:RBDHA:2026:8256

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C/09/688392 / HA ZA 25-612
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E. Voorrips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:850 BWArt. 3:307 BWArt. 6:43 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot terugbetaling lening en rente met borgtocht niet voor rente en boete

Oak Hollow Lake B.V. vordert betaling van de hoofdsom, rente en boetes uit twee geldleningsovereenkomsten gesloten met Economic Data Resources Holding B.V., I-Finance Holding B.V. en een natuurlijke persoon als borg. De leningnemers verschenen niet en werden bij verstek veroordeeld tot terugbetaling van €300.000 plus rente en boetes.

De borg voerde verweer, onder meer dat hij geen leningnemer is maar slechts borg en dat de vorderingen verjaard zijn. De rechtbank oordeelt dat de borg slechts borgtochtelijk aansprakelijk is voor de hoofdsom en niet voor rente en boetes. De borg wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, maar niet tot betaling van rente en boetes.

De rechtbank stelt vast dat de rente is aangepast op basis van e-mailcorrespondentie en vult het rentepercentage ambtshalve aan. De proceskosten worden hoofdelijk aan de veroordeelden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De leningnemers en borg worden veroordeeld tot terugbetaling van de hoofdsom, rente en boetes worden alleen aan de leningnemers toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel
Zaaknummer: C/09/688392 / HA ZA 25-612
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
OAK HOLLOW LAKE B.V.te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. L.H. Hordijk te Capelle aan den IJssel,
tegen

1.ECONOMIC DATA RESOURCES HOLDING B.V.te Den Haag,

gedaagde,
niet verschenen,
2.
I-FINANCE HOLDING B.V.te Den Haag,
gedaagde,
niet verschenen,
3.
[gedaagde sub 3]te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. P.C.M. Ouwens te Rotterdam,
Partijen worden hierna Oak Hollow Lake, Economic Data Resources, I-Finance en [gedaagde sub 3] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 7 juli 2025 met producties 1 t/m 13;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3] met producties 1 t/m 14; en
- het tussenvonnis van 5 november 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen.
1.2.
Op 25 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen tijdens de zitting hebben gezegd. Na de mondelinge behandeling is een datum bepaald voor het wijzen van vonnis.

2.De feiten

2.1.
Oak Hollow Lake is een financiële holdingmaatschappij. De heer [naam] is bestuurder van Oak Hollow Lake.
2.2.
Economic Data Resources is een financiële holdingmaatschappij. De heer [gedaagde sub 3] is bestuurder van Economic Data Resources. I-Finance is een holdingmaatschappij die tot 14 februari 2024 EDR Works Holding B.V. heette. [gedaagde sub 3] is één van de bestuurders van I-Finance.
2.3.
[naam] en [gedaagde sub 3] hebben in het verleden als zakenpartners samengewerkt via diverse vennootschappen, waarbij ook derden betrokken waren, en waarbij zij onder meer geldleningen aan elkaar verschaften en investeerden in elkaars vennootschappen.
2.4.
Op 19 juli 2019 is een overeenkomst van geldlening gesloten waarbij Oak Hollow Lake, Economic Data Resources, I-Finance en [gedaagde sub 3] partij zijn. De overeenkomst vermeldt achter de naam van Oak Hollow Lake “Leninggever”, achter de naam van Economic Data Resources en I-Finance “Leningnemer” en achter de naam van [gedaagde sub 3] “Leningnemer en Garant”.
2.5.
In de overeenkomst staat:
“Overwegende dat:
(A) partijen zijn overeengekomen dat Leninggever een overbruggingskrediet verstrekt van EUR 250.000 aan Leningnemer (de Lening);
(…)
2. Doel
2.1
De Lening mag door Leningnemer uitsluitend worden aangewend ter financiering van de Junior Loan Facility, vastgelegd via een Junior Loan Agreement tussen EDR Works Holding B.V., I-Service B.V. en NIBC BANK N.V. (gedateerd 12 februari 2019), als integraal onderdeel van het financierings- en contractenkader dat is afgesloten met NIBC BANK N.V. per 12 februari 2019. (…)
(…)
3. Rente en looptijd
Deze Lening wordt aangegaan voor de periode van vijf maanden en is opeisbaar op 18 december 2019. Het rentepercentage voor de Lening is gelijk aan de 1 maand EURIBOR plus 6% per jaar, betaalbaar op de dag van verstrekking. Indien de 1 maand EURIBOR een negatief is, wordt hiervoor een percentage van 0% aangehouden.
(…)
4. Aflossing en zekerheden
4.1
Leningnemer zal de Lening in één keer aflossen op 19 december 2019.
(…)
4.4
Tot meerdere zekerheid tot terugbetaling staat de Garant in voor terugbetaling van de lening in de hoedanigheid als privé persoon.
4.5
Wanneer onverhoopt om welke reden dan ook, de Lening niet of deels op de afgesproken datum is terugbetaald, is Leningnemer een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van EUR 10.000 aan Leninggever. Daarnaast is Leningnemer een boete verschuldigd van 1% per maand.
5. Hoofdelijkheid
5.1
De Leningnemers zijn jegens de Leninggever ieder hoofdelijk aansprakelijk voor al hetgeen de Leningnemers op grond van deze Overeenkomst te vorderen heeft enig Leningnemer te vorderen heeft.
5.2
Iedere Leningnemer doet jegens de Leninggever afstand van alle door de wet aan hoofdelijk schuldenaren toegekende verweren welke afstand de Leninggever hierbij aanvaard.”
2.6.
Op 20 augustus 2019 zijn dezelfde vier partijen een tweede overeenkomst van geldlening aangegaan voor opnieuw een bedrag van € 250.000,--. De tekst van deze tweede overeenkomst (hierna: lening 2) is nagenoeg gelijk aan die van de overeenkomst van 19 juli 2019 (hierna: lening 1), met dien verstande dat lening 2 opeisbaar is op 20 januari 2020 (zoals bepaald in artikel 3 en Pro 4.1 van lening 2).
2.7.
Op 28 februari 2020 is ter aflossing op de leningen een bedrag van € 200.000,-- betaald aan Oak Hollow Lake.
2.8.
Op 7 september 2023 heeft [naam] aan [gedaagde sub 3] een e-mail gestuurd met de volgende tekst:
“(…) Ten aanzien van de leningen die ik verstrekt heb, stel ik het volgende voor:
a. Per vandaag is er feitelijk sprake van een default situatie. Zoals eerder besproken, doe ik daar niets mee ervan uitgaande dat je de leningen per eind 2024 aflost. Dan is de drie jaar periode voorbij.
b. Ik ben ook akkoord om de rente voor deze 3 jaar periode te verlagen ten opzichte van de overeenkomsten. Echter, de eerder afgesproken 1% is in de markt vandaag de dag wel erg matig. Je zou daar nog een voorstel over doen, maar ik vind het prima indien we aansluiten bij wat de fiscus als een minimaal zakelijke rente ziet.
c. De boeteclausules e.d. uit de overeenkomsten verklaren we als niet van toepassing. Oftewel daar zal ik geen aanspraak op maken.
d. Stel voor dat je drie maanden voorafgaande aan de aflosdatum laat weten of je gaat aflossen of niet. Indien je me niets laat weten, zie ik dat als een kennisgeving dat je niet gaat aflossen.
e. Indien de aflossing niet lukt, lijkt het me redelijk dat de toezegging van punt c. met terugwerkende kracht komt te vervallen. (…)”
2.9.
Op 11 september 2023 heeft [gedaagde sub 3] aan [naam] per e-mail gestuurd:
“Bedankt voor de documenten. Ik ben akkoord. Inzake de rente van 1 procent die afgesproken was heb ik nog het e.e.a. nagezocht en je mag afspreken wat je wilt in deze situatie, dit was anders geweest wanneer je privé aan mij had geleend. Dus ik weet niet waar ik je blij mee maak [gedaagde sub 3] , dus zeg het maar.”
2.10.
Op 24 juni 2025 heeft Oak Hollow Lake conservatoir beslag gelegd op onroerende zaken ten laste van [gedaagde sub 3] en op bankrekeningen bij Deutsche Bank AG ten laste van Economic Data Resources.

3.Het geschil

3.1.
Oak Hollow Lake vordert - samengevat - gedaagden te veroordelen, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van:
de hoofdsom ad € 300.000,--;
de Euribor rente tot 31 mei 2025 ad € 25.888,10;
de contractuele rente tot 31 mei 2025 ad € 99.396,--;
boete tot 31 mei 2025 ad € 219.978,--;
de Euribor rente vanaf 1 juni 2025, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
de contractuele rente vanaf 1 juni 2025, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
de boete vanaf 1 juni 2025, althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening; en
de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente te berekenen vanaf 14 dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis tot aan de der algehele voldoening.
3.2.
Oak Hollow Lake legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Oak Hollow Lake vordert nakoming van de overeenkomsten van geldlening. Zij vordert terugbetaling van het resterende bedrag van de leningen, vermeerderd met de overeengekomen rente, welk rentepercentage bestaat uit een component gebaseerd op de Euribor rente en een component van 6%. Daarnaast vordert zij betaling van de boete van 1% per maand.
3.3.
Economic Data Resources en I-Finance zijn niet verschenen en voeren geen verweer. Tegen hen is verstek verleend.
3.4.
[gedaagde sub 3] voert verweer. [gedaagde sub 3] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Oak Hollow Lake, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Oak Hollow Lake, met veroordeling van Oak Hollow Lake in de kosten van deze procedure, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank zal eerst de vorderingen onder sub a tot en met g van het petitum bespreken. Daarbij gaat de rechtbank eerst in op de vorderingen tegen Economic Data Resources en I-Finance, tegen wie verstek is verleend, en daarna op de vorderingen tegen [gedaagde sub 3] die in deze procedure verweer heeft gevoerd. Ten slotte beslist de rechtbank over de proceskosten.
De vorderingen tegen Economic Data Resources en I-Finance
vordering a: terugbetaling van de hoofdsom
4.2.
Op grond van de overeenkomsten van geldlening zijn Economic Data Resources en I-Finance aansprakelijk voor de terugbetaling van de geleende bedragen van in totaal € 500.000,--. Er is een bedrag van € 200.000,-- afgelost. Daarbij is niet vermeld op welke lening dat bedrag is afgelost. Op grond van artikel 6:43 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt die aflossing toegerekend aan de oudste schuld, dat wil zeggen aan lening 1.
4.3.
Vordering a komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat Economic Data Resources en I-Finance worden veroordeeld om € 50.000,-- terug te betalen aan Oak Hollow Lake ter zake van lening 1 en € 250.000,-- ter zake van lening 2.
vordering b, c, e en f: rente
4.4.
Uit artikel 3 van Pro de overeenkomsten van geldlening volgt dat partijen zijn overeengekomen dat Economic Data Resources en I-Finance vanaf de dag van verstrekking van de leningen een rentepercentage aan Oak Hollow Lake verschuldigd zijn. Vordering b, c, e en f tot betaling van rente komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat Economic Data Resources en I-Finance worden veroordeeld tot betaling van de rente met inachtneming van het volgende.
4.5.
In de overeenkomsten is een rentepercentage overeengekomen dat gelijk is aan de 1 maand Euribor (met een minimum van 0%) plus 6% per jaar. Oak Hollow Lake stelt in paragraaf 13 t/m 15 van de dagvaarding echter dat die afspraak vervolgens is aangepast, doordat Oak Hollow Lake een voorstel heeft gedaan en Economic Data Resources en I-Finance dat hebben aanvaard. De aanpassing van de afspraak blijkt volgens Oak Hollow Lake uit de hierboven genoemde e-mails van 7 en 11 september 2023.
4.6.
De rechtbank maakt uit de e-mails van 7 en 11 september 2023 op dat dat partijen in afwijking van de overeenkomsten een latere aflossingsdatum zijn overeengekomen (31 december 2024) en een lager rentepercentage. Uit de e-mails volgt dat het lagere rentepercentage geldt voor een periode van 3 jaar voorafgaand aan die nieuwe aflosdatum, oftewel over de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024. Het lagere rentepercentage dat partijen overeen zijn gekomen is dat “wat de fiscus als een minimaal zakelijke rente ziet”. Dat staat immers in het voorstel van 7 september 2023 en de instemming volgt op 11 september 2023 uit de bewoordingen “ik ben akkoord” en “zeg het maar”. Oak Hollow Lake heeft in de dagvaarding niet aangegeven welk specifiek rentepercentage zou moeten worden gehanteerd. De rechtbank vult deze leemte in de overeenstemming tussen partijen ambtshalve aan door dat rentepercentage in de periode van 2022 tot en met 2024 vast te stellen op 2,04%. Daarbij neemt de rechtbank het gemiddelde van het U-rendement en het T-rendement in het jaar 2022, 2023 en 2024 en neemt daar vervolgens het gemiddelde van.
4.7.
Vordering b en c zien op de rente in de periode tot 31 mei 2025 (dat wil zeggen tot en met 30 mei 2025). Uit de dagvaarding met producties blijkt niet hoe de gevorderde bedragen van vordering b en c zijn berekend. De rechtbank zal daarom per vordering opsommen welk rentepercentage over welke periode toewijsbaar is. De rechtbank maakt daarbij onderscheid tussen het reeds afgeloste gedeelte van € 200.000,-- van lening 1, het openstaande bedrag van € 50.000,-- van lening 1 en het openstaande bedrag van € 250.000 van lening 2. De gevorderde bedragen als genoemd in vordering b en c gelden daarbij als een maximum.
4.8.
Ten aanzien van vordering b (rentecomponent Euribor tot 31 mei 2025) worden Economic Data Resources en I-Finance veroordeeld tot betaling van rente volgens onderstaande tabel, waarbij het totaalbedrag niet hoger is dan € 25.888,10:
lening
bedrag waarover rente wordt berekend
periode waarover rente wordt berekend
rentepercentage
van
tot en met
lening 1
€ 200.000,--
19 juli 2019
28 februari 2020
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
lening 1
€ 50.000,--
19 juli 2019
31 december 2021
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
1 januari 2022
31 december 2024
n.v.t.
1 januari 2025
30 mei 2025
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
lening 2
€ 250.000,--
20 augustus 2019
31 december 2021
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
1 januari 2022
31 december 2024
n.v.t.
1 januari 2025
30 mei 2025
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
4.9.
Ten aanzien van vordering c (vaste rentecomponent tot 31 mei 2025) worden Economic Data Resources en I-Finance veroordeeld tot betaling van rente volgens onderstaande tabel, waarbij het totaalbedrag niet hoger is dan € 99.396,--:
lening
bedrag waarover rente wordt berekend
periode waarover rente wordt berekend
rentepercentage
van
tot en met
lening 1
€ 200.000,--
19 juli 2019
28 februari 2020
6%
lening 1
€ 50.000,--
19 juli 2019
31 december 2021
6%
1 januari 2022
31 december 2024
2,04%
1 januari 2025
30 mei 2025
6%
lening 2
€ 250.000,--
20 augustus 2019
31 december 2021
6%
1 januari 2022
31 december 2024
2,04%
1 januari 2025
30 mei 2025
6%
4.10.
Ten aanzien van vordering e (rentecomponent Euribor vanaf 1 juni 2025) worden Economic Data Resources en I-Finance veroordeeld tot betaling van een rentepercentage gelijk aan de 1 maand Euribor (met een minimum van 0%) over een bedrag van € 300.000,--, te berekenen over de periode van 1 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
4.11.
Ten aanzien van vordering f (vaste rentecomponent vanaf 1 juni 2025) worden Economic Data Resources en I-Finance veroordeeld tot betaling van 6% rente over een bedrag van € 300.000,--, te berekenen over de periode van 1 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
vordering d en g: boete
4.12.
Uit artikel 4.5 van de overeenkomsten van geldlening volgt dat Economic Data Resources en I-Finance een boete zijn verschuldigd van 1% per maand vanaf de dag waarop de leningen opeisbaar zijn geworden. Vordering d en g komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat Economic Data Resources en I-Finance worden veroordeeld tot betaling van de boete met inachtneming van het navolgende.
4.13.
Vordering d ziet op de periode tot 31 mei 2025 (dat wil zeggen tot en met 30 mei 2025). Uit de dagvaarding met producties blijkt niet hoe het gevorderde boetebedrag van vordering d is berekend. De rechtbank zal daarom opsommen welk boetebedrag over welke periode toewijsbaar is. De rechtbank gaat daarbij uit van een enkelvoudige berekening (niet cumulatief), als volgt: boete = (openstaand bedrag * 1% * aantal maanden dat is verstreken sinds de lening opeisbaar is geworden). De rechtbank maakt daarbij voorts onderscheid tussen het reeds afgeloste gedeelte van € 200.000,-- van lening 1, het openstaande bedrag van € 50.000,-- van lening 1 en het openstaande bedrag van € 250.000 van lening 2. Het gevorderde bedrag als genoemd in vordering d geldt daarbij als een maximum.
4.14.
Ten aanzien van vordering d (contractuele boete tot 31 mei 2025) worden Economic Data Resources en I-Finance veroordeeld tot betaling van 1% boete (openstaand bedrag * 1% * aantal maanden dat is verstreken sinds de lening opeisbaar is geworden) over:
  • een bedrag van € 200.000,-- van lening 1, te berekenen over de periode van 18 december 2019 tot en met 28 februari 2020;
  • een bedrag van € 50.000,-- van lening 1, te berekenen over de periode van 18 december 2019 tot en met 30 mei 2025; en
  • een bedrag van € 250.000,-- van lening 2, te berekenen over de periode van 20 januari 2020 tot en met 30 mei 2025;
zulks tot een maximum van € 219.978,--.
4.15.
Ten aanzien van vordering g (contractuele boete vanaf 1 juni 2025) worden Economic Data Resources en I-Finance veroordeeld tot betaling van 1% boete (te berekenen als volgt: (openstaand bedrag * 1% * aantal maanden dat is verstreken sinds de lening opeisbaar is geworden)) over:
  • een bedrag van € 50.000,-- van lening 1, te berekenen over de periode van 1 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; en
  • een bedrag van € 250.000,-- van lening 2, te berekenen over de periode van 1 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De vorderingen tegen [gedaagde sub 3]
de vorderingen zijn niet verjaard
4.16.
Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde sub 3] is dat de vorderingen van Oak Hollow Lake uit hoofde van de overeenkomsten, verjaard zijn.
4.17.
Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden (artikel 3:307 BW Pro). De vorderingen uit lening 1 zijn opeisbaar geworden op 18 december 2019 en de vorderingen uit lening 2 op 20 januari 2020. Oak Hollow Lake stelt echter dat de verjaring gestuit is doordat afwijkende afspraken zijn gemaakt over de leningen en doordat [gedaagde sub 3] de vorderingen heeft erkend. In zijn e-mail van 11 september 2023 aan [naam] verklaart [gedaagde sub 3] zich onder meer akkoord met een gewijzigde aflossingsdatum van lening 1 en 2. Daarmee erkent [gedaagde sub 3] de vorderingen van Oak Hollow Lake uit de overeenkomsten. Daardoor is de verjaring gestuit en is een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaan lopen. De vorderingen die Oak Hollow Lake bij dagvaarding van 7 juli 2025 heeft ingesteld, zijn niet verjaard. De vraag of met die e-mailcorrespondentie afwijkende afspraken tot stand zijn gekomen, kan voor de beoordeling van de vorderingen van Oak Hollow Lake op [gedaagde sub 3] verder in het midden blijven, gelet op het navolgende.
kwalificatie van de verbintenis tussen Oak Hollow Lake en [gedaagde sub 3] onder de overeenkomsten
4.18.
[gedaagde sub 3] stelt zich op het standpunt dat hij geen leningnemer is, maar dat de overeenkomst tussen hem en Oak Hollow Lake kwalificeert als een particuliere borgtocht, zodat een maximumbedrag als vormvereiste geldt.
4.19.
De rechtbank zal de overeenkomst tussen Oak Hollow Lake en [gedaagde sub 3] eerst kwalificeren. In de aanhef van beide overeenkomsten is [gedaagde sub 3] als contractspartij gedefinieerd als “Leningnemer en Garant”. Bij letterlijke lezing van de tekst zouden er dus twee verbintenissen van [gedaagde sub 3] ten opzichte van Oak Hollow Lake bestaan. De rechtbank bespreekt die achtereenvolgens.
4.20.
Ten aanzien van [gedaagde sub 3] als “Garant” zijn partijen in artikel 4.4 van elke overeenkomst overeengekomen dat hij instaat voor terugbetaling van de lening. Die verplichting kwalificeert als een borgtocht in de zin van artikel 7:850 lid 1 BW Pro. Het gaat dus om een borgtocht en niet om een garantieovereenkomst. Het wettelijk stelsel gaat uit van de inhoud van een overeenkomst en niet van de door partijen gebruikte bewoordingen of benaming van de overeenkomst. Dat in de overeenkomst de definitie “Garant” wordt gebruikt, is niet bepalend voor de kwalificatie. Voor de beslissing in deze procedure maakt dat overigens geen verschil.
4.21.
Daarnaast is [gedaagde sub 3] gedefinieerd als “Leningnemer”. In de aanhef van de overeenkomsten worden ook Economic Data Resources en I-Finance als “Leningnemer” gedefinieerd. Partijen zijn in artikel 5.1 overeengekomen dat de Leningnemers ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor, naar de rechtbank begrijpt, de nakoming van alle verplichtingen uit de overeenkomst van geldlening.
4.22.
Als [gedaagde sub 3] zou kwalificeren als Leningnemer onder de overeenkomsten, en daarmee dus hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de nakoming van alle verplichtingen uit de overeenkomsten, dan valt daarmee niet te rijmen dat [gedaagde sub 3] tevens als borg zou instaan voor terugbetaling van de lening, zoals in artikel 4.4 is opgenomen. Dat voegt immers niets toe aan de hoofdelijke aansprakelijkheid van diezelfde persoon als Leningnemer. Anders gezegd: het is niet aannemelijk dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde sub 3] zowel “Leningnemer” als “Garant” zou zijn. Het betoog van Oak Hollow Lake ter zitting, dat [gedaagde sub 3] zowel borg als Leningnemer zou zijn, omdat je als borg eerder regres kunt nemen, heeft die onduidelijkheid niet opgehelderd.
4.23.
Nu de overeenkomsten desondanks vermelden dat [gedaagde sub 3] “Leningnemer en Garant” is, zijn de overeenkomsten ten aanzien van de hoedanigheid van [gedaagde sub 3] onder die overeenkomsten dus onduidelijk. De overeenkomsten moeten op dit punt worden uitgelegd. Het komt daarbij aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op wat zij daarbij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
4.24.
De letterlijke tekst van de definitie van [gedaagde sub 3] als “Leningnemer en Garant” is daarbij niet doorslaggevend. Partijen hebben ter zitting toegelicht dat zij zich bij de totstandkoming van de overeenkomsten niet hebben laten bijstaan door juridisch adviseurs. Partijen hebben naar eigen zeggen een bestaande modelovereenkomst overgenomen en deze zelf aangepast en ingevuld. Het lijkt hier om een foutief ingevulde definitie te gaan, waaruit geen specifieke bedoeling van partijen kan worden afgeleid ten aanzien van de vraag of [gedaagde sub 3] nu Leningnemer of Garant zou zijn.
4.25.
De overeenkomst zelf bevat wel aanknopingspunten voor de bedoeling van partijen. Uit de considerans onder (A) in samenhang bezien met artikel 2.1 volgt dat het gaat om een overbruggingskrediet ter financiering van een Junior Loan Facility tussen (thans) I-Finance, I-Service B.V. en NIBC Bank N.V. Uit de processtukken blijkt dat dat een zakelijke financiering bij de bank betrof van diverse vennootschappen. Nergens blijkt uit dat [gedaagde sub 3] persoonlijk partij was bij die financiering. Dat is een aanwijzing dat het niet de bedoeling was dat [gedaagde sub 3] persoonlijk geld zou lenen van Oak Hollow Lake.
4.26.
Ook uit de schriftelijke uitlatingen van partijen na de totstandkoming van de overeenkomsten blijkt de bedoeling dat [gedaagde sub 3] géén Leningnemer zou zijn. Zo schrijft [gedaagde sub 3] in zijn e-mail op 11 september 2023: “dit was anders geweest wanneer je privé aan mij had geleend.” Aangezien er geen sprake van is dat [naam] persoonlijk betrokken zou zijn bij de lening, gaat de rechtbank er van uit dat [gedaagde sub 3] hier heeft bedoeld dat er niet aan hem persoonlijk (privé) is geleend. Oak Hollow Lake stelt in paragraaf 2 van haar dagvaarding bovendien: “Leningnemers zijn Economic Data Resources Holding B.V. (hierna “EDR”) alsmede EDR Works Holding B.V.” Ook Oak Hollow Lake lijkt er dus van uit te gaan dat [gedaagde sub 3] geen Leningnemer is.
4.27.
Op basis van het bovenstaande moeten de overeenkomsten zo worden uitgelegd dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde sub 3] niet als “Leningnemer” maar (wel) als “Garant” kwalificeert.
vordering a: hoofdsom
4.28.
Tussen [gedaagde sub 3] en Oak Hollow Lake bestaat dus een overeenkomst van borgtocht. Partijen zijn in artikel 4.4 overeengekomen dat deze overeenkomst van borgtocht inhoudt dat [gedaagde sub 3] instaat “voor terugbetaling van de lening”. [gedaagde sub 3] heeft zich dus verbonden tot nakoming van de verbintenis van Economic Data Resources en I-Finance om aan Oak Hollow Lake de lening – dat wil zeggen de hoofdsom – terug te betalen.
4.29.
[gedaagde sub 3] wordt, net als Economic Data Resources en I-Finance, veroordeeld om de openstaande hoofdsom van de leningen terug te betalen aan Oak Hollow Lake. Hierboven is vastgesteld dat Economic Data Resources en I-Finance een bedrag van € 300.000,-- van de leningen niet hebben voldaan. [gedaagde sub 3] zal als borg dus worden veroordeeld tot betaling aan Oak Hollow Lake van € 50.000,-- ter zake van lening 1 en € 250.000,-- ter zake van lening 2.
vordering b tot en met g: rente en boete
4.30.
Uit de tekst van artikel 4.4 blijkt dat [gedaagde sub 3] zich als borg verbonden heeft tot “terugbetaling van de lening”, maar niet dat hij zich verbonden heeft tot nakoming van de verplichtingen van Economic Data Resources en I-Finance tot betaling van rente en boete. Om die reden worden vorderingen b tot en met g tegen [gedaagde sub 3] afgewezen. De overige verweren van [gedaagde sub 3] , waaronder het verweer dat het gaat om een particuliere borgtocht zodat een maximumbedrag als vormvereiste geldt, behoeven daarom geen bespreking meer.
Proceskostenveroordeling
4.31.
Economic Data Resources, I-Finance en [gedaagde sub 3] zijn (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) en de kosten van het conservatoir beslag betalen. De proceskosten van Oak Hollow Lake worden begroot op:
- explootkosten conservatoir beslag
735,81
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
6.861,--
- salaris advocaat
11.169,--
(3 punten × € 3.723,--)
- nakosten
189,--
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
19.074,21
4.32.
De gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten is niet toewijsbaar. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.33.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V., I-Finance Holding B.V. en [gedaagde sub 3] tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van € 300.000,--;
5.2.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V. en I-Finance Holding B.V. tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van rente volgens onderstaande tabel, waarbij het totaalbedrag niet hoger is dan € 25.888,10:
lening
bedrag waarover rente wordt berekend
periode waarover rente wordt berekend
rentepercentage
van
tot en met
lening 1
€ 200.000,--
19 juli 2019
28 februari 2020
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
lening 1
€ 50.000,--
19 juli 2019
31 december 2021
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
1 januari 2022
31 december 2024
n.v.t.
1 januari 2025
30 mei 2025
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
lening 2
€ 250.000,--
20 augustus 2019
31 december 2021
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
1 januari 2022
31 december 2024
n.v.t.
1 januari 2025
30 mei 2025
1 maand Euribor (met een minimum van 0%)
5.3.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V. en I-Finance Holding B.V. tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van rente volgens onderstaande tabel, waarbij het totaalbedrag niet hoger is dan € 99.396,--:
lening
bedrag waarover rente wordt berekend
periode waarover rente wordt berekend
rentepercentage
van
tot en met
lening 1
€ 200.000,--
19 juli 2019
28 februari 2020
6%
lening 1
€ 50.000,--
19 juli 2019
31 december 2021
6%
1 januari 2022
31 december 2024
2,04%
1 januari 2025
30 mei 2025
6%
lening 2
€ 250.000,--
20 augustus 2019
31 december 2021
6%
1 januari 2022
31 december 2024
2,04%
1 januari 2025
30 mei 2025
6%
5.4.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V. en I-Finance Holding B.V. tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van 1% boete (te berekenen als volgt: openstaand bedrag * 1% * aantal maanden dat is verstreken sinds de lening opeisbaar is geworden) over:
  • een bedrag van € 200.000,-- van lening 1, te berekenen over de periode van 18 december 2019 tot en met 28 februari 2020;
  • een bedrag van € 50.000,-- van lening 1, te berekenen over de periode van 18 december 2019 tot en met 30 mei 2025; en
  • een bedrag van € 250.000,-- van lening 2, te berekenen over de periode van 20 januari 2020 tot en met 30 mei 2025;
zulks tot een maximum van € 219.978,--;
5.5.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V. en I-Finance Holding B.V. tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van een rentepercentage gelijk aan de 1 maand Euribor (met een minimum van 0%) over een bedrag van € 300.000,-- te berekenen over de periode van 1 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.6.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V. en I-Finance Holding B.V. tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van 6% rente over een bedrag van € 300.000,-- te berekenen over de periode van 1 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.7.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V. en I-Finance Holding B.V. tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van 1% boete (te berekenen als volgt: openstaand bedrag * 1% * aantal maanden dat is verstreken sinds de lening opeisbaar is geworden) over een bedrag van € 300.000,-- te berekenen over de periode van 1 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.8.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V., I-Finance Holding B.V. en [gedaagde sub 3] hoofdelijk in de proceskosten van Oak Hollow Lake B.V. van € 19.074,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Economic Data Resources Holding B.V., I-Finance Holding B.V. en [gedaagde sub 3] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.9.
veroordeelt Economic Data Resources Holding B.V., I-Finance Holding B.V. en [gedaagde sub 3] hoofdelijk tot betaling aan Oak Hollow Lake B.V. van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.10.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Voorrips en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.