Uitspraak
[de minderjarige] ,
[de moeder] ,
[de vader] ,
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
[de tante] ,
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
Procedure
Verzoeken
Beoordeling
op de korte termijnin het belang van [de minderjarige] . [de minderjarige] zit op een plek waar zij zich fijn en veilig voelt. [de minderjarige] wordt ondersteund in haar ontwikkeling en laat zien weer meer tot leren te komen op school. [de minderjarige] geeft aan dat zij meer rust heeft gevonden bij tante thuis.
op langere termijnhet beste is voor [de minderjarige] moet volgens de Raad door de jeugdbeschermer worden onderzocht. De Raad is bezorgd dat het verblijf bij tante mogelijk niet of onvoldoende bijdraagt aan het contactherstel tussen moeder en [de minderjarige] . Tevens draagt het niet bij aan het wegnemen van het loyaliteitsconflict bij [de minderjarige] . Moeder en tante hebben geen contact en er is dan ook geen enkele vorm van samenwerking. De Raad vindt dit niet in het belang van [de minderjarige] .
Beslissing
1 augustus 2026schriftelijk verslag doet aan de rechtbank, met gelijktijdige kopie aan de (advocaten van de) ouders;
20 maart 2026een verweerschrift kan indienen tegen de verzoeken van de vader ten aanzien van de kinderalimentatie, bepaalt dat de vader daarop uiterlijk op
10 april 2026mag reageren en dat de moeder daarop uiterlijk op
1 mei 2026een reactie mag indienen;
kinderalimentatieaan tot
1 mei 2026 pro forma;
de informele rechtsingang, de bijzondere curator, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskostenaan tot
1 augustus 2026 pro forma.