ECLI:NL:RBDHA:2026:8339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielverblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 25 juli 2025, waarna een beslistermijn van zes maanden geldt, eindigend op 25 januari 2026.
Eiser stelde de minister op 16 januari 2026 in gebreke, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een ingebrekestelling pas mogelijk nadat de beslistermijn is verlopen. Hierdoor is de ingebrekestelling prematuur en het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank vond het niet nodig om partijen te horen in een zitting en baseerde haar oordeel op de toepasselijke wetsartikelen. De minister had aanvankelijk de beslistermijn verlengd, maar deze verlenging was ingetrokken, waardoor de standaardtermijn van zes maanden weer geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees eiser op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.