ECLI:NL:RBDHA:2026:8349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning Syrië moratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 4 augustus 2024 ontvangen door de minister van Asiel en Migratie. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 geldt een beslistermijn van zes maanden, die aanvankelijk met negen maanden werd verlengd, maar deze verlenging werd ingetrokken, waardoor de termijn weer zes maanden bedraagt.
Vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, werd de beslistermijn voor asielaanvragen uit Syrië verlengd met één jaar, tot maximaal 21 maanden. Dit moratorium is ook van toepassing op aanvragen waarvan de beslistermijn al was verstreken bij de inwerkingtreding van het moratorium. De aanvraag van eiser valt onder deze regeling, waardoor de uiterste beslisdatum op 4 februari 2026 lag.
Eiser stelde de minister op 16 januari 2026 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wees het beroep af op grond van ontvankelijkheidsvereisten.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn.