ECLI:NL:RBDHA:2026:8353
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 26 juli 2024. De minister moest op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië werd deze termijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 19 januari 2026 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de verlengde beslistermijn pas op 26 januari 2026 zou aflopen. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep zonder zitting af te doen. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 2 april 2026 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.