In deze kortgedingprocedure vordert eiseres dat Albever Holding nakoming van een mondelinge overeenkomst tot verstrekking van een aanvullende geldlening afdwingt voor de verbouwing van haar appartement. Eiseres heeft een appartement gekocht en gefinancierd met een hypothecaire geldlening van Albever Holding. Na het beëindigen van een affectieve relatie tussen eiseres en de bestuurder van Albever Holding ontstond onenigheid over de aanvullende financiering voor de verbouwing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres spoedeisend belang heeft bij de vordering, omdat de verbouwing stil is komen te liggen en zij dubbele maandlasten heeft. Uit gedragingen van de bestuurder blijkt dat partijen overeenstemming hadden over de aanvullende lening, mede doordat Albever Holding twee keer schriftelijke leningsovereenkomsten heeft aangeboden. Eiseres heeft deze niet ondertekend, maar dit wordt toegerekend aan omstandigheden rondom vakantie.
De rechter wijst de primaire vordering tot verstrekking van €125.000 af, maar wijst de subsidiaire vordering toe tot verstrekking van €100.000, het bedrag dat overeenkomt met de werkelijke verbouwingskosten zonder aanbouw. De dwangsom wordt opgelegd om nakoming te stimuleren. Iedere partij draagt eigen proceskosten.