Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat eisers verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid niet samenhangend en aannemelijk zijn. In de eerste plaats verklaart eiser dat hij regelmatig bijeenkomsten bezoekt van het COC, Qolored Qollective en dat hij bij meerdere prides is geweest. De minister stelt zich hierover terecht op het standpunt dat van eiser verwacht mag worden dat hij gelet op de frequentie van zijn bezoeken met een zekere mate van diepgang over zijn bezoeken en gesprekken kan verklaren. Het enkele feit dat eiser deelneemt aan activiteiten van LHBTI-belangenorganisaties en dat hij op foto’s staat met andere homoseksuelen, leidt namelijk niet tot de conclusie dat eiser homoseksueel is. De activiteiten die eiser op de foto’s onderneemt en waar hij over verklaard kunnen namelijk ook door heteroseksuele personen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld uit solidariteit, vriendschap of om aansluiting te zoeken bij een bepaalde groep. Het beoordelen van seksuele gerichtheid gaat, zoals de minister terecht stelt, niet in de eerste plaats om uiterlijke kenmerken of deelname aan evenementen, maar om de persoonlijke en innerlijke beleving. Eisers verklaringen over de activiteiten geven vervolgens onvoldoende inzicht in zijn beleving en de gevoelens die hij daarbij heeft ervaren. De minister stelt zich verder terecht op het standpunt dat in het voornemen uitgebreid is uitgelegd waarom eisers verklaringen onvoldoende inzicht geven in zijn gevoelens. De enkele verwijzing naar de zienwijze ter onderbouwing van het betoog dat eiser wel voldoende inzicht heeft gegeven in zijn beleving en gevoelens, kan, nog daargelaten dat eiser in de zienswijze niet ingaat op de argumenten van de minister in dit opzicht, niet leiden tot een andere conclusie.