Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8443

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
NL25.24892 en NL25.45489
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag artikel 64 Vreemdelingenwet wegens ontbreken medische noodsituatie

Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke is afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Het Bureau Medische Advisering (BMA) bracht een advies uit waarin werd vastgesteld dat eiseres lijdt aan chronische stabiele bloedarmoede en slaapproblemen, maar dat deze aandoeningen niet zodanig ernstig zijn dat sprake is van een medische noodsituatie.

Eiseres voerde aan dat het BMA onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar psychische klachten en dat bij terugkeer naar Nigeria een medische noodsituatie zou ontstaan. Tevens stelde zij dat zij ten onrechte niet was gehoord. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig was opgesteld en dat eiseres onvoldoende onderbouwing had geleverd om het advies te betwisten.

De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht van het BMA-advies is uitgegaan en dat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Ook was het niet noodzakelijk eiseres te horen, omdat het bezwaar geen nieuwe feiten of stukken bevatte die tot een andere uitkomst konden leiden.

Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag artikel 64 Vreemdelingenwet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.24892 en NL25.45489
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres], V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. L.F. Ludwig).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 3 juni 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn met bericht vooraf niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1992 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag gedaan om toepassing van artikel 64 van Pro de Vw. Het Bureau Medische Advisering (BMA) heeft op verzoek op 23 mei 2025 een advies uitgebracht over de toepasselijkheid van artikel 64 van Pro de Vw.
2.1.
Uit het BMA-advies blijkt dat eiseres lijdt aan chronische stabiele bloedarmoede en sinds januari 2022 aan slaapproblemen. De bloedarmoede geeft weinig klachten en wordt niet behandeld. De slaapstoornis wordt behandeld door de POH-GGZ en medicatie.
2.2.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat uit het BMA-advies blijkt dat eiseres in staat is om te reizen en dat bij het uitblijven van de medische behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden geen medische noodsituatie wordt verwacht.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Ten eerste verzoekt eiseres om de gronden van het bezwaarschrift als herhaald en ingelast te beschouwen. Ten tweede is het bestreden besluit onzorgvuldig, nu het BMA niet heeft onderzocht welke psychische klachten eiseres heeft waardoor zij niet kan slapen. Haar psychische klachten zijn zodanig ernstig dat er bij terugkeer naar Nigeria een medische noodsituatie zal ontstaan. Ten derde heeft verweerder eiseres ten onrechte niet gehoord.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Herhaald en ingelast
5. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiseres eerder in de bezwaargronden naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiseres van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom ziet de rechtbank hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.
Medische noodsituatie
6. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter [1] is een BMA-advies een deskundigenadvies. Wanneer verweerder een BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, moet hij zich ervan vergewissen dat dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusie daarop aansluit. Wanneer dit het geval is, mag verweerder in beginsel van de juistheid van het advies uitgaan. Het is vervolgens aan eiseres om de juistheid van het deskundigenadvies te betwisten, bijvoorbeeld met een contra-expertise.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder van het BMA-advies uit heeft kunnen gaan en op basis hiervan de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen. Eiseres heeft niets ingebracht of aangevoerd op grond waarvan kan worden gesteld dat verweerder niet aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Het is de rechtbank niet gebleken dat het BMA-advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. In het BMA-advies is op basis van het medisch dossier geconcludeerd dat de slaapproblemen en bloedarmoede eiseres niet zo ernstig zijn dat sprake is van (de dreiging van) een medische noodsituatie. De bloedarmoede is mild, geeft tot op heden weinig klachten en wordt niet behandeld. Voor de slaapproblemen is er sprake van een relatief geringe behandeling en zijn er geen aanwijzingen dat de situatie binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zodanig zal ontregelen dat er een medische noodsituatie zal ontstaan als de behandeling uitblijft. De stelling van eiseres dat er bij terugkeer naar Nigeria een psychische noodsituatie zal ontstaan, kan eiseres niet baten omdat zij dit niet (met stukken) heeft onderbouwd. Ook de stelling van eiseres dat haar slaapproblemen worden veroorzaakt door trauma’s en dat het BMA onderzoek had moeten doen naar haar psychische klachten volgt de rechtbank niet. In beroep is een verklaring van de huisarts overgelegd. Daarin staat over de slaapproblemen dat gedacht wordt dat vooral doorgemaakte trauma’s in het verleden hier de oorzaak voor kunnen zijn en dat ze onder controle bleven dankzij gesprekken met de POH-GGZ en medicijnen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich tijdens de zitting terecht op het standpunt gesteld dat onvoldoende is onderbouwd dat er sprake is van trauma’s en dat deze de slaapproblemen veroorzaken. De rechtbank stelt vast dat dit ook niet blijkt uit de stukken die eiseres in de beroepsprocedure heeft overgelegd.
Hoorplicht
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiseres niet had hoeven horen. De Afdeling heeft overwogen dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is van de bezwaarschriftenprocedure en dat de vreemdeling in beginsel wordt gehoord. Verweerder mag slechts van horen afzien als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de gronden van bezwaar niet tot een ander besluit kunnen leiden. [2] Verweerder heeft op grond van het primaire besluit en wat naar voren is gebracht in bezwaar redelijkerwijs kunnen concluderen dat het bezwaar niet tot een andere uitkomst kon leiden. In bezwaar heeft eiseres alleen aangevoerd dat het BMA-advies onzorgvuldig is, dat haar slaapproblemen worden veroorzaakt door traumatische ervaringen en dat er zonder medicatie een medische noodsituatie zal ontstaan omdat de psychische klachten zullen verergeren. Eiseres heeft in bezwaar geen nadere stukken over haar medische situatie overgelegd. Van belang hierbij is dat eiseres ook geen redenen heeft gegeven waarom zij geen aanvullende informatie kan overleggen. Ook is niet gebleken dat eiseres zich actief heeft ingespannen om nadere stukken te kunnen overleggen en dat zij hierover met verweerder heeft gecommuniceerd.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit [3] .
10. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 8 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3422, r.o. 2.1.
2.Uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918.
3.Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.