ECLI:NL:RBDHA:2026:850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen van Venezolaanse eisers wegens gebrek aan geloofwaardigheid van de vrees voor vervolging
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 21 januari 2026, zijn de asielaanvragen van twee Venezolaanse eisers afgewezen. Eiseres 1 diende op 13 november 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, terwijl eiseres 2 op 25 juni 2024 een asielaanvraag indiende. De minister van Asiel en Migratie heeft beide aanvragen op 2 september 2025 afgewezen, met de motivering dat de problemen die eiseres 1 ondervindt vanwege het werk van haar zoon en de problemen van eiseres 2 met de collega's van haar broer niet geloofwaardig zijn. De rechtbank heeft de beroepen van de eisers op 30 december 2025 behandeld, waarbij eiseres 1 aanwezig was met een tolk, maar eiseres 2 niet. De rechtbank concludeert dat de minister de afwijzingen van de asielaanvragen terecht in stand heeft gehouden, omdat er geen gegronde vrees voor vervolging is aangetoond. De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van de eisers onvoldoende zijn onderbouwd en dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de asielmotieven niet geloofwaardig zijn. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvragen, evenals het terugkeerbesluit. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.