ECLI:NL:RBDHA:2026:851

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
694213
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 HnwArt. 6:162 BWArt. 1019h RvArt. 1019i Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op gebruik handelsnaam Box Brownies wegens inbreuk op The Brownie Box

The Brownie Box, een onderneming actief sinds 2018 in de online verkoop van brownies, vordert in kort geding een verbod tegen Online Retail Services wegens het gebruik van de handelsnaam Box Brownies, die volgens haar inbreuk maakt op haar oudere handelsnaamrecht. Online Retail Services voert verweer tegen de vorderingen en stelt onder meer dat sprake is van rechtsverwerking en betwist de inbreuk.

De voorzieningenrechter oordeelt dat The Brownie Box een spoedeisend belang heeft bij het verbod omdat de inbreuk voortduurt en dat het beroep op rechtsverwerking faalt omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die het gerechtvaardigd vertrouwen van Online Retail Services rechtvaardigen. De handelsnamen lijken sterk op elkaar en de ondernemingen zijn actief in hetzelfde werkgebied en soortgelijke producten, waardoor verwarring bij het publiek te duchten is.

De rechter wijst het inbreukverbod toe met een termijn van zes maanden voor naleving en legt een gemaximeerde dwangsom op. De vorderingen tot aanpassing van de website, het verbod op zoektermen en het voorschot op schadevergoeding worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Online Retail Services wordt verboden de handelsnaam Box Brownies te gebruiken binnen zes maanden na betekening van het vonnis.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel – voorzieningenrechter
zaak - / rolnummer: C/09/694213 / KG ZA 25-1097
Vonnis in kort geding van 20 januari 2026
in de zaak van
THE BROWNIE BOX B.V.te Bemmel,
eiseres,
hierna te noemen: The Brownie Box,
advocaat: mr. N.M.J.H. van den Bogaard,
tegen
ONLINE RETAIL SERVICES B.V.te Bodegraven,
gedaagde,
hierna te noemen: Online Retail Services,
advocaat: mr. van Eldik.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 november 2025 met producties EP01 tot en met EP13;
- de op 25 november 2025 door The Brownie Box overgelegde akte houdende overlegging tevens uitlating producties EP14 tot en met EP21;
- de op 25 november 2025 door Online Retail Services ingediende conclusie van antwoord met producties GP01 tot en met GP11;
- de op 26 november 2025 door The Brownie Box overgelegde akte houdende overlegging tevens uitlating producties EP22 en EP23;
- de op 27 november 2025 door Online Retail Services ingediende akte aanvullende producties GP12 tot en met GP16;
- de door beide partijen overgelegde pleitnotities.
1.2.
Op 28 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is vervolgens op verzoek van partijen aangehouden tot 12 december 2025 in verband met schikkingsonderhandelingen. The Brownie Box heeft de voorzieningenrechter op 11 december 2025 laten weten dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt en heeft verzocht om vonnis te wijzen. De voorzieningenrechter heeft vervolgens bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
The Brownie Box is een onderneming gericht op de online verkoop van brownies en persoonlijke verrassingen. Zij voert sinds 2018 de handelsnaam ‘The Brownie Box’. Op 1 januari 2018 is zij ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. Op dezelfde datum heeft zij de domeinnaam www.thebrowniebox.nl geregistreerd.
2.2.
Online Retail Services is een onderneming die zich sinds juni 2024 bezighoudt met de online verkoop van brownies via de website www.boxbrownies.nl onder de handelsnaam ‘Box Brownies’. Zij heeft de handelsnaam ‘Box Brownies’ overgenomen van Kaya Rasa Foods, die de handelsnaam sinds november 2020 voerde.
2.3.
Voorafgaand aan de overname door Online Retail Services, heeft Box Brownies bij e-mail van 15 april 2024 The Brownie Box benaderd met het aanbod om Box Brownies over te nemen.
2.4.
Op 16 april 2024 heeft The Brownie Box het volgende gereageerd:
“Bedankt voor jouw bericht. Helaas moet ik je vertellen dat wij geen interesse hebben om Box Brownies over te nemen. Succes met de verkoop!”
2.5.
Op 19 mei 2025 heeft (de toenmalige advocaat van) The Brownie Box Online Retail Services gesommeerd het gebruik van de handelsnaam Box Brownies te staken, omdat deze inbreuk maakt op haar oudere handelsnaamrecht. Bij bericht van 30 mei 2025 betwist (de advocaat van) Online Retail Services de inbreuk.
2.6.
Op 14 juli en 15 oktober 2025 heeft The Brownie Box Online Retail Services nogmaals gesommeerd de handelsnaaminbreuk te staken. In haar reacties van 24 juli en 28 oktober 2025 heeft Online Retail Services de inbreuk opnieuw betwist.

3.Het geschil

3.1.
The Brownie Box vordert – samengevat weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
I. Online Retail Services onmiddellijk na betekening van het vonnis verbiedt de handelsnaam “Box Brownies” te gebruiken;
II. Online Retail Services gebiedt de domeinnaam www.boxbrownies.nl onmiddellijk na betekening van het vonnis zodanig aan te passen dat deze niet de handelsnamen “Box Brownies” en/of “The Brownie Box” bevat of andere elementen die verwarring met de handelsnaam van The Brownie Box kunnen veroorzaken;
III. Online Retail Services gebiedt de website die gekoppeld is aan de domeinnaam www.boxbrownies.nl onmiddellijk na betekening van het vonnis zodanig aan te passen dat deze niet de handelsnaam “Box Brownies” bevat of andere elementen die verwarring met de handelsnaam van The Brownie Box kunnen veroorzaken;
IV. Online Retail Services verbiedt om (online) campagnes te voeren met gebruikmaking van de zoekterm “The Brownie Box”;
V. Online Retail Services gebiedt de in EP10 overgelegde onthoudingsverklaring te ondertekenen en te retourneren aan de advocaat van Online Retail Services;
VI. Online Retail Services veroordeelt tot het betalen van een dwangsom van € 15.000,- per overtreding, vermeerderd met € 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat Online Retail Services niet aan dit vonnis voldoet, met een maximum van € 150.000,-;
VII. Online Retail Services veroordeelt tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 127.935,-;
VIII. Online Retail Services veroordeelt tot het betalen van de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv [1] , te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.
3.2.
The Brownie Box legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Online Retail Services maakt inbreuk op de handelsnaam van The Brownie Box in de zin van artikel 5 Hnw Pro [2] , door de handelsnaam “Box Brownies” te voeren, die slechts in geringe mate afwijkt van de oudere handelsnaam “The Brownie Box”. Hierdoor ontstaat bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen, mede doordat de aard van hun bedrijfsactiviteiten (voor een deel) overeenkomt en het werkgebied van beide ondernemingen zich uitstrekt over heel Nederland. Derhalve dient een verbod aan Online Retail Services te worden opgelegd om de handelsnaam Box Brownies te gebruiken. Daarnaast stelt The Brownie Box dat Online Retail Services met de handelsnaaminbreuk onrechtmatig handelt in de zin van artikel 6:162 BW Pro [3] , waardoor zij schade lijdt bestaande uit reputatieschade, schade aan haar bedrijfsdebiet en verlies van klanten en omzet.
3.3.
Online Retail Services voert verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van Online Retail Services, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van The Brownie Box, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van The Brownie Box in de kosten van deze procedure op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Online Retail Services heeft op verschillende punten verweer gevoerd. Zij bestrijdt dat sprake is van spoedeisend belang, voert aan dat sprake is van rechtsverwerking en betwist dat sprake is van handelsnaaminbreuk. De voorzieningenrechter zal eerst ingaan op het spoedeisend belang.
Spoedeisend belang
4.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of The Brownie Box ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
4.3.
De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval.
4.4.
Online Retail Services heeft het gebruik van de handelsnaam Box Brownies niet gestaakt, zodat de gestelde handelsnaaminbreuk voortduurt, op grond waarvan The Brownie Box een spoedeisend belang heeft bij het gevorderde verbod. De omstandigheid dat The Brownie Box weliswaar eerder had kunnen optreden, neemt niet weg dat sprake is van een voortdurende inbreuk. Bovendien heeft The Brownie Box onweersproken ter zitting verklaard dat zij niet eerder tegen Box Brownies heeft opgetreden omdat pas na de overname door Online Retail Services, als gevolg van intensievere marketing, daadwerkelijk concurrentie plaatsvond, waardoor het belang van The Brownie Box om tegen Box Brownies op te treden toenam. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat The Brownie Box spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.
Rechtsverwerking
4.5.
Online Retail Services stelt zich op het standpunt dat sprake is van rechtsverwerking. The Brownie Box is sinds april 2024 bekend met het bestaan van Box Brownies, waarna zij hiertegen gedurende een aanzienlijke periode geen bezwaar heeft gemaakt. Bovendien heeft The Brownie Box in de onder 2.4 opgenomen e-mail Box Brownies expliciet succes gewenst bij de verkoop van de onderneming. Die uitlating en het langdurig stilzitten hebben bij Online Retail Services het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat The Brownie Box geen gebruik zou maken van enige aanspraak.
4.6.
De voorzieningenrechter stelt het volgende voorop. Van rechtsverwerking kan sprake zijn als een rechthebbende zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet te verenigen is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Enkel stilzitten of tijdsverloop levert geen toereikende grond voor het aannemen van rechtsverwerking op. Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan bij de schuldenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken of de positie van de schuldeiser onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard in geval de rechthebbende zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Door te reageren dat zij niet geïnteresseerd is in een overname heeft The Brownie Box naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter expliciet, noch impliciet actief de indruk gewerkt dat zij geen bezwaar heeft tegen het gebruik van de handelsnaam Box Brownies. Nu een bijzondere omstandigheid zoals hierboven is beschreven zich in onderhavige zaak niet voordoet, wordt het beroep op rechtsverwerking verworpen.
Handelsnaaminbreuk
4.7.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of Online Retail Services met het voeren van de handelsnaam Box Brownies inbreuk maakt op de handelsnaamrechten van The Brownie Box.
4.8.
Op grond van artikel 5 Hnw Pro is het verboden een handelsnaam te voeren die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig werd gevoerd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, indien dientengevolge, gelet op de aard en plaats van beide ondernemingen, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Wanneer de ingeroepen oudere handelsnaam (in meer of mindere mate) beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist, geldt het volgende. Bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, in hoeverre, bij het relevante publiek (directe of indirecte) verwarring te duchten is, dient het algemene belang betrokken te worden. Dat ziet op het belang dat aanduidingen die beschrijvend zijn voor de aard van een onderneming of van de door haar geleverde waren of diensten, door een ieder vrij moeten kunnen worden gebruikt. Bij die beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de mate van – intrinsiek aan de naam verbonden of door bekendheid bij het publiek verworven – onderscheidend vermogen van de oudere handelsnaam. [4]
4.9.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat The Brownie Box als onderneming eerder met haar handelsnaam aan het economische verkeer deelnam dan dat de handelsnaam Box Brownies werd gevoerd. Daarnaast heeft Online Retail Services niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat de handelsnamen overeenstemmen. De enige verschillen tussen de handelsnamen betreffen immers het gebruik van het Engelse lidwoord ‘the’, de volgorde van de woorden ‘brownie(s)’ en ‘box’ en het onderscheid tussen enkelvoud en meervoud bij het woord ‘brownie(s)’. Partijen twisten over de vraag of The Brownie Box tegen het latere handelsnaamgebruik van Box Brownies kan optreden op grond van artikel 5 Hnw Pro, in welk verband Online Retail Services zich op het standpunt heeft gesteld dat “The Brownie Box” een zodanig beschrijvende naam is, dat zij die – gelet op het algemene belang – niet als handelsnaam mag monopoliseren. Volgens Online Retail Services zijn de kleine variaties voldoende om het verwarringsgevaar weg te nemen nu sprake is van een volledig beschrijvende handelsnaam. De voorzieningenrechter volgt Online Retail Services hier niet in. De behoefte tot vrijhouding van aanduidingen die beschrijvend zijn voor de aard van de onderneming of van de door haar geleverde waren of diensten, is immers slechts een omstandigheid die bij de beoordeling van de vraag of verwarring te duchten is moet worden betrokken. Voor beschrijvende handelsnamen zonder onderscheidend vermogen zijn naast gevaar voor verwarring geen bijkomende omstandigheden vereist. [5] Naar voorlopig oordeel is er gevaar voor verwarring tussen de ondernemingen van partijen te duchten door het handelsnaamgebruik van Online Retail Services om de volgende redenen.
4.10.
De activiteiten van beide ondernemingen zijn overeenstemmend. Hoewel The Brownie Box haar assortiment heeft uitgebreid met cadeauproducten zoals knuffels en verzorgingsproducten, zijn beide ondernemingen hoofdzakelijk gericht op de online verkoop van brownies in een doosje. Beide partijen zijn ook in hetzelfde gebied actief, omdat zij allebei via een webshop in heel Nederland hun producten aanbieden en verkopen.
4.11.
Zoals blijkt uit de door The Brownie Box overgelegde productie EP09 heeft verwarring zich bovendien daadwerkelijk voorgedaan. De productie bevat tientallen voorbeelden waarbij zowel zakelijke klanten als consumenten per ongeluk contact zoeken met The Brownie Box in plaats van met Box Brownies. In de overgelegde e-mails gebruiken de betreffende klanten zelf expliciet de woorden “Box Brownies”, zij voegen een bankafschrift van een betaling aan of een factuur van Box Brownies toe of zij reageren in een e-mail aan The Brownie Box op een e-mail die oorspronkelijk afkomstig is van Box Brownies.
4.12.
Het voorgaande brengt de voorzieningenrechter tot het voorlopig oordeel dat gevaar voor verwarring tussen beide ondernemingen te duchten is bij het publiek.
Onrechtmatige daad
4.13.
Nu de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat sprake is van handelsnaaminbreuk in de zin van artikel 5 Hnw Pro en een inbreukverbod op grond daarvan zal opleggen, heeft The Brownie Box geen belang meer bij een beoordeling of (ook) sprake is van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW Pro.
Vorderingen
4.14.
Op grond van het voorlopige oordeel dat sprake is van handelsnaaminbreuk, zal het onder I gevorderde inbreukverbod worden toegewezen met inachtneming van het volgende. Gelet op het tijdsverloop tussen het moment waarop The Brownie Box bekend werd met de inbreuk en het moment waarop zij daartegen heeft opgetreden, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een langere termijn voor het intreden van het verbod gerechtvaardigd. De termijn zal daarom worden gesteld op zes maanden na betekening van dit vonnis.
4.15.
Nu het inbreukverbod zal worden toegewezen, heeft The Brownie Box geen belang bij (daarnaast) toewijzing van het onder II en V gevorderde, zodat die vorderingen zullen worden afgewezen.
4.16.
Het onder III gevorderde gebod om de website aan te passen, zal eveneens worden afgewezen. Voor zover deze vordering ziet op het gebruik als handelsnaam, heeft The Brownie Box bij toewijzing van deze vordering geen belang naast het reeds op te leggen inbreukverbod. Voor zover de vordering ziet op ander gebruik dan als handelsnaam, is de vordering niet toewijsbaar, omdat het Online Retail Services op grond van artikel 5 Hnw Pro enkel niet is toegestaan om Box Brownies als handelsnaam te gebruiken. Het kan Online Retail Services niet worden verboden om de woorden “box” en “brownies” op een andere wijze te gebruiken. Om dezelfde reden zal het onder IV gevorderde verbod worden afgewezen.
4.17.
De voorzieningenrechter zal de onder VI gevorderde dwangsommen gematigd toewijzen en maximeren zoals in de beslissing is vermeld.
4.18.
Het onder VII gevorderde voorschot op schadevergoeding zal worden afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisend belang. Volgens vaste jurisprudentie is ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Zo zal niet alleen moeten worden onderzocht of het bestaan van de vordering in kwestie voldoende aannemelijk is – hetgeen betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen – maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken dient te worden. The Brownie Box heeft (de hoogte van) de schade met het door haar als productie EP10 overgelegde – en door Online Retail Services weersproken – rapport onvoldoende aannemelijk gemaakt. Evenmin heeft The Brownie Box aannemelijk gemaakt dat sprake is van onverwijlde spoed waardoor een restitutierisico gerechtvaardigd is.
Proceskosten
4.19.
Omdat beide partijen over en weer deels in het gelijk en deels in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
beveelt Online Retail Services het gebruik van de handelsnaam Box Brownies uiterlijk zes maanden na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden;
5.2.
bepaalt dat Online Retail Services bij overtreding van het in 5.1 opgenomen bevel een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, met een maximum van € 50.000,-;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
compenseert de kosten zodat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.5.
bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Handelsnaamwet.
3.Burgerlijk Wetboek.
4.Hoge Raad 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:269 (Doc Dairy partners / Dairy partners).
5.Hoge Raad 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:269 (Doc Dairy partners / Dairy partners).