ECLI:NL:RBDHA:2026:8542
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld op 10 maart 2026.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de hoofdzaak is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 20 maart 2026 en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.