ECLI:NL:RBDHA:2026:8553
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in asielprocedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarbij de minister is opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister wordt verboden verzoeker over te dragen aan Kroatië voordat het nieuwe besluit is genomen. Tevens is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-.
De uitspraak is gedaan op 1 april 2026 door de voorzieningenrechter B. Fijnheer en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt overdracht aan Kroatië totdat een nieuw besluit is genomen en veroordeelt de minister in de proceskosten.