ECLI:NL:RBDHA:2026:8554
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Nederland had een verzoek tot overname aan Spanje gedaan, dat door Spanje was aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij geen vertrouwen heeft in de Spaanse overheid vanwege eerdere negatieve ervaringen, waaronder het gedwongen afgeven van vingerafdrukken en het niet kunnen indienen van een asielaanvraag in Spanje. Hij stelde dat hij daardoor een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Spaanse asiel- en opvangsysteem die een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. De Spaanse autoriteiten hebben via het claimakkoord gegarandeerd dat zij de aanvraag in behandeling nemen en zich houden aan internationale verplichtingen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 1 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.