ECLI:NL:RBDHA:2026:8570
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvragen.
De rechtbank heeft de beroepen op 24 maart 2026 behandeld, waarbij eisers en hun gemachtigde afwezig waren. Uit onderzoek en een brief van de Dublin Unit België blijkt dat eisers zich in januari 2026 bij de Belgische autoriteiten hebben gemeld en daar een verzoek om internationale bescherming hebben ingediend.
De rechtbank oordeelt dat eisers kennelijk geen prijs meer stellen op bescherming in Nederland, omdat zij vertrokken zijn naar België zonder de Nederlandse beslissing af te wachten en dit vertrek niet hebben gemeld. De omstandigheden die eisers aanvoeren houden verband met overdracht naar Litouwen en verhinderen niet hun vertrek naar België.
De rechtbank ziet geen procesbelang bij inhoudelijke beoordeling van de beroepen en verklaart deze daarom niet-ontvankelijk. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 3 april 2026.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat België verantwoordelijk is.