ECLI:NL:RBDHA:2026:8573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet-tijdig beslissen op asielaanvraag na intrekking besluit
Eiser diende op 6 maart 2023 een asielaanvraag in. De minister wees deze aanvraag bij besluit van 18 augustus 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde hiertegen beroep in. Vervolgens trok de minister het bestreden besluit op 26 maart 2026 in, vanwege een besluit- en vertrekmoratorium voor Iran.
Eiser verzocht de rechtbank het beroep om te klappen naar een beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ingetrokken besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, maar verklaarde het beroep tegen het niet-tijdig beslissen ontvankelijk en gegrond. De termijn van 21 maanden voor een beslissing was reeds verstreken op 6 december 2024.
De rechtbank beval de minister binnen twee weken na de uitspraak een nieuw besluit te nemen en legde een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten aan eiser.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 8 april 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen vier weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is gegrond verklaard en de minister is opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.