Uitspraak
Vaststellen geboortegegevens en adoptie
Beschikking op het op 20 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster] en [verzoeker] ,
de ambtenaar van de burgerlijke stand,
Procedure
Feiten
- Verzoekers zijn op [dag 1] 2013 te [plaats 1] met elkaar gehuwd.
- Verzoekers kunnen hun kinderwens niet op eigen kracht verwezenlijken en zij hebben ervoor gekozen om hun kinderwens in het buitenland, via hoogtechnologisch draagmoederschap, te realiseren.
- Verzoekers hebben eerder een hoogtechnologisch draagmoederschapstraject gevolgd met een andere draagmoeder, waaruit is geboren [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1] .
- Verzoekers hebben de draagmoeder bereid gevonden om voor hen een kind te dragen. De draagmoeder heeft de Georgische nationaliteit en is ongehuwd.
- Op 17 januari 2024 is tussen verzoekers en de draagmoeder een draagmoederschapscontract tot stand gekomen.
- Door [naam 2] , embryologist van [kliniek] te Georgië, is verklaard dat embryo’s zijn ontstaan uit zaad van verzoeker en eicellen van verzoekster.
- Op [geboortedatum 2] 2024 zijn in [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1] , uit de draagmoeder geboren de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
- Van de geboorte van de minderjarigen is in [geboorteland 1] op 18 juli 2024 een geboorteakte opgemaakt. In deze akte zijn verzoekers als ouders van de minderjarigen opgenomen. De naam van de draagmoeder komt er niet op voor.
- Op [dag 2] 2024 is [minderjarige 3] overleden.
- Op 13 september 2024 heeft de draagmoeder schriftelijk verklaard dat zij geen ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden heeft ten opzichte van [minderjarige 2] , dat zij toestemming geeft om de ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden te doen toekomen aan verzoekers en dat zij voorts toestemming geeft voor de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekers.
- Volgens een rapport van Verilabs is door middel van DNA-onderzoek vast komen te staan dat [minderjarige 2] een biologisch kind is van verzoekers.
- Bij besluit van 10 september 2024 heeft de minister van buitenlandse zaken de aanvraag van verzoekers om een reisdocument voor [minderjarige 2] afgewezen. Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt, maar konden de uitkomst van de bezwaarprocedure niet afwachten.
- Bij uitspraak van 15 oktober 2024 heeft de voorzieningenrechter de minister opgedragen om aan [minderjarige 2] binnen twee weken na verzending van de uitspraak een laissez-passer af te geven op grond waarvan verzoekers met haar naar Nederland konden reizen en zij tijdelijk op Nederlands grondgebied mag verblijven. Op 4 november 2024 zijn verzoekers vanuit Georgië naar Nederland teruggekeerd, met [minderjarige 2] .
- Bij beschikking van 16 december 2024 van de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, is Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met de voorlopige voogdij over [minderjarige 2] belast, voor de periode van 19 november 2024 tot 5 februari 2025.
- Bij beschikking van 23 juli 2025 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is het gezag van de draagmoeder beëindigd en zijn verzoekers tot voogd benoemd.
- Verzoekers hebben de Nederlandse nationaliteit. De draagmoeder heeft (vermoedelijk) de Georgische nationaliteit. [minderjarige 2] is in de basisregistratie personen geregistreerd als staatloos.
Verzoek en verweer
Beoordeling
Indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, kan op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage de rechtbank Den Haag de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
Vreemdelingenwet 2000;
De rechtbank houdt rekening met alle bewijzen en aanwijzingen omtrent de omstandigheden waaronder, en het tijdstip waarop de geboorte moet hebben plaatsgehad. De geslachtsnaam, de voornamen, alsmede de plaats en de dag van de geboorte van de vader en van de moeder worden vastgesteld, voor zover daarvoor aanwijzingen zijn verkregen.
In geval van adoptie geeft de rechtbank die de adoptie uitspreekt, ambtshalve afzonderlijk de in het eerste lid bedoelde beschikking.