Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8639

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
12 april 2026
Zaaknummer
C/09/660566 / FA RK 24-663
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging omgangsregeling en erkenning minderjarige met voorlopige en definitieve zorgverdeling

De rechtbank Den Haag heeft op 11 maart 2026 een beschikking gegeven in een familierechtelijke zaak betreffende de erkenning, omgang en zorgverdeling van een minderjarige geboren in 2018.

Eerder was aan de vader vervangende toestemming verleend voor erkenning van het kind en was een omgangsregeling vastgesteld waarbij de omgang deels bij de moeder thuis plaatsvond en deels bij de vader, met specifieke dagen en weekenden. Tevens was een dwangsom opgelegd aan de moeder bij niet-nakoming van de omgangsregeling en een informatieregeling over de ontwikkeling van het kind.

De moeder verzocht om wijziging van de omgangsregeling, waarbij een voorlopige eenomgangsregeling geldt met afwisselend één week bij moeder en één week bij vader, en een definitieve regeling met twee aaneengesloten weken bij elk, beide gekoppeld aan het behalen van opleiding en werk door de moeder. De vader stemde in met deze wijziging en trok zijn verzoek tot gezamenlijk gezag in.

De rechtbank heeft de eerdere beschikking gewijzigd conform de overeenstemming tussen partijen, de dwangsom aan de moeder komen te vervallen, de informatieregeling ingetrokken en de proceskosten ieder voor eigen rekening gelaten. Het ouderschapsplan van 8 juli 2025 is aangehecht en maakt deel uit van de beschikking. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de omgangsregeling en stelt voorlopige en definitieve eenomgangsregelingen vast, waarbij de definitieve regeling ingaat na het behalen van opleiding en werk door de moeder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-663
Zaaknummer: C/09/660566
Datum beschikking: 11 maart 2026
Vervangende toestemming erkenning, gezag, hoofdverblijf, omgang/verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, informatieregeling

Beschikking op het op 16 januari 2024 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. N.S. van der Vliet te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: eerst mr. K.W. van Nieuwkerk te Utrecht, nu mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.

Procedure

Bij beschikking van 21 juni 2024 van deze rechtbank, voor zover hier van belang:
- is aan de man [de man] , geboren op [geboortedatum 1] 1986 te [geboorteplaats 1] , toestemming verleend, die de toestemming van de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1986 te [geboorteplaats 2] , vervangt, tot erkenning van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats 3] ;
- is bepaald dat [minderjarige] bij de man is:
  • tot en met 10 juli 2024 iedere woensdag van 13.00 uur tot 19.00 uur en iedere zaterdag van 13.00 tot 19.00 uur, waarbij de omgang zal plaatsvinden bij de moeder thuis;
  • op woensdag 14 augustus en woensdag 21 augustus 2024, van 13.00 uur tot 19.00 uur en zaterdag 17 augustus en zaterdag 24 augustus 2024 van 13.00 tot 19.00 uur, waarbij de omgang zal plaatsvinden bij de moeder thuis;
  • vanaf 28 augustus 2024, iedere woensdag van 13.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de man [minderjarige] uit school zal ophalen en de vrouw [minderjarige] bij de man komt ophalen én vanaf 30 augustus 2024 ook om de week van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school, waarbij de man [minderjarige] op vrijdag uit school zal ophalen en op maandagochtend naar school zal brengen;
  • vanaf 7 oktober 2024 steeds drie opeenvolgende weekenden van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school, waarbij de man [minderjarige] op vrijdag uit school zal ophalen en op maandagochtend naar school zal brengen;
  • in de week dat er geen weekendregeling geldt, op woensdag van 13.00 uur tot 19.00 uur; waarbij de man [minderjarige] uit school zal ophalen en de vrouw [minderjarige] bij de man komt ophalen;
  • is bepaald dat op verjaardagen, Moederdag en Vaderdag de reguliere regeling zal gelden.
  • is bepaald dat de moeder aan de man een dwangsom verbeurt van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij voormelde omgangsregeling niet nakomt, met een maximum van € 10.000, -;
  • is bepaald dat de moeder aan de man met ingang van de datum van de beschikking eenmaal per maand een korte beschrijving over hoe [minderjarige] zich ontwikkelt doet toekomen en de man informeert over belangrijke (medische) zaken in het leven van [minderjarige] ;
  • is iedere verdere beslissing over het gezag en de proceskosten aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het F9 formulier van 25 november 2024 de moeder;
  • het F9 formulier van 16 december 2024 van de man;
  • het F9 formulier van 31 maart 2025 van de moeder;
  • het F9 formulier van 31 maart 2025 van de man;
  • het F9 formulier van 10 juli 2025 van de man;
  • het F9 formulier van 14 juli 2025 van de moeder;
  • het aanvullend verzoek van 31 oktober 2025 van de moeder;
  • het F9 formulier van 31 oktober 2025 van de man.

Aanvullend verzoek wijziging tussenbeschikking

De moeder verzoekt aanvullend, met wijziging van de tussenbeschikking van deze rechtbank van 21 juni 2024:
  • het tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan van 8 juli 2025 aan de beschikking te hechten;
  • een
  • een
  • te bepalen dat moeder aan de man geen dwangsommen verbeurt;
  • te bepalen dat de informatieregeling zoals opgenomen in de beschikking van 21 juni 2024 niet langer geldt;
  • het verzoek van de man om gezamenlijk gezag af te wijzen, zulks voor zover de man dit verzoek niet intrekt;
  • de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
althans die regelingen te treffen die de rechtbank passend en juist acht;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft bij F9 formulier van 31 oktober 2025 ingestemd met de door de moeder gedane aanvullende verzoeken, onder intrekking van zijn verzoek tot gezamenlijk gezag.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Partijen verzoeken eensluidend de door hen gemaakte aanvullende afspraken in de beschikking op te nemen.
Omdat de rechtbank de gemaakte aanvullende afspraken ook in het belang van [minderjarige] acht, zal zij, zoals hierna in het dictum vermeld, conform de overeenstemming beslissen.
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 21 juni 2024 – :
*
bepaalt dat het aangehechte ouderschapsplan van 8 juli 2025 deel uitmaakt van deze beschikking;
*
bepaalt dat voor de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats 3] :
- een
voorlopigeomgangsregeling zal gelden, inhoudende dat [minderjarige] afwisselend één week bij moeder respectievelijk één week bij vader is, met als wisseldag de maandag, alsmede feestdagen en vakantiedagen conform het ouderschapsplan van 8 juli 2025, waarbij heeft te gelden dat deze voorlopige omgangsregeling geldt totdat moeder haar opleiding heeft behaald én een betaalde baan heeft;
- een
definitieveomgangsregeling zal gelden, inhoudende dat [minderjarige] twee aaneengesloten weken bij moeder respectievelijk twee aaneengesloten weken bij vader is met als wisseldag de maandag, alsmede feestdagen en vakantiedagen conform het ouderschapsplan van 8 juli 2025, waarbij te gelden heeft dat deze definitieve omgangsregeling geldt vanaf het moment dat moeder haar opleiding heeft behaald én een betaalde baan heeft;
*
bepaalt dat de moeder aan de man geen dwangsommen verbeurt;
*
bepaalt dat de informatieregeling zoals opgenomen in de beschikking van 21 juni 2024 niet langer geldt;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 maart 2026.