ECLI:NL:RBDHA:2026:866

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
NL25.61534
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 30 VwArt. 13 DublinverordeningArt. 17 DublinverordeningRichtlijn 2013/33/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje

Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende op 11 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser op 5 juli 2025 illegaal via Spanje de EU binnenkwam. Spanje aanvaardde het verzoek tot overname.

Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege structurele tekortkomingen in de Spaanse opvang, onderbouwd met AIDA-rapporten en een lopende inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Spanje. Hij stelde dat hij geen toegang tot opvang zou krijgen en dat klagen bij Spaanse autoriteiten zinloos is.

De rechtbank oordeelde dat eiser nog procesbelang heeft ondanks zijn tijdelijke vertrek uit opvanglocaties. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en concludeerde dat de tekortkomingen in Spanje niet de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. De lopende inbreukprocedure leidt niet tot het doorbreken van het vertrouwensbeginsel. Verweerder hoefde de aanvraag niet aan zich te trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.

Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Spanje verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61534

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft op 16 december 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 2002. Eiser heeft op 11 oktober 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. [1] Uit Eurodac blijkt dat eiser op 5 juli 2025 illegaal via Spanje het grondgebied van de lidstaten is ingereisd. Dit vond plaats minder dan twaalf maanden vóórdat eiser zijn asielaanvraag in Nederland indiende. Verweerder heeft op 10 november 2025 de Spaanse autoriteiten verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. [2] Spanje heeft dit verzoek op 17 november 2025 aanvaard.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit, en stelt daartoe als volgt. Ten aanzien van Spanje kan niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Eiser vreest bij terugkeer naar Spanje geen toegang te krijgen tot opvang. Er is sprake van systematische en structurele tekortkomingen in de Spaanse opvangvoorzieningen, ook voor Dublinclaimanten. In dat verband wordt verwezen naar AIDA Country rapportages [3] over de perioden van 2019 tot en met 2024. Hieruit volgt dat de tekortkomingen in het opvangsysteem in Spanje niet incidenteel zijn, maar structureel. Voorts voldoet Spanje niet aan de Europese regels voor de opvang en behandeling van asielzoekers. De Europese Commissie is in 2023 een inbreukprocedure tegen Spanje gestart. [4] Dit is een indicatie dat Spanje niet voldoet aan de Europese wet- en regelgeving voor de opvang en behandeling van asielzoekers. Er wordt voldaan aan de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid zoals bedoeld in het arrest Jawo. [5] Van eiser mag niet worden verwacht dat hij zich beklaagt bij de (hogere) Spaanse autoriteiten omdat dit er niet toe leidt dat je als Dublinclaimant zonder meer tot de opvangfaciliteiten wordt toegelaten. Dat de Spaanse autoriteiten het claimverzoek accepteren is niet relevant, nu dat bij Dublinclaimanten waarvan eerder toegang tot opvang is geweigerd ook het claimverzoek geaccepteerd was. Verweerder dient de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken, al dan niet op basis van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
4. Voordat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser, moet zij ambtshalve de ontvankelijkheid van dit beroep beoordelen. In dit kader is van belang of eiser nog procesbelang heeft. Op 31 december 2025 heeft verweerder aan de rechtbank meegedeeld dat eiser op 24 december 2025 de opvang heeft verlaten en met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 6 januari 2026 toegelicht dat zij contact met eiser heeft gehad. Eiser heeft zich gemeld in Ter Apel en verblijft in de opvanglocatie in [plaats] . Op 12 januari 2026 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiser opnieuw met onbekende bestemming is vertrokken, per 10 januari 2026. De gemachtigde van eiser heeft hierop gereageerd op 16 januari 2026 en meegedeeld dat zij nog altijd via Whatsapp contact heeft met eiser. Dit contact is geweest na de datum van de laatste MOB-melding. Eiser heeft daarmee nog belang een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser nog steeds procesbelang heeft.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Het is niet in geschil dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. In geschil is of verweerder ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan.
6. In beginsel mag verweerder ten opzichte van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan. Dit wordt bevestigd door de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). [6] Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat er dusdanige tekortkomingen zijn in het asiel- en opvangsysteem dat hier niet langer van uit kan worden gegaan. Eiser is hier niet in geslaagd. De AIDA-rapporten waar eiser naar verwijst heeft de Afdeling betrokken in de eerder genoemde uitspraken. Volgens de Afdeling kan niet geconcludeerd worden dat de tekortkomingen in de Spaanse asielprocedure de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals omschreven het arrest Jawo. De Afdeling heeft in haar uitspraak ook het meest recente AIDA-rapport: "Country Report: Spain. 2024 Update" van 30 april 2025 meegenomen. Daarover oordeelt de Afdeling dat dit rapport geen wezenlijk ander beeld geeft van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij eerdere uitspraken van de Afdeling is betrokken. Eiser heeft verder niet onderbouwd dat hij in Spanje geen toegang zal krijgen tot de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. Bovendien heeft Spanje met het aanvaarden van het overnameverzoek van verweerder gegarandeerd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen.
7. Verder leidt het enkele feit dat de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Spanje is gestart ook niet tot het oordeel dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Uit de beslissing van de Europese Commissie om een inbreukprocedure te starten blijkt niet welke gebreken in de implementatie van de Opvangrichtlijn [7] daartoe aanleiding hebben gegeven. Ook eiser heeft niet toegelicht welke Unierechtelijke opvangnormen in Spanje niet goed zijn geïmplementeerd en welke gevolgen dit heeft voor Dublinclaimanten. Daarbij heeft de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid gegeven om de gestelde gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen. Dit betekent ook dat als eiser na zijn overdracht vindt dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt, het op zijn weg ligt om daarover in Spanje te klagen bij de (hogere) autoriteiten. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken.
8. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de behandeling van eisers asielaanvraag aan zich te trekken. Eiser heeft verder geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd, anders dan de omstandigheden die hiervoor al zijn beoordeeld in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, die maken dat overdracht aan Spanje van onevenredige hardheid getuigt.
9. Verweerder heeft eisers asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 19 januari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verordening (EU) Nr. 604/2013.
3.Pagina 69 van het AIDA Country Report van april 2020 (update 2019), pagina 53 en 54 van het AIDA Country Report van maart 2021 (update 2020), pagina 61 van het AIDA Country Report van april 2022 (update 2021), pagina 65 van het AIDA Country Report van april 2023, (update 2022) en pagina 67 van het AIDA Country Report van april 2025, (update 2024).
4.Pagina 98 van het AIDA Country Report van april 2023, (update 2022).
5.ECLI:EU:C:2019:218.
6.Uitspraak van 20 juli 2023 ECLI:RVS:2023:2803, uitspraak van 24 juni 2024 ECLI:NL:RVS:2024:2548, uitspraak van 3 februari 2025 ECLI:RVS:2025:381 en uitspraak van 25 november 2025 ECLI:NL:RVS:2025:5661.
7.Richtlijn 2013/33/EU.