Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8674

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
12 april 2026
Zaaknummer
C/09/687413 / FA RK 25-4735
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247a BWArt. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag wegens langdurig contactverlies met vader

Partijen zijn gehuwd geweest van 2008 tot 2021 en hebben drie minderjarige kinderen met hoofdverblijfplaats bij de moeder. Beide ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en hadden een ouderschapsplan opgesteld. De moeder verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, omdat de vader sinds de zomervakantie van 2024 geen contact meer heeft met haar en de kinderen.

De rechtbank nam kennis van het verzoekschrift en de stukken, en behandelde de zaak op 11 februari 2026. De vader was, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen en voerde geen verweer. De kinderen bevestigden in een kindgesprek dat zij geen contact meer hebben met hun vader omdat hij dit zelf heeft beëindigd.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die het gezamenlijk gezag onmogelijk maakt. De moeder wordt belemmerd in het nemen van belangrijke gezagsbeslissingen, zoals het aanvragen van paspoorten en toestemming voor vakanties. De vader lijkt feitelijk niet langer invulling te geven aan zijn ouderlijk gezag, wat leidt tot onzekerheid en vertraging die nadelig zijn voor de kinderen.

Gelet op het belang van de kinderen en het ontbreken van verweer van de vader, besloot de rechtbank het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd uitgesproken op 11 maart 2026.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt toegekend aan de moeder wegens langdurig contactverlies van de vader met de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4735
Zaaknummer: C/09/687413
Datum beschikking: 11 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 24 juni 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman te Leiderdorp.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht van 29 juli 2025, met bijlagen, namens de moeder.
Op 11 februari 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank
gevoegdbehandeld met de zaak (bekend onder nummer C/09/698596 / FA RK 26-887) waarin om vervangende toestemming voor een vakantie wordt verzocht. Op dit laatste verzoek heeft de rechtbank op de zitting mondeling beslist, waarbij het verzoek is toegewezen. Deze beslissing wordt bij afzonderlijke beschikking schriftelijk uitgewerkt.
Op de gevoegde behandeling zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk M.Y. Abdi en [naam] namen de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben zich op 10 februari 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek. [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2008 tot [datum 2] 2021.
- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 3] .
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De vader en de moeder hebben de Nederlandse nationaliteit.
- De ouders hebben overeenkomstig artikel 1:247a van het Burgerlijk Wetboek (BW) een ouderschapsplan opgesteld, wat door beide ouders op 28 maart 2023 is ondertekend.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 14 februari 2025 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor het aanvragen van een reisdocument voor de kinderen.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt –uitvoerbaar bij voorraad – tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag te belasten.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder aan dat het niet mogelijk is om met de vader overleg te voeren over belangrijke beslissingen over de kinderen. Volgens de moeder weigert de vader met haar te communiceren en is sinds de zomervakantie van 2024 ook ieder contact tussen de vader en de kinderen verbroken. De vader is sinds die tijd onbereikbaar voor haar en voor de kinderen. Zo heeft de moeder eind 2024 nog geprobeerd om van de vader toestemming te krijgen voor de aanvraag van Nederlandse paspoorten voor de kinderen, maar is dit niet gelukt. De vader reageerde niet op verzoeken van de moeder en bleef onbereikbaar. Uiteindelijk heeft de rechtbank bij beschikking van 14 februari 2025 vervangende toestemming verleend. Ook heeft de moeder nu geen toestemming kunnen verkrijgen voor de komende vakantie met de kinderen naar [land] van 15 februari 2026 tot en met 28 februari 2026, omdat zij de vader niet kan bereiken.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na ontbinding van het huwelijk gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW in samenhang met artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW kan het gezamenlijk gezag worden beëindigd indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van een eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Gelet op de overeenkomstige toepassing van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW dient in dat geval beoordeeld te worden of a) er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b) een wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat ouders in feite in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen.
De rechtbank begrijpt dat er in ieder geval sinds de zomervakantie van 2024 geen contact (meer) is tussen de ouders en tussen de vader en de kinderen. Reeds hierom is sprake van een wijziging van omstandigheden, als hiervoor bedoeld. Dat betekent dat de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
De rechtbank vindt in dit geval wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk en overweegt daartoe het volgende. De moeder heeft onbetwist gesteld dat sinds een langere periode er geen contact meer is tussen de vader en haar en dat sinds de zomervakantie van 2024 ook de kinderen geen contact meer hebben met hun vader. Het is voor de moeder daardoor praktisch onuitvoerbaar het gezag gezamenlijk met de vader uit te oefenen. De moeder heeft voldoende onderbouwd dat zij wordt belemmerd in het nemen van gezagsbeslissingen, zoals rond de aanvraag voor de paspoorten van de kinderen en de nu gelijktijdige behandeling van de vervangende toestemming voor de vakantie. Uit de houding van de vader leidt de rechtbank af dat hij blijkbaar feitelijk niet langer invulling wil en/of kan geven aan zijn ouderlijk gezag. Dit zorgt voor onzekerheid bij de moeder en onnodige vertraging, wat ook zijn weerslag heeft op de kinderen. Bovendien heeft de vader, hoewel hij behoorlijk in de procedure is betrokken en op de hoogte is van het verzoek, de door de moeder geschetste feiten en omstandigheden niet weersproken. Verder betrekt de rechtbank dat Metii en Loti in het kindgesprek hebben bevestigd dat zij geen contact meer hebben met de vader omdat hij dit zelf heeft beëindigd. Dit maakt dat de vader niet meer betrokken is bij het leven van de kinderen en hierdoor ook moeilijk gezagsbeslissingen over hen zal kunnen nemen samen met de moeder. Gelet op dit alles vindt de rechtbank voldoende grond aanwezig om het verzoek van de moeder in het belang van de kinderen toe te wijzen.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan [de moeder] , geboren op
[geboortedatum 4] 1988 te [geboorteplaats 4] , [geboorteland] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te Leiderdorp;
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door
mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 maart 2026.