Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 december 2025 bevolen dat verzoekster binnen twee maanden een DNA-onderzoek moet initiëren om definitief uitsluitsel te verkrijgen over het vaderschap.
De man heeft aangegeven geen oproep voor een DNA-onderzoek te hebben ontvangen, en verzoeksters advocaat heeft bevestigd dat verzoekster niet heeft gereageerd op het bericht van de man. Hierdoor is het DNA-onderzoek niet uitgevoerd en is geen definitief bewijs verkregen over het vaderschap.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek daarom moet worden afgewezen. De proceskosten worden in deze familierechtelijke procedure gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.