Eiser heeft op 14 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 augustus 2023. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie op 30 juli 2025 de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
De rechtbank beoordeelt het beroep buiten zitting en stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat met de inwilliging van de aanvraag het procesbelang van eiser is komen te vervallen. Dit volgt uit artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Desondanks oordeelt de rechtbank dat eiser terecht beroep heeft ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen en veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser. De proceskosten worden vastgesteld op € 467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser.