Uitspraak
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Beschikking op het op 17 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder] ,
de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2025 te [geboorteplaats 1] ,
Procedure
Feiten
Verzoek
Beoordeling
DNA-onderzoek als bewijs van het vaderschap. De rechtbank zal hier nu echter niet om vragen, omdat zij dit in deze situatie complex en vooral te emotioneel belastend vindt. De moeder is overtuigd van het vaderschap van de man en heeft onderbouwd waarom zij die overtuiging heeft. De familie van de man, ook zijn erfgenamen, delen bovendien deze overtuiging. Immers, bij enige twijfel zou de man niet op het geboortekaartje van [minderjarige 1] zijn vermeld en zou [minderjarige 1] niet op de rouw- en herdenkingskaart van de man zijn vermeld. De rechtbank heeft daarom geen twijfels over het ouderschap van de man. De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap daarom zonder DNA-bewijs toewijzen.
“Een verklaring van de ouders als bedoeld in het tweede, derde, vierde of zesde lid, kan slechts ten aanzien van de geslachtsnaam van hun eerste kind worden afgelegd. (…) Onverminderd het zevende lid, hebben volgende kinderen van dezelfde ouders (…) dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind (…).”.