Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8760

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/09/696865 / FA RK 25-9890
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing naar mediation voor regeling zorg- en opvoedingstaken minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 maart 2026 een verzoek van de vader inzake een tijdelijke zorgregeling voor hun minderjarige kind, geboren in 2022, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de moeder is. Beide ouders oefenen gezamenlijk gezag uit. De vader verzocht om een zorgregeling met vaste dagen en weekenden, inclusief afspraken over feest- en vakantiedagen, en wilde dat deze regeling uitvoerbaar werd verklaard.

Tijdens de zitting bleek dat hoewel de communicatie tussen de ouders niet optimaal is en zij elkaar verwijten maken, zij de zorgregeling tot nu toe kunnen uitvoeren. Beide ouders erkennen dat de spanningen het welzijn van het kind negatief beïnvloeden en zijn bereid om aan hun communicatie en vertrouwen te werken. Daarom zijn zij overeengekomen mediation te volgen om afspraken over zorg en opvoeding vast te leggen in een ouderschapsplan.

De rechtbank heeft het verzoek tot uitstel van de zitting afgewezen vanwege de volle agenda. Vervolgens heeft de rechtbank besloten de behandeling van de zaak aan te houden tot 15 juni 2026, in afwachting van de mediationresultaten. Partijen dienen uiterlijk veertien dagen voor die datum schriftelijk te rapporteren over de voortgang. De rechtbank verwijst partijen naar een mediator om hun geschil over de zorg- en opvoedingstaken op te lossen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitkomst: De rechtbank verwijst partijen naar mediation en houdt de zaak aan tot 15 juni 2026 in afwachting van de mediationresultaten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9890
Zaaknummer: C/09/696865
Datum beschikking: 13 maart 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 29 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Ekholm te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 3 februari 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
- het F9-formulier van 9 februari 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlage.
Op 13 februari 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats].
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt te bepalen:
  • dat de zorg- en contactregeling alsmede de verdeling van vakanties en feestdagen als opgenomen in randnummers 41 en 43 van zijn verzoekschrift zullen gelden en zullen worden uitgevoerd, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling vast te leggen;
  • dat de ouder waarbij [minderjarige] verblijft verantwoordelijk is voor de eventuele opvang door derden en daarin kan bepalen wie de opvang vormgeeft, op het moment dat de desbetreffende ouder niet beschikbaar is;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig te bepalen dat:
primair:
  • partijen naar rechtbank mediation worden verwezen ten einde aldaar afspraken te maken die in een ouderschapsplan kunnen worden vastgelegd, en de procedure hiervoor aan te houden;
  • het ouderschapsplan als in de beschikking opgenomen moet worden beschouwd onder verwijzing naar en met aanhechting van een kopie van het overgelegde ouderschapsplan aan de beschikking;

subsidiair:

- een tijdelijke zorgregeling wordt bepaald, totdat [minderjarige] naar de basisschool gaat, waarbij de vader iedere dinsdag [minderjarige] rond 17:00 uur ophaalt van de crèche en dat [minderjarige] bij de vader verblijft tot donderdag 13:00 uur waarbij de vrouw [minderjarige] bij de vader ophaalt alsmede dat [minderjarige] eens in de twee weken een weekend bij de vader
verblijft waarbij de vader [minderjarige] om de week op zaterdag tussen 10:00 – 10:30 uur ophaalt en de vader [minderjarige] om de week op de zondag tussen 15:00 – 16:30 uur naar de moeder terugbrengt. De zorg voor [minderjarige] tijdens de feest- en vakantiedagen verdelen partijen in onderling overleg daar [minderjarige] nu nog niet gebonden is aan de schoolvakanties;
  • zorg door een ouder in beginsel prevaleert boven zorg door derden, indien de andere ouder beschikbaar en bereid is de zorg te dragen;
  • de vader gehouden is [minderjarige] eerst aan de moeder aan te bieden indien hij tijdens zijn zorgmomenten voor langere duur feitelijk niet beschikbaar is;
  • beide ouders tijdens elkaars zorgmomenten bereikbaar blijven voor [minderjarige], waaronder begrepen telefonisch contact en beeldbellen op redelijke momenten;
  • het blokkeren van de moeder door derden die feitelijk zorg dragen voor [minderjarige] niet is toegestaan, nu dit onverenigbaar is met de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag (art. 1:247 BW Pro);
  • althans zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van [minderjarige] juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

De ouders hebben voorafgaand aan de zitting aan de rechtbank gevraagd om de zitting uit te stellen, omdat zij van plan waren een viergesprek te voeren. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, omdat de zaak al op de zitting was geplaatst en het, gelet op de volle zittingsagenda, niet mogelijk was om deze op korte termijn opnieuw in te plannen.
Tijdens de zitting is gebleken dat het op dit moment relatief rustig is tussen de ouders. Hoewel de communicatie tussen de ouders niet optimaal is en zij elkaar over en weer verwijten maken, lukt het hen wel om de zorgregeling uit te voeren. Beide ouders zien echter in dat de onderlinge spanningen een negatieve invloed hebben op het welzijn van [minderjarige]. Zij vinden daarom allebei dat er iets moet veranderen.
De ouders hebben tijdens de zitting aangegeven dat zij aan hun onderlinge communicatie en het onderlinge vertrouwen willen gaan werken. Zij zijn overeengekomen om samen mediation te volgen. Het doel van de mediation is om afspraken te maken over de zorg- en opvoedingstaken rondom [minderjarige] en deze vast te leggen in een ouderschapsplan. Daarnaast is het doel van mediation om het gesprek aan te gaan over het verleden en de daarmee samenhangende emoties, zodat deze de samenwerking in de toekomst niet langer in de weg staan.
De rechtbank zal in afwachting van het resultaat van de mediation de beslissing omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te trachten de communicatie en het onderlinge vertrouwen te verbeteren en hun geschil ten aanzien van het ouderschapsplan en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
houdt de behandeling van de zaak aan tot
15 juni 2026 pro forma, in afwachting van de resultaten van de mediation;
uiterlijk veertien dagen vóór voornoemde pro formadatum dienen partijen zich schriftelijk uit te laten over het resultaat van de mediation en de voortgang van deze procedure;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
pro forma aan tot 15 juni 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2026.