Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8761

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/09/698091 / FA RK 26-585
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 824 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voorlopige zorgregeling en gefaseerde invoering weekendregeling in het belang van minderjarige kinderen

Partijen, gehuwd in 2012, zijn gezamenlijk gezagdragers over drie minderjarige kinderen. Bij beschikking van 16 oktober 2025 was bepaald dat de kinderen aan de moeder werden toevertrouwd en dat de vader de kinderen incidenteel in het weekend zou zien, afhankelijk van zijn woonruimte.

De vader verzocht om wijziging van deze voorlopige zorgregeling, met een week-op-week-af-regeling en een verdeling van vakanties en feestdagen. De moeder verzette zich hiertegen en stelde dat er geen relevante wijziging van omstandigheden was en dat de vader zich niet aan afspraken hield, wat stress bij de kinderen veroorzaakte.

De rechtbank oordeelde dat er wel sprake was van gewijzigde omstandigheden, omdat de vader sinds december 2025 eigen woonruimte heeft en de ouders niet tot overeenstemming kwamen over de zorgregeling. De voorlopige zorgregeling werd daarom aangepast met een gefaseerde weekendregeling, waarbij de kinderen vanaf 20 maart 2026 om de week van vrijdag uit school tot zaterdag 19.00 uur bij de vader verblijven, en vanaf 29 mei 2026 uitbreiding naar zondag 17.00 uur. De overdracht vindt plaats via school en bij de moeder thuis.

De rechtbank wees het verzoek tot verdeling van vakanties en feestdagen af, omdat eerst de zorgregeling naar behoren moet functioneren. De ouders worden geacht in onderling overleg afspraken te maken over vakanties. De rechtbank benadrukte het belang van hulpverlening en het naleven van veiligheidsafspraken om spanningen te verminderen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de voorlopige zorgregeling met een gefaseerde weekendregeling en wijst het verzoek tot verdeling van vakanties en feestdagen af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-585
Zaaknummer: C/09/698091
Datum beschikking: 13 maart 2026

Wijziging voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 20 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.E. de Geus te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 25 februari 2026 van de advocaat van de moeder, met bijlage.
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Op 27 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn op [dag] 2012 met elkaar gehuwd te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige 3] .
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
- Bij beschikking van 16 oktober 2025 van deze rechtbank zijn voorlopige voorzieningen getroffen en is – voor zover hier van belang –:
- bepaald dat de kinderen aan de moeder zullen worden toevertrouwd;
- bepaald als voorlopige zorgregeling tussen de vader en de kinderen:
zolang de vader nog geen eigen woonruimte heeft:
- de kinderen zijn iedere zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de vader;
- de vader brengt de kinderen iedere maandag, dinsdag en woensdag naar school;
- de vader brengt [minderjarige 3] op woensdag naar zwemles en eet dan met haar;
- de vader brengt [minderjarige 2] naar drumles;
vanaf het moment dat de vader eigen woonruimte heeft:
- de kinderen zijn eenmaal per veertien dagen in het weekend bij de vader;
- partijen spreken in onderling overleg met elkaar af op welke doordeweekse dagen de kinderen daarnaast bij de vader zullen zijn, afhankelijk van waar de woning van de vader is.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht de door de rechtbank op 17 oktober 2025 (de rechtbank begrijpt: 16 oktober 2025) getroffen voorlopige voorziening wat betreft de voorlopige zorgregeling te wijzigen en te bepalen dat:
reguliere zorgverdeling:
- primair: de kinderen om de week bij de vader verblijven;
- subsidiair: de kinderen om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijven en om de week van woensdag uit school tot donderdag naar school;

vakantie- en feestdagenverdeling:

- voorjaarsvakantie: de hele week bij de vader, waarbij de week van maandag 09.00 uur tot maandag naar school loopt;
- meivakantie: eerste week bij de moeder en tweede week bij de vader, waarbij de weken van maandag 09.00 uur tot maandag 09.00 uur/naar school lopen;
- zomervakantie: eerste drie weken bij de vader en laatste drie weken bij de moeder, waarbij de weken van maandag 09.00 uur tot maandag 09.00 uur/naar school lopen;
- herfstvakantie: de hele week bij de moeder, waarbij de week van maandag 09.00 uur tot maandag naar school loopt;

feestdagen:

- Pasen: Eerste Paasdag bij de vader, Tweede Paasdag bij de moeder;
- Koningsdag: bij de vader;
- Hemelvaartsdag: bij de moeder;
- Pinksteren: bij de vader;
- Kerstmis: Eerste Kerstdag bij de vader, Tweede Kerstdag bij de moeder;
- oud en nieuw: bij de vader;
- verjaardag vader: bij de vader;
- verjaardag moeder: bij de moeder;
- verjaardagen kinderen: volgens de reguliere regeling, waarbij de andere ouder mag bellen en/of facetimen met de jarige;
althans een dusdanige zorgverdeling die de rechtbank juist acht;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de moeder zelfstandig verzocht:
- primair: de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot wijziging van de beschikking voorlopige voorzieningen, wegens het ontbreken van een relevante wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 824 lid 2 Rv Pro, althans wegens het ontbreken van een voldoende concreet en actueel belang;
- subsidiair: het verzoek van de vader tot wijziging van de bestaande voorlopige voorziening integraal af te wijzen als zijnde ongegrond en niet in het belang van de kinderen;
- meer subsidiair: voor zover de rechtbank aanleiding ziet tot nadere invulling van de weekendregeling, te bepalen dat deze gefaseerd wordt opgebouwd overeenkomstig het door de moeder gedane voorstel, inhoudende:
- een startfase waarbij de kinderen bij de vader verblijven van vrijdag uit school tot zaterdag 19.00 uur;
- een evaluatiemoment na vier weken, waarna – uitsluitend bij gebleken goed en rustig verloop – uitbreiding plaatsvindt naar een regeling van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur;
- overdrachten van vader naar moeder plaatsvinden op een openbare, neutrale locatie;
- de kinderen de schoolweek op maandag aanvangen vanuit de thuissituatie bij de moeder, ter waarborging van rust, stabiliteit en continuïteit;
- te bepalen dat iedere verdere of ruimere wijziging eerst aan de orde kan zijn na afronding van het traject bij Centrum Kind en Scheiding, dan wel de aanmelding bij Kracht, althans na een nader evaluatiemoment;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 824, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een beschikking inhoudende voorlopige voorzieningen worden gewijzigd of ingetrokken indien de omstandigheden na het geven van de beschikking zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorzieningen niet in stand kan blijven.
De rechtbank stelt voorop dat niet bij elke onjuistheid of onvolledigheid wijziging van de voorziening mogelijk is. Met het opnemen van de zinsnede ‘in zodanige mate’ en ‘alle betrokken belangen in aanmerking nemend’ in artikel 824, tweede lid, Rv heeft de wetgever tot uitdrukking gebracht dat niet iedere onjuistheid of onvolledigheid van gegevens waarvan de rechtbank is uitgegaan tot een wijziging of intrekking kan leiden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het moet gaan om evidente, zeer sprekende gevallen en dat de wetgever een eventuele wijzigingsmogelijkheid aan een streng criterium heeft willen binden. Zou dit anders zijn, dan zou een verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen kunnen worden gebruikt om een verzuim te herstellen of zou een verkapt hoger beroep mogelijk zijn.
De vader heeft gesteld dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden, omdat hij sinds december 2025 beschikt over eigen woonruimte. Ook verleent de moeder geen medewerking aan de weekendregeling van eenmaal per veertien dagen zoals bepaald in de vorige beschikking en werkt de moeder niet mee aan een door de ouders nader overeen te komen verdeling van de zorg voor de kinderen gedurende de doordeweekse dagen. Daarbij is de communicatie tussen partijen verder verslechterd.
De moeder heeft betwist dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. Hiertoe heeft zij gesteld dat de rechtbank in de vorige beschikking reeds rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat de vader op enig moment over eigen woonruimte beschikt. Ook heeft de moeder betwist dat zij de vorige beschikking niet nakomt. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat het op de weg van de vader ligt om nakoming te vorderen, zo nodig in een kort geding procedure. De moeder heeft aangevoerd dat de vader met zijn verzoek niet slechts een nadere invulling van de bestaande zorgregeling beoogt, maar een wezenlijk andere beoordeling, waarbij hij aanstuurt op een co-ouderschapsregeling en daarmee op een hernieuwde belangenafweging door de rechtbank. Artikel 824 Rv Pro biedt daarvoor geen ruimte.
De rechtbank overweegt dat in de vorige beschikking voorlopige voorzieningen is bepaald dat de ouders in onderling overleg met elkaar afspreken wanneer de kinderen doordeweeks bij de vader zullen zijn vanaf het moment dat de vader eigen woonruimte heeft. Het dictum van de vorige beschikking is daarmee te onbepaald. De vader kan hiervan geen nakoming in kort geding vorderen. Bovendien is gebleken dat de ouders niet in staat zijn om in onderling overleg tot een regeling van de zorg voor de kinderen gedurende de doordeweekse dagen te komen. Dit acht de rechtbank niet in het belang van de kinderen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. De rechtbank zal de vader daarom ontvangen in zijn verzoeken.
Inhoudelijke beoordeling
Standpunt vader
De vader heeft primair verzocht om vaststelling van een week-op-week-af-regeling, omdat dit overzichtelijk is voor de kinderen. Hij heeft subsidiair verzocht om een zorgregeling, waarbij de kinderen om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school en om de week van woensdag uit school tot donderdag naar school bij de vader verblijven. De overdracht kan volgens de vader via school verlopen, zodat de ouders geen direct contact met elkaar hoeven te hebben. Ook hoeft de vader dan niet naar de woning van de moeder te gaan. Hiermee wordt voorkomen dat er spanningen ontstaan tijdens de overdracht van de kinderen. Verder heeft de vader aangevoerd dat het in het belang van de kinderen is dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld.
Standpunt moeder
De moeder heeft zich verzet tegen de regeling die de vader voorstaat. De vader vertoont herhaaldelijk intimiderend en verbaal agressief gedrag. Tijdens de overdrachtsmomenten zoekt de vader structureel de confrontatie op met de moeder en haar buurman. Dit is belastend voor de kinderen en heeft bij de kinderen ook geleid tot stress- en angstklachten. De moeder heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat het niet wenselijk is als de overdracht van de kinderen bij haar thuis plaatsvindt. Ook heeft de moeder aangegeven dat de vader zich niet aan afspraken houdt, waaronder de afspraak om tijdens de overdracht in zijn auto te blijven zitten en geen direct contact met de moeder te zoeken. De moeder heeft een voorstel gedaan om de weekendregeling, zoals bepaald in de vorige beschikking, gefaseerd in te voeren. Zij heeft voorgesteld om te starten met een regeling van vrijdag uit school tot zaterdag 19.00 uur, met een duidelijk evaluatiemoment na vier weken en uitsluitend bij goed verloop een uitbreiding naar vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur. Deze opbouw geeft de kinderen de noodzakelijke gelegenheid om te wennen aan een nieuwe zorgregeling.
Overwegingen rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. Vaststaat dat de voorlopige zorgregeling zoals bepaald in de beschikking van 16 oktober 2025 niet meer wordt uitgevoerd, nu gebleken is dat de kinderen momenteel op zondag bij de vader verblijven en niet bij hem overnachten. Uit de brief van 25 februari 2026 van Veilig Thuis blijkt dat de gemaakte veiligheidsafspraken onvoldoende worden nageleefd, waardoor de overdrachtsmomenten regelmatig gespannen en onrustig verlopen. Volgens Veilig Thuis krijgen de kinderen deze spanningen mee en is in hun gedrag zichtbaar dat zij hierop reageren met stress, spanning en onzekerheid. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het van belang is dat hulpverlening wordt ingezet om de verstandhouding tussen de ouders en de situatie voor de kinderen te verbeteren. In dit kader wil de rechtbank beide ouders een compliment geven, nu op de zitting is gebleken dat zij vlot het advies hebben opgevolgd om hulpverlening voor hun persoonlijke problematiek te zoeken. Gelet op de stukken en dat wat op de zitting is besproken, heeft de rechtbank evenwel geen zorgen over de opvoedvaardigheden van de vader ten aanzien van de kinderen. Om die reden en aangezien de kinderen geleidelijk moeten wennen aan de nieuwe zorgregeling, zal de rechtbank een opbouwende zorgregeling vaststellen, waarbij de kinderen ook bij de vader zullen overnachten. De rechtbank ziet daarbij geen aanleiding voor een tussentijdse evaluatie van de contactmomenten, zoals de moeder heeft voorgesteld. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de overdracht conform het verzoek van de moeder op een neutrale plek plaatsvindt. De overdracht van de kinderen zal dus plaatsvinden via de school van de kinderen en bij de moeder thuis. De rechtbank gaat ervan uit dat beide ouders zich zullen houden aan de veiligheidsvoorwaarden en afspraken die door Veilig Thuis zijn gemaakt. Beide ouders zijn het immers aan de kinderen verplicht om ervoor te zorgen dat de overdrachten zo spanningsvrij mogelijk verlopen.
De rechtbank zal de volgende voorlopige zorgregeling bepalen en het meer of anders verzochte afwijzen. De kinderen zullen bij de vader verblijven:
- met ingang van vrijdag 20 maart 2026: om de week van vrijdag uit school tot zaterdag 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen op vrijdag uit school haalt en op zaterdag bij de moeder brengt;
- met ingang van vrijdag 29 mei 2026: om de week van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur, waarbij de vader de kinderen op vrijdag uit school haalt en op zondag bij de moeder brengt;
- waarbij geldt dat voor zover een vrijdag in een schoolvakantie valt, de kinderen dan vanaf 16.00 uur (in plaats van vrijdag uit school) bij de vader zijn en de vader de kinderen dan bij de moeder thuis ophaalt.
De rechtbank zal de verzoeken van de vader om een verdeling van de door hem verzochte vakanties en feestdagen vast te stellen afwijzen. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze voorlopige voorzieningenprocedure een regeling voor de vakanties en feestdagen vast te stellen. Verder overweegt de rechtbank dat de voorlopige zorgregeling eerst naar behoren moet lopen, voordat kan worden toegekomen aan een uitbreiding van de reguliere zorgregeling en een verdeling van de zorg voor de kinderen tijdens de vakanties. In dit kader merkt de rechtbank wel nog op dat de moeder op de zitting heeft aangegeven ervoor open te staan om afspraken te maken over het contact tussen de vader en de kinderen tijdens de zomervakantie. De rechtbank gaat ervan uit dat beide ouders hier in onderling overleg, eventueel met hun advocaten, afspraken over zullen maken.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 16 oktober 2025 van deze rechtbank –:
bepaalt dat de vader voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats] ;
bij zich te hebben:
- met ingang van vrijdag 20 maart 2026: om de week van vrijdag uit school tot zaterdag 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen op vrijdag uit school haalt en op zaterdag bij de moeder brengt;
- met ingang van vrijdag 29 mei 2026: om de week van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur, waarbij de vader de kinderen op vrijdag uit school haalt en op zondag bij de moeder brengt;
- waarbij geldt dat voor zover een vrijdag in een schoolvakantie/op een vrije dag valt, de kinderen dan vanaf 16.00 uur (in plaats van vrijdag uit school) bij de vader zijn en de vader de kinderen dan bij de moeder thuis ophaalt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 maart 2026.