Uitspraak
[eiser] , [geboortedag 1] 2001, eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
€ 7.500,-.
€ 7.500,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen van Turkse nationaliteit, hadden asielaanvragen ingediend die door verweerder bij besluiten van juni en juli 2024 werden afgewezen. Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld. Verweerder trok de besluiten in, waarna eisers hun beroep omzetten in een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank wees het verzoek van verweerder tot aanhouding af en behandelde het beroep op 31 maart 2026. Omdat de besluiten waren ingetrokken, waren de beroepen tegen deze besluiten niet-ontvankelijk. De beroepen tegen het niet tijdig beslissen werden gegrond verklaard, aangezien verweerder geen nieuw besluit had genomen binnen de wettelijke termijnen.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn van 21 maanden ruimschoots was overschreden en dat verweerder naliet om na aanscherping van het beleid de reeds afgenomen gehoren te heroverwegen. De rechtbank gaf verweerder een termijn van twaalf weken om alsnog een besluit te nemen en legde voor elke eiser een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500 per persoon.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van €4.697 aan proceskosten aan eisers. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter M.F.A.M. Smeets en griffier L. Kooring op 31 maart 2026. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verweerder moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen op de asielaanvragen en riskeert dwangsommen bij overschrijding.