ECLI:NL:RBDHA:2026:8823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning voor trainingen met niet-scherpschietende wapens op grond van artikel 9 Wwm
Puma Tactical B.V. heeft een aanvraag ingediend om haar bestaande erkenning op grond van artikel 9 van Pro de Wet wapens en munitie (Wwm) te wijzigen, zodat zij trainingen en opleidingen met niet-scherpschietende wapens en munitie uit categorie III kan aanbieden aan publieke en private partijen. De korpschef heeft deze aanvraag op 28 november 2024 afgewezen, waarna het administratief beroep van eiser door de minister van Justitie en Veiligheid ongegrond werd verklaard.
Eiser stelde dat het ter beschikking stellen van wapens en munitie aan deelnemers van trainingen en opleidingen onder het begrip 'ter beschikking stellen' in artikel 9, eerste lid, Wwm valt. De rechtbank heeft deze uitleg echter verworpen, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2025 (zaak SGR 25/1568) waarin werd geoordeeld dat artikel 9 Wwm Pro geen grondslag biedt voor het verlenen van erkenning voor het geven van trainingen met wapens.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat het hier gaat om niet-scherpschietende wapens geen verschil maakt ten opzichte van de eerdere zaak met scherpschietende wapens. Ook het ontbreken van specifiek beleid voor de door eiser beoogde activiteiten leidt niet tot een andere uitkomst. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af. Partijen spraken af dat verweerder zal onderzoeken of er binnen het departement mogelijkheden zijn voor overleg over de trainingsactiviteiten.
Uitkomst: Het beroep van Puma Tactical B.V. tegen de afwijzing van de erkenning op grond van artikel 9 Wwm wordt ongegrond verklaard.