Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8823

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
SGR 25/4244
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WwmArt. 4 Wwm
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag erkenning voor trainingen met niet-scherpschietende wapens op grond van artikel 9 Wwm

Puma Tactical B.V. heeft een aanvraag ingediend om haar bestaande erkenning op grond van artikel 9 van Pro de Wet wapens en munitie (Wwm) te wijzigen, zodat zij trainingen en opleidingen met niet-scherpschietende wapens en munitie uit categorie III kan aanbieden aan publieke en private partijen. De korpschef heeft deze aanvraag op 28 november 2024 afgewezen, waarna het administratief beroep van eiser door de minister van Justitie en Veiligheid ongegrond werd verklaard.

Eiser stelde dat het ter beschikking stellen van wapens en munitie aan deelnemers van trainingen en opleidingen onder het begrip 'ter beschikking stellen' in artikel 9, eerste lid, Wwm valt. De rechtbank heeft deze uitleg echter verworpen, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2025 (zaak SGR 25/1568) waarin werd geoordeeld dat artikel 9 Wwm Pro geen grondslag biedt voor het verlenen van erkenning voor het geven van trainingen met wapens.

De rechtbank oordeelde dat het feit dat het hier gaat om niet-scherpschietende wapens geen verschil maakt ten opzichte van de eerdere zaak met scherpschietende wapens. Ook het ontbreken van specifiek beleid voor de door eiser beoogde activiteiten leidt niet tot een andere uitkomst. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af. Partijen spraken af dat verweerder zal onderzoeken of er binnen het departement mogelijkheden zijn voor overleg over de trainingsactiviteiten.

Uitkomst: Het beroep van Puma Tactical B.V. tegen de afwijzing van de erkenning op grond van artikel 9 Wwm wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/4244

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen

Puma Tactical B.V., eiser

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

De minister van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. D.L. van der Wijst en mr. M.H. Kazem).

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een erkenning op grond van artikel 9 van Pro de Wet wapens en munitie (Wwm). De korpschef heeft deze aanvraag met het besluit van 28 november 2024 afgewezen.
1.1.
Eiser heeft vervolgens administratief beroep ingesteld. Met het bestreden besluit van 23 mei 2025 op het bezwaar van eiser heeft verweerder het beroep ongegrond verklaard.
1.2.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?
2. Eiser wil graag trainingen en opleidingen aanbieden met niet-scherp schuttende wapens aan zowel publieke als private partijen. Eiser heeft daarom op 19 juli 2024 een aanvraag ingediend om zijn bestaande erkenning op grond van artikel 9 Wwm Pro van 17 juli 2024 te wijzigen. Volgens eiser is het noodzakelijk om bij de trainingen en opleidingen wapens en munitie uit categorie III ter beschikking te kunnen stellen aan de deelnemers. Deze wapens worden na de training of opleiding terstond weer ingenomen.
2.1.
De korpschef heeft de aanvraag afgewezen. Verweerder heeft het tegen de afwijzing ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard, omdat de korpschef niet de bevoegdheid heeft om op grond van artikel 9 Wwm Pro erkenning te verlenen voor het geven van trainingen en opleidingen. Voor zover eiser verzoekt om erkenning om wapens te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen, zijn de beoogde bedrijfsactiviteiten niet uitgewerkt in beleid. Wat eiser wil valt niet onder artikel 9 van Pro de Wwm. Verweerder komt daarom ook niet toe aan een evenredigheidsbeoordeling.
Wat vindt eiser?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij betoogt dat het ter beschikking stellen van wapens en munitie aan deelnemers van door hem te geven van trainingen en opleidingen valt onder “ter beschikking stellen”, zoals staat in artikel 9, eerste lid, Wwm. Volgens eiser betekent het feit dat een maatwerksituatie van een bedrijf niet beschreven is in de Cwm [1] niet dat verweerder het verzochte maatwerk niet in overweging hoeft te nemen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of artikel 9, eerste lid, Wwm zo moet worden gelezen dat verweerder op grond daarvan een erkenning kan geven voor de door eiser gevraagde activiteiten, namelijk het geven van trainingen en opleidingen met vuurwapens en munitie. Meer specifiek is daarbij van belang of het begrip ‘ter beschikking stellen’ ook het geven van trainingen en opleidingen omvat. Deze vraag heeft de rechtbank bij uitspraak van 23 oktober 2025 in de zaak SGR 25/1568 ontkennend beantwoord. [2] In hetgeen eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te beslissen.
4.1.
Dat de onderhavige zaak gaat over niet-scherpschietende wapens en de zaak met kenmerk SGR 25/1568 over scherpschietende wapens ging maakt voor de hier aan de orde zijnde vraag geen verschil.
5. Eiser voert op zichzelf beschouwd terecht aan dat de bevoegdheid van verweerder niet wordt beperkt door het ontbreken van beleid. Dat maakt het oordeel echter niet anders omdat artikel 9 geen Pro grondslag kan vormen om de door eiser verzochte bedrijfsactiviteiten te vergunnen.
Contact met verweerder
6. Eiser heeft in zijn beroepsgronden en tijdens de zitting opgemerkt dat er bedrijven zijn die met een ontheffing op grond van artikel 4 van Pro de Wwm vergelijkbare trainingen en opleidingen aanbieden die eiser ook wil aanbieden. Eiser heeft met dit betoog willen illustreren dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om de gewenste bedrijfsactiviteiten uit te kunnen voeren en dat verweerder dat ook mogelijk maakt. Verder heeft eiser aangegeven hierover moeizaam contact te kunnen krijgen met verweerder.
6.1.
De vraag of er anders dan op grond van artikel 9 Wwm Pro mogelijkheden zijn om trainingen aan te bieden zoals eiser wil valt buiten de omvang van dit geschil. Ter zitting is tussen partijen overigens afgesproken dat verweerder zal kijken of iemand binnen het departement met eiser een gesprek kan voeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden voor het geven van trainingen en opleidingen. Verweerder zal eiser hierover binnen twee weken na zitting berichten, ook als een gesprek niet mogelijk blijkt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Circulaire wapens en munitie 2019.
2.Zie de uitspraak van deze rechtbank van 23 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27706, met name rechtsoverweging 10 tot en met 10.5.