ECLI:NL:RBDHA:2026:8841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing verblijfsvergunning
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 21 november 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
Gezien het lichte gewicht van de zaak en het inschakelen van een professionele gemachtigde, stelt de rechtbank de vergoeding vast op € 467,-, zijnde een punt van € 934,- met een wegingsfactor van 0,5. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskostenvergoeding aan verzoekster wegens niet-tijdige beslissing op haar verblijfsvergunningaanvraag.