ECLI:NL:RBDHA:2026:8857
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdige beslissing asielaanvraag Syrië
Eiser diende op 13 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verzocht op 11 juli 2024 om terugname door Bulgarije, die op 16 juli 2024 werd geaccepteerd. De minister liet op 12 november 2024 weten de aanvraag niet in behandeling te nemen, maar deze beslissing werd op 13 februari 2025 ingetrokken na een voorlopige voorziening die de overdrachtstermijn onderbrak.
Vanaf dat moment was Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag en diende de minister uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Vanwege het Syrië-moratorium (14 december 2024 tot 13 juni 2025) werd de beslistermijn verlengd met één jaar, maar gemaximeerd tot 21 maanden vanaf de aanvraagdatum, wat neerkomt op uiterlijk 13 februari 2026.
Eiser stelde de minister op 22 september 2025 in gebreke, maar de rechtbank oordeelde dat dit te vroeg was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.