Uit de stellingen van Eneco volgt dat de hypothetische situatie voor een groot deel gelijk zou zijn aan de situatie waarin Eneco nu verkeert. Eneco heeft in werkelijkheid door de fout in het Tarievenbesluit de vaste tarieven voor categorie a, c en d voor 2024 met terugwerkende kracht moeten vaststellen op de hiervoor genoemde ACM-maxima (met het minieme verschil dat het vaste tarief voor categorie b en d kennelijk op € 240,83 is vastgesteld in plaats van het maximum € 240,84). Eneco stelt dat zij ook bij een juist Tarievenbesluit, de vaste tarieven eind 2023 al op diezelfde maximale ACM-tarieven had vastgesteld. Het verschil zit in het variabele tarief. Eneco heeft dat variabele tarief, met inachtneming van het (foutieve) Tarievenbesluit, eind 2023 voor het jaar 2024 vastgesteld op € 37,04 (exclusief btw) per GJ. Eneco stelt dat zij, als zij eind 2023 bekend was geweest met de juiste (lagere) maxima voor de vaste tarieven, dit variabele tarief op een hoger bedrag zou hebben vastgesteld, namelijk € 37,98 (exclusief btw) per GJ. Dit heeft Eneco als volgt toegelicht:
- Eneco heeft eind 2023 met inachtneming van een door haar beoogd – en door de ACM in het licht van het door haar vastgestelde maximumrendement (ruimschoots) toelaatbaar geacht – (jaarlijks) bedrijfsresultaat en het Tarievenbesluit haar vaste en variabelen leveringstarieven vastgesteld.
- Het beoogde bedrijfsresultaat is het gevolg van een afweging die van te voren wordt gemaakt, op basis van verschillende factoren. Deze factoren betreffen bijvoorbeeld de meerjarenbegroting, eerdere klanttarieven, andere partijen waar Eneco afspraken mee heeft gemaakt en projecten die Eneco aan het ontwikkelen is. Het bestuur geeft vervolgens een bedrag voor het gewenste bedrijfsresultaat met een bepaalde marge, waarbinnen de tarieven kunnen worden vastgesteld. Dit gebeurde half november 2023.
- Dhr. [naam] (head of customer van Eneco Warmte en Koude, hierna afgekort: ‘ [naam] ’) heeft toegelicht dat de tariefvaststelling is gebaseerd op concrete berekeningen, waarbij verschillende combinaties van vastrecht en variabel tarief zijn doorgerekend (prijs x volume, p x q). Een belangrijk uitgangspunt daarbij was om het vastrecht niet te veel te laten afwijken van de tarieven uit 2023, omdat abrupte stijgingen als ongewenst worden beschouwd door afnemers en belangrijke stakeholders, zoals gemeenten en woningcorporaties. Hierdoor werd de ruimte om het variabele tarief te laten stijgen beperkt.
- Volgens [naam] zou hij – als in december 2023 bekend was geweest dat het ACM-maximum lager zou uitvallen – hebben voorgesteld om het variabele tarief op een hoger bedrag vast te stellen, omdat het vaste tarief dan lager zou zijn geweest dan de nu gekozen € 501,42 per jaar (exclusief btw) en er dus minder inkomstenruimte zou zijn geweest. Volgens [naam] zou hij dan een variabel tarief van € 37,98 (exclusief btw) per GJ hebben voorgesteld, omdat dan een vergelijkbaar bedrijfsresultaat zou zijn behaald, en het variabele tarief (inclusief btw) onder de psychologische grens van € 46,- zou zijn gebleven én lager zou zijn dan het variabele tarief van 2023.
Aldus, kort samengevat, de stellingen van Eneco.