ECLI:NL:RBDHA:2026:8915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming bij herhaalde asielaanvraag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 3 maart 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling op 22 december 2025 omdat eiser met onbekende bestemming was vertrokken voorafgaand aan het gehoor voor zijn opvolgende aanvraag.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had onderzocht of hij daadwerkelijk met onbekende bestemming was vertrokken en dat het vertrek niet aan hem te verwijten was. De rechtbank stelde vast dat eiser sinds 9 april 2025 met onbekende bestemming was vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem had sinds januari 2026.
Op grond van vaste rechtspraak volgt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt in beginsel geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep. De rechtbank concludeerde dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.