ECLI:NL:RBDHA:2026:8920
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing kennelijk ongegronde aanvraag
Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 28 november 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Op 17 februari 2026 heeft de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld, waarbij verzoekster werd bijgestaan door een tolk en een gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft op 13 april 2026 uitspraak gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak doet op het beroep.