Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8927

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
09/345868-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor pseudokoop en bezit van professioneel vuurwerk met maatregel kostenverhaal

De rechtbank Den Haag heeft op 13 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het overdragen van professioneel vuurwerk aan een pseudokoper van de politie en het opslaan en voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk op diverse locaties en in voertuigen.

Tijdens de terechtzitting van 30 maart 2026 bekende verdachte de feiten, waarbij de rechtbank op basis van diverse proces-verbalen en verklaringen tot bewezenverklaring kwam. De feiten betroffen onder meer het opzettelijk ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk op 3 en 17 december 2025, medeplegen van vuurwerkoverdracht, en het voorhanden hebben van circa 1.760 kilogram vuurwerk in een loods, schuur en bestelbussen.

De rechtbank oordeelde dat verdachte met zijn handelen ernstige risico's voor de veiligheid van omwonenden heeft veroorzaakt door het opslaan van grote hoeveelheden vuurwerk in een woonwijk. Gelet op de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en de richtlijnen voor vuurwerkdelicten, werd een gevangenisstraf van tien maanden opgelegd, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Daarnaast werd een maatregel kostenverhaal opgelegd van €10.000 voor de vernietiging van het vuurwerk, waarbij de rechtbank gebruik maakte van haar schattingsbevoegdheid vanwege onvoldoende concrete onderbouwing van de gevorderde kosten. De inbeslaggenomen voertuigen werden teruggegeven, terwijl de iPhone en het vuurwerk werden verbeurd verklaard en aan het verkeer onttrokken.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, en een maatregel kostenverhaal van €10.000 voor vernietiging van professioneel vuurwerk.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige economische kamer
Parketnummer: 09/345868-25
Datum uitspraak: 13 april 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 30 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. D.W. Roos naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De tekst van de tenlastelegging – zoals gewijzigd op de terechtzitting van 30 maart 2026 – is als
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
Kort en zakelijk weergegeven is de verdenking dat hij op 3 december 2025 (feit 1) en 17 december 2025 (feit 2) professioneel vuurwerk aan een pseudokoper van de politie heeft overgedragen en met anderen grote hoeveelheden professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad in een loods, in de schuur van een woning en in twee bestelbussen (feiten 3 en 4).

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Opgave van bewijsmiddelen
De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman ten aanzien van feit 2 en 3 uitsluitend partiële vrijspraak van het medeplegen bepleit.
De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer
PL1500-2025403652, van de politie eenheid Den Haag, district Den Haag-West, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 640).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Ten aanzien van feiten 1 t/m 4:
1.
De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 30 maart 2026;
Ten aanzien van feit 1 voorts:

2.Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 december 2025 (p. 25-27);

Ten aanzien van feit 2 voorts:

3.Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 december 2025 (p. 125-126);

Ten aanzien van feit 3 en 4 voorts:

4.Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 december 2025 (p. 127);

5.Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 december 2025 (p. 136);

6.Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 december 2025 (p. 19-20);

7.
Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, opgemaakt op 24 januari 2026 (p. 277-303);
8.
Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, opgemaakt op 23 januari 2026 (p. 304-325);
9.
Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, opgemaakt op 30 januari 2026 (p. 326-357);
10.
Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, opgemaakt op 23 januari 2026 (p. 358 – 420);
11.
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 december 2025 (p. 141-143).
3.2.
Aanvullende bewijsoverweging
Medeplegen feit 2 (pseudokoop 17 december 2025)
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
Op 17 december 2025 is de verdachte, als bijrijder, samen met zijn medeverdachte in een personenauto naar de afspraak met de pseudokoper gereden. Zowel de verdachte als de medeverdachte zijn uit het voertuig gestapt om vervolgens de dozen met vuurwerk vanuit hun auto te verplaatsen naar het voertuig van de pseudokoper.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.
3.3.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
Hij op 3 december 2025 in ’s-Gravenhage, opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten drie pakketten Tropic TA53 aan een pseudokoper van de politie ter beschikking heeft gesteld en voorhanden gehad;
2
Hij op 17 december 2025 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging,
opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten 1
stuk enkelschotsbuis TB307 en 1 stuk enkelschotsbuis TB310 en 1 stuk
enkelschotsbuis TB312 aan een pseudokoper van de politie ter beschikking heeft
gesteld en voorhanden gehad;
3
Hij op 17 december 2025 in ’s-Gravenhage en Zoetermeer, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 13 kilogram en 6,45 kilogram enkelschotsbuis TM1C Super Thunder King en
- 52,8 kilogram en 13,2 kilogram en 26,4 kilogram enkelschotsbuis TB81 Space
Ship to the Moon en
- 18 kilogram en 71,8 kilogram enkelschotsbuis TB88 Space Race en
- 26,8 kilogram en 26,6 kilogram en 26,7 kilogram en 26,5 kilogram
enkelschotsbuis TB206/COM50A en
- 25,4 kilogram en 25,4 kilogram en 12,85 kilogram enkelschotsbuis TB307
en
- 26,5 kilogram en 26,4 kilogram en 13,20 kilogram enkelschotsbuis
TB310/COM50D en
- 114,6 kilogram en 57,1 kilogram en 274 kilogram enkelschotsbuis TB311
en
- 53,6 kilogram en 27,35 kilogram enkelschotsbuis TB312 en
- 79,65 kilogram en 52,7 kilogram en 133,5 kilogram enkelschotsbuis TB410
For Revolution en
- 30,9 kilogram en 30,8 kilogram en 241,2 kilogram en 28,8 kilogram
Romeinse kaars TG379 en
- 52,6 kilogram en 13,25 kilogram en 50,4 kilogram Romeinse kaars TRC6
Multi Effect Candle en
- 49,5 kilogram en 90,0 kilogram Romeinse kaars TG380 en
- 1.000 en 39.840 en 7.000 stuks knalvuurwerk TC6 en
heeft opgeslagen en voorhanden gehad in bestelbussen met kentekens [kenteken 1] , [kenteken 2] en [kenteken 3] en in een loods-werkruimte aan de [adres 1] en een schuur behorende bij een woning aan de [adres 2] ;
4
Hij op 17 december 2025 in ’s-Gravenhage en Zoetermeer,
al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid van ongeveer 1.760,65 kilogram vuurwerk,
voorhanden heeft gehad, immers had hij, verdachte, dit vuurwerk voorhanden gehad in bestelbussen met kentekens [kenteken 1] , [kenteken 2] en [kenteken 3] en in een loods-werkruimte aan de [adres 1] en een schuur behorende bij een woning aan de [adres 2] .

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast vordert de officier van justitie dat aan verdachte de maatregel kostenverhaal zal worden opgelegd met een totaalbedrag van € 129.968,-.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft voorgesteld om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan de duur van het voorarrest en/of een taakstraf of voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De raadsman heeft tevens primair verzocht de maatregel kostenverhaal af te wijzen en subsidiair deze te matigen.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft op zowel 3 december 2025 als op 17 december 2025 professioneel vuurwerk verkocht aan een undercoveragent. Daarnaast heeft hij op 17 december 2025 een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk in een loods, een schuur behorende bij de woning van de moeder van zijn kinderen en zijn twee bestelbussen voorhanden gehad en opgeslagen.
De verdachte heeft met zijn handelen een gevaarlijke situatie gecreëerd voor omwonenden van de woning van de moeder van zijn kinderen, door een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk – in de schuur van de woning midden in een woonwijk en niet op de voorgeschreven wijze – te bewaren. De verdachte heeft hiermee onaanvaardbare risico’s genomen en de algemene veiligheid van personen en goederen ernstig in gevaar gebracht. De rechtbank rekent de verdachte dit aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van de verdachte van 3 maart 2026 waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare strafbare feiten.
Strafmaat
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Bij haar beslissing over de hoogte daarvan heeft de rechtbank gekeken naar de richtlijnen van het openbaar ministerie voor vuurwerkdelicten en gevangenisstraffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Gelet daarop zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren opleggen.
De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf passend, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.
De oplegging van de maatregel kostenverhaal
De maatregel kostenverhaal, zoals bedoeld in artikel 8 onder Pro d van de WED, is niet bedoeld als punitieve sanctie. De maatregel maakt het mogelijk om de kosten te verhalen die de Staat moet maken voor de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving en/of de volksgezondheid en ten aanzien waarvan de maatregel onttrekking aan het verkeer wordt opgelegd.
In de onderhavige zaak zijn kosten gemaakt om het vuurwerk dat verdachte voorhanden heeft gehad of had opgeslagen te vernietigen. Er wordt een fors bedrag geëist, € 129.968.
Ter onderbouwing zijn stukken overgelegd waarin (1) op basis van andere zaken een gemiddelde kostprijs per gewicht is berekend en (2) die gemiddelde kostprijs is vermenigvuldigd met het in deze zaak aangetroffen gewicht aan vuurwerk.
Omdat het gaat om een aanzienlijke hoeveelheid vuurwerk, acht de rechtbank het redelijk dat er kosten zijn gemaakt ter waarborging van de veiligheid van de samenleving.
De opgevoerde kosten zijn naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende inzichtelijk gemaakt
Een concrete onderbouwing van de kosten in deze zaak (facturen en onderliggende contracten) ontbreekt.
Er is niet duidelijk gemaakt waarom deze concrete onderbouwing er niet is, en waarom in plaats daarvan wordt volstaan met een schatting op basis van een gemiddelde kostprijs. Bovendien is niet inzichtelijk gemaakt op basis van welke gegevens de onder (1) bedoelde gemiddelde prijs is berekend.
Het is naar het oordeel van de rechtbank mogelijk dat in onderhavige zaak de kostprijs per gewicht lager ligt dan het gemiddelde in andere zaken. Een deel van de kosten zijn waarschijnlijk vaste kosten, die niet afhankelijk zijn staan van de aangetroffen hoeveelheid: een team moet ter plaatse komen, er moet transport en opslag worden geregeld, etc. Bij een grote hoeveelheid vuurwerk (waar hier sprake van is) kunnen de kosten per gewicht dan aanzienlijk lager uitvallen dan gemiddeld.
Dat er kosten zijn gemaakt, vindt de rechtbank wel aannemelijk. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande aanleiding om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid en het te verhalen bedrag te schatten op € 10.000,-.
Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen honderd dagen gijzeling worden toegepast, zonder dat daardoor de betalingsverplichting van verdachte vervalt.

7.De inbeslaggenomen voorwerpen

7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de beslaglijst genoemde personenauto Kia met kenteken [kenteken 4] wordt teruggegeven aan de rechthebbende en de personenauto Mercedes Benz met kenteken [kenteken 1] verbeurd wordt verklaard. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de op de beslaglijst genoemde iPhone verbeurd wordt verklaard.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht tot teruggave van de auto’s en de iPhone.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voertuigen dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbenden.
De iPhone wordt verbeurd verklaard, aangezien dit voorwerp aan de verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp een deel van de bewezenverklaarde feiten is begaan.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat het inbeslaggenomen vuurwerk aan het verkeer moet worden onttrokken, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
  • 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
  • 1a, 2, 6 en 8 van de Wet op de economische delicten;
  • 9.2.2.1 Wet milieubeheer;
  • 1.2.2 en 1.2.4 Vuurwerkbesluit.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.3 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit);
ten aanzien van feit 2:
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit);
ten aanzien van feit 3:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit);
ten aanzien van feit 4:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan (artikel 1.2.4 eerste lid van het Vuurwerkbesluit),
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
10 (TIEN) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
5 (vijf) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf;
Maatregel
  • legt aan verdachte de verplichting op tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en stelt het te betalen bedrag van die kosten vast op een bedrag van € 10.000,-;
  • bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 100 (honderd) dagen;
de inbeslaggenomen goederen;
  • gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de op de beslaglijst genoemde voorwerpen, te weten: de personenauto Kia met kenteken [kenteken 4] en de personenauto Mercedes Benz met kenteken [kenteken 1] ;
  • verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: iPhone;
  • verklaart dat het inbeslaggenomen vuurwerk aan het verkeer wordt onttrokken.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G. Kuijper, voorzitter,
mr. G.P. Verbeek, rechter,
mr. A. Tsjapanova, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.B. Pluim en A.C. Veltink, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 april 2026.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
1
Hij op of omstreeks 3 december 2025 in ’s-Gravenhage, in elk geval in Nederland,
opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten drie
pakketten Tropic TA53 ‘Premium Assortment’ aan een pseudokoper van de politie
ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad;
2
Hij op of omstreeks 17 december 2025 in ’s-Gravenhage, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging, in elk geval alleen,
opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten 1
stuk enkelschotsbuis TB307 en/of 1 stuk enkelschotsbuis TB310 en/of 1 stuk
enkelschotsbuis TB312 aan een pseudokoper van de politie ter beschikking heeft
gesteld en/of voorhanden heeft gehad
(art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit jo. Artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer i.v.m. artikel 1a
sub 1 en artikel 2 en Pro 6 Wet op de Economische delicten)
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad in een loods-werkruimte in/aan de
[adres 1] en/of een schuur behorende bij een woning aan de
Middenstrede 233 in ‘s-Gravenhage;
3
Hij op of omstreeks 17 december 2025 in ’s-Gravenhage en/of Zoetermeer, in elk
geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen
professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 13 kilogram en/of 6,45 kilogram enkelschotsbuis TM1C Super Thunder King en/of
- 52,8 kilogram en/of 13,2 kilogram en/of 26,4 kilogram enkelschotsbuis TB81 Space
Ship to the Moon en/of
- 18 kilogram en/of 71,8 kilogram enkelschotsbuis TB88 Space Race en/of
- 26,8 kilogram en/of 26,6 kilogram en/of 26,7 kilogram en/of 26,5 kilogram
enkelschotsbuis TB206/COM50A en/of
- 25,4 kilogram en/of 25,4 kilogram en/of 12,85 kilogram enkelschotsbuis TB307
en/of
- 26,5 kilogram en/of 26,4 kilogram en/of 13,20 kilogram enkelschotsbuis
TB310/COM50D en/of
- 114,6 kilogram en/of 57,1 kilogram en/of 274 kilogram enkelschotsbuis TB311
en/of
- 53,6 kilogram en/of 27,35 kilogram enkelschotsbuis TB312 en/of
- 79,65 kilogram en/of 52,7 kilogram en/of 133,5 kilogram enkelschotsbuis TB410
For Revolution en/of
- 30,9 kilogram en/of 30,8 kilogram en/of 241,2 kilogram en/of 28,8 kilogram
Romeinse kaars TG379 en/of
- 52,6 kilogram en/of 13,25 kilogram en/of 50,4 kilogram Romeinse kaars TRC6
Multi Effect Candle en/of
- 49,5 kilogram en/of 90,0 kilogram Romeinse kaars TG380 en/of
- 1.000 en/of 39.840 en/of 7.000 stuks knalvuurwerk TC6 en/of
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad in bestelbussen met kentekens [kenteken 1] , [kenteken 2] en/of [kenteken 3] en/of in een loods-werkruimte in/aan de [adres 1] en/of een schuur behorende bij een woning aan de [adres 2]
4
Hij op of omstreeks 17 december 2025 in ’s-Gravenhage en/of Zoetermeer, in elk
geval in Nederland,
al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid van ongeveer 1.760,65 kilogram vuurwerk,
althans meer dan 25 kilogram vuurwerk, buiten een inrichting als bedoeld in: artikel
1.1.4 van het Vuurwerkbesluit, en/of artikel 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 van het
Vuurwerkbesluit, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking
heeft op de opslag van vuurwerk, en/of artikel 2.2.1 Vuurwerkbesluit, waarvoor een
melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4 Vuurwerkbesluit,
voorhanden heeft gehad, immers had hij, verdachte, dit vuurwerk voorhanden in gehad in bestelbussen met kentekens [kenteken 1] , [kenteken 2] en/of [kenteken 3] en/of in een loods-werkruimte in/aan de [adres 1] en/of een schuur behorende bij een woning aan de [adres 2] .