Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 24 december 2025 te Delft, althans in Nederland, meerdere stuks gereedschap, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
hij op of omstreeks 24 december 2025 te Delft, althans in Nederland, meerdere stuks gereedschap, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] en/of [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
3.De bewijsbeslissing
hij op 24 december 2025 te Delft meerdere stuks gereedschap die geheel of ten dele aan [aangever 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
hij op 24 december 2025 te Delft meerdere stuks gereedschap die geheel of ten dele aan [aangever 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen;
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De oplegging van een maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
2 (TWEE) JAREN;
niet ten uitvoerzal worden gelegd, onder de
algemene voorwaardedat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jaren vastgestelde proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;