Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:8944

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
NL25.33786
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn te verlengen op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening vanwege onderduiken. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 10 maart 2026. De rechtbank heeft het beroep van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet noodzakelijk is.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33786

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , verzoekster,

V-nummer: [nummer] ,
mede namens haar minderjarige kinderen [naam 2] en [naam 3]
(gemachtigde: mr. J. Burema)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. P. Loijenga).

Procesverloop

1. Bij het bestreden besluit van 7 juli 2025 heeft de minister besloten om de overdrachtstermijn te verlengen overeenkomstig artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening vanwege onderduiken.
1.1.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL25.33783) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoekster en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.