Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eisers sub 1] te [woonplaats 1],2. [eisers sub 2] te [woonplaats 2] ([land 1]),3. [eisers sub 3] te [woonplaats 3],
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2],
4.
[eisers sub 4]te [woonplaats 3],
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2],
5.
[eisers sub 5]te [woonplaats 4],
6.
[eisers sub 6]te [woonplaats 5],
7.
[eisers sub 7]te [woonplaats 4],
8.
[eisers sub 8]te [woonplaats 5],
9.
[eisers sub 9]te [woonplaats 5],
10.
[eisers sub 10]te [woonplaats 6],
11.
[eisers sub 11]te [woonplaats 7],
[eisers sub 12]te [woonplaats 8],
13.
[eisers sub 13]te [woonplaats 7],
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
- de dagvaarding van 28 mei 2025, met producties 1 tot en met 52;
- de conclusie van antwoord van 20 augustus 2025, met producties 1 tot en met 11;
- de incidentele conclusie tot voeging ex artikel 217 Rv Pro namens [eisers sub 12] en [eisers sub 13];
- de conclusie van antwoord in het incident namens [gedaagde];
- het vonnis in incident van 29 oktober 2025;
- de akte vermeerdering van eis, tevens overlegging producties 53 tot en met 57;
- de akte wijzing van verzoek en overlegging producties 12 tot en met 21 namens [gedaagde].
3.De feiten
In een reactie op deze vragen is erflater geadviseerd contact op te nemen met een op dat gebied deskundige.
Voor [naam 3] (accountant, tevens executeur)|
Voor familie. (Moet nog ff bekijken waar en hoe).”
Niet openen. Pas na overlijden. [erflater]. Testament”, waarna hij vervolgt:
4.Het geschil
chosen family’. Het zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn als het handgeschreven document niet gevolgd zou worden, ook vanwege de familieverhoudingen, het feit dat erflater vlak voor een operatie een “noodtestament” heeft opgesteld en erflater erop vertrouwde dat dit testament uitgevoerd zou worden. [gedaagde] heeft in strijd met de goede trouw de nalatenschap aanvaard, terwijl zij wist dat dit niet de wil van erflater was. Zij dient de goederen uit de nalatenschap ter beschikking te stellen aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2], die erfgenamen zijn op grond van het handgeschreven document, aan hen rekening en verantwoording af te leggen en eventueel reeds aan de nalatenschap onttrokken goederen te vergoeden. Indien de rechtbank van oordeel is dat het handgeschreven document weliswaar de uiterste wil van erflater zou bevatten, maar geen erfstelling ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], en [gedaagde] dus alsnog als enig erfgenaam wordt aanmerkt, dient [gedaagde] (dan wel de executeur [naam 3], indien zij de executeursbenoeming aanvaardt) op grond van artikel 4:117 lid 2 BW Pro de in het handgeschreven document genoemde legaten af te geven aan de legatarissen (conform de vorderingen onder VI en VII).