ECLI:NL:RBDHA:2026:8963
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
Verzoekster, van Russische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 7 april 2026 in Groningen, waarbij zowel verzoekster als haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu op het beroep uitspraak was gedaan in zaaknummer NL26.6741, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en is openbaar gemaakt op 14 april 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.