De vader en moeder zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun twee minderjarige kinderen. Bij een eerder kort geding was een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen in het weekend bij de vader verbleven. Sinds januari 2026 houdt de moeder zich niet aan deze regeling.
De vader vordert nakoming van de zorgregeling, terwijl de moeder opschorting van het contact vordert zolang het politieonderzoek naar vermeend seksueel misbruik van een van de kinderen loopt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat contact met de vader mogelijk moet blijven, mits met voldoende waarborgen.
De voorzieningenrechter wijst de eiswijziging van de moeder af wegens strijd met de procesorde. De voorlopige zorgregeling wordt aangepast: de kinderen verblijven eenmaal per veertien dagen op zaterdag van 10.00 tot 19.00 uur bij de vader, zonder overnachting, met ophalen en terugbrengen bij oma aan moederszijde. De moeder krijgt een dwangsom opgelegd bij niet-nakoming.
De vordering van de moeder tot opschorting van het contact en vervangende toestemming voor doorverwijzing wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De kosten worden ieder voor eigen rekening gelaten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.